Mijn moeder belt elke zondag om tien over negen
Oma Riet heeft overal een mening over die ze eerst inslikt en dan toch zegt. Deze zondag ging het over Bram, en had ze gelijk, en dat is het vervelendste.
Ze belt niet om negen uur en niet om kwart over negen. Ze belt om tien over. Elke zondag, al zolang ik hier woon, en ik heb haar er nooit naar gevraagd omdat ik bang ben dat er dan een reden blijkt te zijn en dat die reden iets is als “dan is de kerkdienst op de radio afgelopen” en dat ik dat dan weet.
Zondag nam ik op met een pak melk in mijn andere hand.
“Ben je al op?” vroeg ze.
Ze weet dat ik om zeven uur op ben. Dat is de opening.
De volgorde is altijd hetzelfde
Eerst het weer. Bij haar in Kampen, dan bij ons, alsof dat vijfentwintig kilometer verderop iets anders zou zijn. Zondag was het nog warm voor de tijd van het jaar en daar was ze het niet mee eens, want in haar tuin was het fris geweest.
Dan mijn vader. Wat hij doet, wat hij niet doet, wat er in de moestuin nog staat. Ze zei dat hij te veel bonen heeft en dat ze niet weet wat ze ermee moet. Ik heb gezegd dat hij ze hier al gebracht heeft. Ze zei: “Dat dacht ik al.”
Dan de kinderen, op leeftijd, van boven naar beneden. Fenna: hoe gaat het met dansen. Bram: hoe gaat het op school. Loes: slaapt ze.
En dan komt het stukje waar het echt om gaat, en dat komt altijd na een stilte van ongeveer twee seconden.
Wat ze zei over Bram
“Ik zat te denken,” zei ze.
Dat is de zin. Als mijn moeder zegt dat ze zat te denken, dan heeft ze niet zitten denken, dan heeft ze een week lang iets ingeslikt.
Ze zei dat ze het niets vindt, dat lezen op de trap.
Ik had haar dat twee weken geleden verteld, half opgelucht, omdat het werkte. Bram zit twee treden boven me met zijn boekje en ik zit met mijn rug naar hem toe zodat hij mijn gezicht niet ziet. Sinds die ontdekking gaat het beter dan in de eerste weken van groep 3, toen het boekje elke dag onder de bank verdween.
Volgens mijn moeder is dat verkeerd om.
“Je zit met je rug naar hem toe,” zei ze. “Dan doet hij het voor niemand.”
Ik heb gezegd dat het juist het punt is dat er niemand kijkt. Zij zei dat er verschil is tussen kijken en erbij zitten. Ze zei dat ik naast hem moest gaan zitten met een eigen boek, en niets zeggen, en gewoon lezen.
Toen zei ze: “Maar jij weet het beter, hoor.”
Dat is de zin die het inslikken weer goedmaakt. Die zin is haar handtekening.
Wat ze niet zei
Er is nog iets, en dat besefte ik pas dinsdag onder de douche, wat de plek is waar ik alles besef.
Mijn moeder heeft ons grootgebracht in een rijtjeshuis in Kampen dat kleiner was dan het onze, met een man die de hele dag in de tuin of op zijn werk was en die de opvoeding aan haar overliet zonder dat daar ooit iets over gezegd werd. Er was in dat huis geen keukentafel waar iemand rustig kon oefenen. Er was geen kookwekker en geen trap waar je met je rug naar iemand toe ging zitten.
Nienke las pas laat. Dat is bij ons thuis altijd verteld als een grap, in de trant van dat ze liever buiten was en dat het vanzelf goed kwam, wat ook zo is. Ik heb er nooit bij stilgestaan hoe dat voor mijn moeder geweest moet zijn, met een dochter van zeven die het niet wilde en een schoolmeester uit die tijd die daar vast iets van vond.
Toen ze zondag zei dat ik naast hem moest gaan zitten met mijn eigen boek, zei ze eigenlijk: ik heb dat toen niet gedaan en jij kunt het wel.
Dat heeft ze er niet bij gezegd. Ze zegt zulke dingen nooit. Ze zegt de conclusie en niet het verhaal, en dan denk ik dat het een oordeel is.
Waarom het me raakt en waarom het niet moet
Ik ben 38. Ik heb drie kinderen. Ik weet redelijk goed wat ik doe, of in elk geval weet ik ongeveer even goed wat ik doe als iedereen die ik ken.
En toch sta ik dan in mijn eigen keuken met een pak melk in mijn hand en voel ik me acht. Niet omdat ze gemeen is — ze is nooit gemeen — maar omdat ze precies de plek vindt waar ik zelf al twijfelde. Dat kan alleen je moeder. Vriendinnen weten waar je onzeker over bent. Je moeder weet waar je onzeker over gaat worden.
Ik heb het gesprek netjes afgemaakt. Ik heb gezegd dat ik erover na zou denken op die toon waarop je duidelijk maakt dat je dat niet gaat doen. Ze zei dat ze het bij zich zou houden. Dat zei ze nadat ze het gezegd had.
Maandagavond
Ik heb maandagavond een boek gepakt.
Ik ben op de tweede trede gaan zitten, met mijn rug tegen de muur, en ik ben gaan lezen in iets wat ik in juli begonnen ben en waarvan ik nog steeds op bladzijde zeventig zit. Bram kwam met zijn boekje. Hij ging boven me zitten, zoals altijd, en toen zag hij dat ik zat te lezen.
“Wat lees jij?”
“Een boek.”
“Waar gaat het over?”
Ik heb gezegd dat ik dat nog niet precies weet, want ik ben pas op bladzijde zeventig. Dat vond hij een prima antwoord. Toen begon hij, uit zichzelf, zonder kookwekker, en hij las die avond twee bladzijden in plaats van één.
Loes kwam er ook bij zitten, op de onderste tree, met een prentenboek ondersteboven. Ze deed alsof ze las. Dat deed ze hardop en volledig onverstaanbaar en Bram vond dat zo grappig dat hij zijn zin twee keer opnieuw moest beginnen.
Ik weet niet of het door het boek kwam. Het kan toeval zijn. Het kan zijn dat het gewoon een goede avond was, want die zijn er ook, en de helft van wat wij ouders opvoedkundig inzicht noemen is achteraf ingekleurd toeval.
Maar ik ga het haar niet vertellen. Nog niet.
Zondag belt ze weer om tien over negen. Ze begint over het weer in Kampen en dan komt er een stilte van twee seconden, en ik sta klaar met de melk.
5 reacties
-
Ingrid ·
Ik ben zo'n moeder. Ik bel op zondag en ik weet dat ik te veel zeg en ik doe het toch. Lees dit stuk en denk aan mijn dochter en beloof mezelf dat ik volgende week alleen luister. Dat gaat me niet lukken.
Merel schrijft dit blog
Ingrid, ik denk dat uw dochter ook opneemt. Dat is toch het belangrijkste.
-
Riet ·
Ik heb dit gelezen op de computer van jouw vader . Ik zeg niet te veel ik zeg alleen wat ik zie . En die jongen doet het prima .
Merel schrijft dit blog
Dat weet ik, mam. Bel je zondag weer?
-
Marjolein ·
Wat mooi geschreven en wat pijnlijk herkenbaar allemaal. Mijn moeder belde ook altijd op vaste tijden en ik vond het toen soms zo veel en nu zou ik er wat voor over hebben. Dat stukje over dat ze eerst iets over het weer zegt, dat deed mijn moeder ook, precies zo, alsof ze even moest opwarmen. Dank je wel voor dit stuk.
-
Karin ·
Ik ken je moeder en ik zeg alleen dit: jij doet het ook. Bij Fenna. Precies zo, met dat wachten en dan toch zeggen. Sorry.
Merel schrijft dit blog
Dat is precies waarom je mijn beste vriendin bent en het is ook precies waarom ik nu even niet reageer.
-
Bas ·
Nuchtere gedachte: misschien is het handig om af en toe wel om die mening te vragen. Dan is het geen ongevraagd advies meer en verandert de toon vanzelf. Werkt bij mijn schoonmoeder in elk geval.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Aan de paastafel vroeg mijn moeder of het wel verstandig was
Tweede paasdag, zeven mensen aan een tafel voor zes, en tussen het krentenbrood en de eieren door de vraag waar ik al drie maanden omheen loop.
De ouders van Thijs kwamen uit Sneek en hij zei er niets over
Ze waren hier voor het laatst in juli. Zondag stonden ze om elf uur voor de deur met een taart, en ik keek de hele middag naar de verkeerde dingen.
De zondag waarop we niets deden en iedereen ontevreden was
Ik had me verheugd op een dag zonder plannen. Om kwart over tien zat er al iemand te huilen om een stift en wist ik dat het niet ging lukken.