Ons huis maakt sinds dinsdag een geluid
Een tik, ergens achter de keukenmuur, ongeveer een keer per veertig seconden. Thijs is gaan kijken. Dat is nu vier dagen geleden.
Ik hoorde het dinsdagavond voor het eerst, toen iedereen boven lag en ik in de keuken stond met de lichten uit omdat ik alleen even mijn telefoon zocht.
Tik.
Ik bleef staan. Ik telde. Bij veertig kwam de volgende.
Een huis uit 1974 zegt de hele dag iets
Ons huis praat. Dat is niet zweverig bedoeld, het is gewoon zo met een hoekhuis van vijftig jaar oud. De trap kraakt bij de vierde tree. De cv slaat ‘s ochtends aan met een klap die ik niet meer hoor maar waar mijn moeder elke keer van schrikt. De schuifpui in de woonkamer maakt een zuigend geluid als je hem opent, alsof hij het niet leuk vindt.
Die geluiden ken ik. Die horen erbij zoals het geluid van je eigen auto erbij hoort.
Dit was een nieuw geluid, en dat is het hele probleem. In een oud huis is niet elk geluid erg. Maar een nieuw geluid is wél altijd iets.
Het komt van achter de keukenmuur, ergens laag, ongeveer bij de plek waar de kastjes staan. Het is er niet als de kraan loopt. Het is er wel als het stil is. Het is een keer per veertig seconden, en ik zeg veertig omdat ik het woensdagnacht om tien over één met de klok van de magnetron heb liggen tellen.
Ik heb woensdag geprobeerd het aan de kinderen te vragen zonder ze bang te maken, wat achteraf een slecht plan was. Fenna hoorde het meteen en vond het spannend op een manier waar ik niet op zat te wachten. Bram hoorde het niet en heeft daarna twee dagen lang beweerd dat hij het wel hoorde, ook toen het er niet was. Loes wees naar de muur en zei “tik”, wat het akeligste was, want zij liegt niet.
Thijs is gaan kijken
Donderdagavond heb ik het gezegd. Niet gevraagd of hij het wilde repareren, alleen gezegd dat ik het hoorde.
Hij is opgestaan van de bank en de keuken in gelopen. Hij heeft de lichten uit gedaan, precies zoals ik, en is gaan staan met zijn hand plat tegen de muur.
Hij zei niets. Hij stond daar bijna twee minuten. Dat zijn drie tikken.
Toen zei hij: “Ja.”
En daarna: “Ik ga morgen even kijken.”
Ik weet inmiddels wat dat betekent. “Even kijken” is bij Thijs geen tijdsaanduiding maar een houding. Het betekent dat hij het serieus neemt en dat er niets gaat gebeuren tot het moment waarop hij besluit dat het moment daar is, en dat dat moment mij niet vooraf wordt meegedeeld.
Vrijdag lag er een zaklamp op het aanrecht. Vanochtend was het kastje onder de gootsteen leeggehaald en stonden alle schoonmaakspullen op de vloer bij de deur, waar Loes ze inmiddels drie keer heeft ontdekt en waar ik ze drie keer heb weggehaald.
Vandaag is het zaterdag. De zaklamp ligt er nog. Het kastje is nog leeg.
Waarom ik er niets van zeg
Ik zou het kunnen forceren. Ik zou kunnen zeggen: bel maandag iemand. Dat is het soort zin waar ik goed in ben en waar hij niet goed tegen kan, en de uitkomst daarvan ken ik: dan belt hij, dan komt er iemand, dan is het opgelost en dan is er iets tussen ons dat een halve week duurt.
Ik zou het ook zelf kunnen doen. Dat is eerlijker en het is ook waar. Ik weet waar de telefoonnummers staan.
Maar er zit iets in de manier waarop hij donderdagavond met zijn hand plat tegen die muur stond. Dat was niet uitstellen. Dat was iemand die iets aan het uitrekenen was en die het pas gaat zeggen als hij het weet. Elf jaar geleden maakte me dat gek. Nu weet ik dat het meestal klopt, en dat het bijna altijd langer duurt dan het bij mij zou duren, en dat het daarna nooit meer stuk gaat.
Alleen tikt het ondertussen wel.
We hebben dit huis gekocht toen Fenna nog niet bestond. We wisten dat er dingen aan zouden komen: de kozijnen, de meterkast, ooit die badkamer waar we het al vier jaar over hebben en waarvan ik nu al weet dat hij een keer een heel jaar gaat opeten. Een oud huis is geen bezit maar een afspraak, en in die afspraak staat dat het huis om de zoveel maanden iets van je vraagt.
Ik vind dat prima. Ik zou alleen willen dat het overdag vroeg.
Ik hoor het nu, terwijl ik dit zit te typen aan de keukentafel. Tik.
Ik ga hem er niet naar vragen. Ik ga hem gewoon over veertig seconden nog een keer horen.
4 reacties
-
Peter ·
Een tik per veertig seconden is een druppel. Sterkte.
Merel schrijft dit blog
Dat is precies wat ik dacht en precies wat ik nog niet hardop wilde zeggen.
-
Sandra ·
Leg er een emmer onder voordat je gaat zoeken, niet erna. Klinkt logisch maar iedereen doet het andersom.
-
Yvonne ·
Hoe oud is jullie huis precies? Wij hebben er ook een uit die tijd en ik herken de geluiden wel maar weet nooit welke erbij horen en welke niet.
Merel schrijft dit blog
1974. En dat is precies de vraag waar ik geen antwoord op heb, Yvonne.
-
Wendy ·
Wij hadden ooit een geluid dat een steenmarter bleek! In het dak! Ik hoop voor jullie dat het gewoon water is!
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
De kraan tikt al vijf weken en ik hoor hem alleen nog 's nachts
Thijs zei begin september dat hij er even naar zou kijken. Vijf weken later ligt er een handdoek onder de gootsteen en heb ik geleerd hoe je dat gesprek niet voert.
Vijf klusjes die te klein zijn om ooit aan de beurt te komen
Ik heb ze op de achterkant van een envelop gezet. Samen twee uur werk. Ze liggen er alle vijf al maanden en ik weet inmiddels precies waarom.
Vijf maanden later is de kraan gemaakt en niemand merkte het
De kraan in de bijkeuken tikte sinds oktober. Zaterdag was hij ineens stil, en het duurde tot maandagavond voor iemand in dit huis het doorhad.