Huis & klussen

De kraan tikt al vijf weken en ik hoor hem alleen nog 's nachts

Thijs zei begin september dat hij er even naar zou kijken. Vijf weken later ligt er een handdoek onder de gootsteen en heb ik geleerd hoe je dat gesprek niet voert.

Het is halfdrie ‘s nachts en ik lig wakker van iets wat overdag niet bestaat.

Overdag is de keuken een keuken. Er is een radio, er is Loes, er is een vaatwasser die aan het eind van zijn leven is en dat laat weten. Overdag hoor ik die kraan niet. Maar tussen twee en vier is dit huis stil op een manier die je niet kunt inhalen, en dan is er alleen dat.

Tik. En elf tellen niets. En tik.

In mijn eerste stukje hier, begin september, schreef ik dat Thijs in de schuur stond. Even kijken naar de kraan. Dat was 2 september. Vandaag is 6 oktober.

Ik weet dat omdat ik het heb opgezocht, en ik weet ook dat het opzoeken van zoiets nooit een neutrale handeling is. Ik zocht het niet op om iets te weten. Ik zocht het op om gelijk te hebben.

Onder de gootsteen ligt sinds twee weken een handdoek. Een groene, die we toch al niet meer gebruikten. Ik verschoon hem op zondag. Dat is een systeem geworden, en dat is precies het probleem: op het moment dat je een systeem maakt voor een lek, is het lek geen probleem meer maar meubilair.

Wat ik vier keer verkeerd deed

De eerste keer vroeg ik het op een zondagavond terwijl hij net ging zitten. Slecht getimed, en dat wist ik.

De tweede keer maakte ik er een grapje van waar Fenna om moest lachen, wat het grapje meteen minder grappig maakte, want lachen met een kind om je partner is iets waarvan ik hoopte dat ik het niet zou doen.

De derde keer zei ik niets maar liet ik de handdoek expres op het aanrecht liggen. Ik vind dit achteraf de ergste van de vier. Passief, klein, en volstrekt doorzichtig voor iedereen behalve mezelf.

De vierde keer vroeg ik wanneer.

Wanneer. Zes letters, en het is geen vraag maar een rekening.

Wat me achteraf het meest opvalt aan die vier pogingen is dat er in geen enkele een echte vraag zat. Ik wist het antwoord al, of ik dacht dat ik het wist, en ik gebruikte de vraag alleen om hem het antwoord te laten zeggen. Dat is geen gesprek. Dat is een val met een vriendelijke stem.

Wat een lek eigenlijk is in dit huis

Ik moet hier iets over dit huis zeggen, want anders klopt het beeld niet.

We wonen sinds elf jaar in een hoekhuis uit 1974. De meterkast heeft een deur die je met je heup moet openen. In de gang zit een stopcontact dat het alleen doet als de wasmachine uit staat, en we hebben nooit uitgezocht waarom. Boven is één radiator die je niet helemaal open mag draaien.

Zo’n huis leert je iets wat ik niet meteen als deugd wil verkopen: dat de meeste dingen prima door kunnen blijven gaan in een half kapotte staat. Elf jaar lang was dat handig.

Alleen tikt er nu iets in het donker, en de rekening voor al die gemakkelijke jaren komt in porties van elf tellen.

Wat er donderdag gebeurde

Donderdagavond, na Brams verjaardag, na de slagroom, toen iedereen boven lag en er niets meer te doen was, zat Thijs aan tafel met zijn telefoon en ik deed de laatste dingen bij het aanrecht. En ik vroeg iets anders. Niet wanneer. Ik vroeg wat ervoor nodig was.

Hij keek op alsof ik naar iets vroeg wat hij al weken klaar had liggen.

“De hoofdkraan zit achter de kast in de bijkeuken. Die kast zit vast aan de muur. Dus voordat ik iets aan die kraan doe moet die kast eruit, en dan zie ik pas wat voor leiding het is, en als dat oud koper is dan is het geen half uur maar een zaterdag. Misschien twee.”

Ik had vijf weken lang gedacht dat er een kraan lek was.

Er is geen kraan lek. Er is een bijkeuken die eerst leeg moet.

Dat verandert alles en ook weer niets

Het maakt me minder boos. Het maakt de handdoek niet droger.

Want ik snap het nu, en ik snap ook dat hij niets zei omdat hij mij een zaterdag wilde besparen die ik toch al niet had. Maar het gekke aan begrip is dat het het geluid om halfdrie niet minder maakt. Ik lig er nog steeds wakker van. Ik lig er nu alleen anders wakker van.

We hebben een afspraak gemaakt die zo klein is dat ik hem bijna niet durf op te schrijven. Niet: we gaan het maken. Wel: aanstaande zaterdag halen we de kast leeg en kijken we wat erachter zit. Verder niets. Geen belofte over de kraan zelf.

Ik denk dat dat is wat ik al die tijd nodig had. Niet dat het af is. Dat het begint.

En toen zei hij nog iets, en dat was het stuk waar ik de rest van de avond over heb nagedacht. Hij zei dat hij het al drie keer bijna gedaan had. Op een zaterdag in september, toen Bram voetbalde en ik met Loes weg was, is hij begonnen met de kast leeghalen en na twintig minuten weer gestopt, omdat hij bedacht dat er dan een gang vol spullen zou staan als wij thuiskwamen en dat ik daar iets van zou zeggen.

Ik zou daar inderdaad iets van gezegd hebben. Dat is het vervelende. Ik zou hebben gezegd dat het net nu moest, met alles wat er die week nog aan zat te komen.

Dus we hebben allebei vijf weken lang iets niet gedaan om de ander te ontzien, en het resultaat is een handdoek en een vrouw die om halfdrie naar het plafond ligt te kijken. Dat is bijna grappig. Bijna.

Ik ga niet zeggen dat je gewoon even goed met elkaar moet praten. Dat weten mensen wel, en het helpt niet, want het probleem is nooit dat je niet praat maar dat je precies de verkeerde vraag stelt in precies de verkeerde stoelhouding.

Ik ga ook niet doen alsof ik nu een systeem heb. Er is geen systeem. Er is één zin die deze week toevallig werkte, en die zin is: wat is ervoor nodig.

Wat ik wel merk is dat de kraan sinds donderdag anders klinkt. Niet zachter. Hij klinkt minder als een verwijt.

Ondertussen

Bram vindt het tikken een geluid dat bij dit huis hoort, zoals de trap kraakt op de vierde tree en de voordeur klemt bij vochtig weer. Hij heeft me vanochtend uitgelegd dat de kraan aan het tellen is, en toen ik vroeg tot hoeveel, zei hij dat dat het probleem is, dat weet niemand.

Loes vindt de handdoek zo’n goed idee dat ik hem gisteren in haar bed terugvond.

En Fenna, die tien is en alles hoort, vroeg gisteravond of we nu wel of niet boos waren. Ik zei dat we niet boos waren, dat we het gewoon anders gezien hadden.

Ze knikte langzaam, op de manier waarop je knikt als je iets voor later opbergt.

Het is halfvier geweest. Ik ga zo weer proberen te slapen. Zaterdag halen we een kast leeg. Meer dan dat weet ik nog niet.

Vragen die ik hierover kreeg

Waarom laat de een een klus wel liggen en de ander niet?

Bij ons blijkt het vooral te gaan over hoe groot de klus in je hoofd is. Voor mij is de kraan een kraan. Voor Thijs is het een leiding uit 1974 waar je niet aan begint zonder te weten waar de hoofdkraan zit en of het koperwerk het overleeft. Hij stelt niet uit uit onwil, hij ziet gewoon een grotere klus dan ik.

Hoe begin je zo'n gesprek zonder ruzie?

Niet met wanneer. Wanneer is een aanval, hoe vriendelijk je hem ook uitspreekt. Ik ben uiteindelijk begonnen met de vraag wat er precies voor nodig was, en dat leverde in twee minuten meer op dan vijf weken hinten. Ik zeg niet dat het altijd werkt. Ik zeg dat het bij ons voor het eerst werkte.

#klussen#thijs#jaren-70-huis#geduld

5 reacties

  1. Sandra ·

    Zet een emmertje neer in plaats van een handdoek en meet een keer hoeveel er in vierentwintig uur in komt. Dat getal doet vaak meer dan tien keer vragen. Bij ons stond er na een dag ruim een halve liter en toen was het ineens zaterdag klaar.

    Merel schrijft dit blog

    Dit is precies het soort tip waar ik iets mee kan, Sandra. Al vermoed ik dat Thijs het getal betwist en dan een tweede emmer haalt.

  2. Peter ·

    Als werkvoorbereider weet hij precies hoeveel er mis kan gaan. Dat is een vloek. Vraag maar aan mijn vrouw.

  3. Els ·

    Beste Merel, ik las je stukje vanochtend en moest glimlachen. Wij hebben hier veertien jaar een deur gehad die niet dichtviel, en mijn man heeft die deur uiteindelijk gemaakt in het weekend dat onze dochter kwam vertellen dat ze ging trouwen. Blijkbaar heeft alles zijn eigen aanleiding nodig. Hartelijke groet.

  4. Karin ·

    IK HEB DIE KRAAN IN JUNI AL GEHOORD. Dus vijf weken is heel royaal geteld mevrouw.

    Merel schrijft dit blog

    Ik wist dat jij dit zou doen.

  5. Nadia ·

    Ik vind dit zo herkenbaar dat ik er ongemakkelijk van word. Bij ons is het de wasbak boven. Ik weet niet meer hoe ik het moet vragen zonder dat het klinkt als zeuren, en ondertussen hoor ik het elke avond.

    Merel schrijft dit blog

    Je zeurt niet, Nadia. Je hoort iets wat de ander niet hoort. Dat is echt niet hetzelfde.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit huis →