Aan de paastafel vroeg mijn moeder of het wel verstandig was
Tweede paasdag, zeven mensen aan een tafel voor zes, en tussen het krentenbrood en de eieren door de vraag waar ik al drie maanden omheen loop.
Zeven mensen aan een tafel voor zes. Loes zat op de kruk uit de bijkeuken en die is te laag, dus ze zat op een kussen, en dat kussen zakte, en om het kwartier trok iemand haar omhoog aan haar oksels.
Mijn moeder had brood meegebracht, hoewel afgesproken was dat wij het brood zouden doen. Twee soorten. Ze zei dat het toevallig over was.
Er is bij haar nooit iets toevallig over.
Wat er op tafel stond
De eieren van vrijdag, geverfd door Bram en Loes, waarvan er dus vier bruin zijn geworden omdat je niet alle kleuren door elkaar moet roeren, wat ik gezegd had en wat niet geholpen heeft.
Roerei uit de grote pan. Krentenbrood van bakkerij Van Dalen, want mijn eigen brood van vorige week was al op. Een schaal met dat spul van mijn moeder waar niemand de naam van weet en dat altijd leeg gaat. Aardbeien die nog niet echt aardbeien waren.
En in het midden een bak radijsjes van mijn vader, die daar in maart al mee begonnen is en die de eerste altijd meebrengt op een manier alsof het niks is.
De vraag
Het kwam op het moment dat het altijd komt, namelijk als iedereen net klaar is met eten en niemand nog is opgestaan.
Fenna had verteld dat ik binnenkort thuis werk. Ze zei het als feit, tussen twee andere feiten door, want zo doet ze dat. En mijn moeder legde haar mes neer en keek naar mij en zei:
“En dat is verstandig, denk je.”
Ik heb dat een paar seconden laten liggen. Bram vertelde ondertussen iets over een jongen uit zijn klas die op de trampoline een tand kwijt was geraakt, wat een verhaal is dat bij hem nergens eindigt, en dat was op dat moment het beste wat er gebeurde.
Toen zei ik dat het denk ik wel verstandig is.
En toen kwam de rest. Bij mijn moeder komt de rest altijd, ook als ze zichzelf drie zinnen lang inhoudt. Of ik het wel goed had uitgezocht. Of ik daar niet gewoon nog een jaar had kunnen blijven en dan kijken. Dat het daar toch aardige mensen zijn. Dat je een vast contract hebt en dan geef je dat op en dan kun je niet zomaar terug.
Dat laatste is waar. Ik heb het zelf op een envelop geschreven in januari.
Wat ik niet zei
Ik heb niet gezegd dat ik het al drie maanden weet en dat ik er in die drie maanden vier keer wakker van heb gelegen.
Ik heb niet gezegd dat ik over ruim twee weken voor het laatst dat kantoor in Zwolle uit loop en dat ik daar nu al tegenop zie.
Ik heb gezegd, en ik hoorde mezelf denken dat ik het te rustig zei: “Ik weet het mam.”
Mijn vader zei niks. Die zat met Loes op schoot een radijsje in vier stukken te snijden met een boterhammes, wat niet kan, wat hij toch deed.
Fenna keek van mij naar mijn moeder en weer terug. Ze is elf. Ze weet inmiddels wanneer twee volwassenen iets anders bespreken dan waar het over gaat.
Bij de deur
Ze zijn om kwart over vier weggegaan. Mijn vader stond al bij de auto met de lege kratjes.
Mijn moeder deed haar jas aan in de gang en pakte haar tas en zei toen, zonder mij aan te kijken, tegen de kapstok ongeveer:
“Ik zou het niet gedurfd hebben, hoor.”
En toen ging ze naar buiten.
Ik ben daar in de deuropening nog even blijven staan. Ik heb erover nagedacht wat ze in 1984 wilde en waar ze het over had als ze zei dat ze het bijna gedaan had, en ik weet dat niet precies, want ze maakt die zin nooit af en ik heb nooit doorgevraagd.
Ik denk dat de vraag of het verstandig was helemaal niet over mij ging.
Later die avond
Ik heb de tafel afgeruimd en Thijs heeft afgewassen en de kinderen lagen om half negen boven, wat op tweede paasdag een klein wonder is.
Op de kruk in de bijkeuken lag het kussen nog. Ik heb het opgepakt en weer op de stoel gelegd en toen bedacht dat we voor volgend jaar echt een keer een fatsoenlijke stoel moeten regelen, want ze wordt vijf en ze past er dan nog steeds niet aan.
En dat er over een paar jaar iemand in de brugklas zit en dat er dan misschien wel weer een stoel over is.
4 reacties
-
Ingrid ·
Ik ben zelf van de generatie van uw moeder en ik moet u zeggen dat ik die vraag ook gesteld zou hebben. Niet om het tegen te houden. Meer omdat je als moeder altijd blijft rekenen voor je kind, ook als dat kind veertig is en het allang zelf kan. Ik vond het einde erg mooi.
Merel schrijft dit blog
Dank u wel Ingrid. Dat rekenen is precies wat het was, geloof ik. Ik had het alleen niet zo gezien terwijl het gebeurde.
-
Karin ·
IK KEN DIE VRAAG. Ik ken zelfs de precieze toon waarop je moeder hem stelt want ik heb hem in 2009 zelf gehoord toen we op de bank zaten. Fijn dat je haar laatste zin hebt opgeschreven, want die is het waard.
-
Peter ·
Zeven mensen aan een tafel voor zes is bij ons de normale situatie geworden. Je went eraan en dan is er ineens een stoel over.
-
Nadia ·
Mijn moeder vraagt dit soort dingen ook en ik word er altijd meteen kwaad van, ook als ze het lief bedoelt. Hoe blijf jij dan zo rustig aan zo'n tafel.
Merel schrijft dit blog
Ik was niet rustig. Ik heb alleen een half uur later pas iets gezegd en dat scheelt op papier heel veel.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Wie er in juli op de kinderen let staat op een briefje in de keuken
Zes weken vakantie, drie werkdagen per week en een dochter van elf die vindt dat ze het zelf kan. Zo hebben we de eerste helft van de zomer dichtgetimmerd.
Mijn moeder belt elke zondag om tien over negen
Oma Riet heeft overal een mening over die ze eerst inslikt en dan toch zegt. Deze zondag ging het over Bram, en had ze gelijk, en dat is het vervelendste.
Vorige week vrijdag zat ik voor het eerst alleen in dit huis
Ik heb er drie maanden tegenaan gekeken en toen was het er. Zes uur stilte op een vrijdag, een hond onder de tafel en een huis dat geluiden maakt die ik niet kende.