De puzzel van duizend stukjes die ons bijna uit elkaar dreef
Hij lag zes dagen op de eettafel, we hebben er drie ruzies over gehad en het ontbrekende stukje bleek in de la met de batterijen te liggen. Volgend jaar weer.
Op tweede kerstdag heeft mijn moeder een puzzel meegenomen. Duizend stukjes, een winters dorp met een bevroren vaart, gekocht ergens waar ze dingen koopt die ze aan anderen geeft. Ze legde de doos op tafel en zei: “Dat is voor de dagen erna.”
Ze wist precies wat ze deed.
Dag één: het optimisme
We zijn op 28 december begonnen. Thijs kiepte de doos leeg op de eettafel — in één keer, met een gebaar dat ik hem heb zien maken bij dingen die hij daarna weken moet oplossen — en toen lagen er duizend stukjes waar een halve minuut daarvoor nog niks lag.
Fenna sorteerde meteen. Randjes apart, lucht apart, water apart, rest in het midden. Ze deed het snel en zonder overleg en toen ze klaar was zag de tafel er zo georganiseerd uit dat ik even dacht dat het meeviel.
Bram sorteerde ook. Bram sorteerde op kleur, en niet op de kleur die op de puzzel te zien is maar op de kleur die híj mooi vindt. Hij had na tien minuten een stapeltje van veertig stukjes die volgens hem bij elkaar hoorden. Ze hoorden niet bij elkaar. Dat heeft hij pas op dag vier geaccepteerd.
Loes zat op de knieën op een stoel en legde stukjes op andere stukjes. Ze zei er telkens “ja” bij. Dat was haar hele bijdrage en het was de leukste.
Dag twee tot vier: de lucht
Er is bij elke puzzel een moment waarop je beseft dat je een fout hebt gemaakt bij het kopen. Bij ons was dat op dag twee, toen bleek dat ongeveer een derde van deze puzzel uit lucht bestaat. Grijze lucht. Winterse lucht, met heel subtiele verschillen die op de doos charmant zijn en op tafel misdadig.
Thijs is doorgegaan waar ik ben afgehaakt. Hij deed het zoals hij alles doet: hij zei niks, ging zitten, en was er anderhalf uur later nog. Op een gegeven moment kwam ik de kamer in en had hij een strook lucht van dertig stukjes af en hij keek op met een blik die ik alleen ken van de keer dat hij de schuurdeur eindelijk recht kreeg.
Ondertussen aten we aan de bar. Dat betekent bij ons: Loes op de hoge kruk waar ze steeds vanaf glijdt, Bram staand, Fenna op de derde kruk met haar bord scheef. Zes avonden. Ik heb er niks van gezegd omdat ik degene was die had gezegd dat we hem niet gingen opruimen.
Wie er hoe puzzelt, en wat dat over ze zegt
Ik heb daar die week meer over nagedacht dan gezond is, maar als je zes dagen lang met vijf mensen om dezelfde tafel hangt ga je vanzelf kijken.
Fenna puzzelt met een plan. Ze pakt geen stukje op om te kijken of het past — ze weet welk stukje ze zoekt en dan zoekt ze net zo lang tot ze het heeft. Ze kan daar twintig minuten aan besteden zonder één keer iets anders te proberen. Als ze het vindt zegt ze niks. Ze legt het erin en gaat door.
Thijs puzzelt zoals hij klust: zonder overzicht, met eindeloos geduld, en met een resultaat dat achteraf klopt zonder dat je kunt reconstrueren hoe.
Bram puzzelt niet. Bram komt langs. Hij legt drie stukjes, waarvan er één past en dat is dan meteen zijn beste moment van de dag, en dan gaat hij weer weg om terug te komen als niemand op hem zit te wachten. Zeven jaar. Hij houdt niks vol wat hij niet zelf verzonnen heeft, en ik ben er dit jaar mee opgehouden daar iets van te vinden.
En ik puzzel op de manier waarop ik alles doe: heel fanatiek gedurende veertig minuten en daarna helemaal niet meer.
De drie ruzies, eerlijk opgeschreven
De eerste was op dag drie en ging tussen Fenna en Bram over een stukje dat Bram had gepakt en Fenna nodig had. Ze had gelijk. Hij had het al vast. Dat is het hele conflict en het duurde twintig minuten.
De tweede was tussen mij en Thijs en ging niet over de puzzel. Hij ging over de puzzel zoals ruzies over de afwas nooit over de afwas gaan. Ik zei iets over dat er nergens meer ruimte was in dit huis en hij zei “hm” en dat was voldoende. Anderhalf uur later stonden we samen bij het aanrecht en was het weg.
De derde was op dag vijf en die was van mij alleen. Er ontbrak een stukje. Middenin, in een dak, een rood stukje met een schuine rand. Ik heb onder de tafel gelegen, achter de radiator gevoeld, de plinten afgetast en tegen niemand in het bijzonder gezegd dat het typisch was, dat het altijd zo gaat, dat er in dit huis nooit iets compleet blijft.
“Mama, je praat tegen de vloer.” “Dat weet ik, Fenna.”
Het stukje lag in de la met de batterijen en de kaarsjes en de schroevendraaier die niet in de schuur past. Loes had het daar in gedaan. Waarom weet niemand, ook Loes niet, want toen ik het haar vroeg zei ze “ja”.
Dag zes: af, en dan meteen jammer
Vanochtend is hij afgekomen. Bram mocht het laatste stukje leggen omdat hij daar op dag één al om had gevraagd en het al die tijd had onthouden, wat me meer zei over Bram dan de hele puzzel.
Hij legde het erin. We keken er alle vijf naar. Duizend stukjes, een bevroren vaart, een grijze lucht die veel te veel tijd had gekost.
En toen was het meteen een beetje jammer.
Dat is het rare van zoiets. Zes dagen lang was er in de woonkamer een reden om te blijven zitten. Niet omdat er iets gebeurde, maar omdat er iets lag. Ik ben in die week vaker naast mijn tienjarige gaan zitten dan in de hele december ervoor, en we hebben niet één belangrijk gesprek gevoerd. We zaten gewoon naast elkaar naar een vaart te kijken die er nog niet was.
De puzzel ligt nu nog op tafel. Thijs zei vanochtend dat hij er misschien lijm voor moest halen. Dat meende hij niet, denk ik.
Maandag begint de school weer. Dan mag hij terug in de doos, en dan gaat de doos naar zolder, en dan is het weer januari zoals januari hoort te zijn: leeg en lang en helemaal van jezelf.
Vragen die ik hierover kreeg
Vanaf welke leeftijd kun je met kinderen aan een grote puzzel beginnen?
Bij ons doet de zevenjarige gewoon mee, maar dan wel op zijn eigen manier. Hij zoekt geen vorm, hij zoekt kleur, en hij houdt het ongeveer twintig minuten vol. De tienjarige puzzelt strategischer dan ik. De tweejarige mag stukjes aangeven en dat is haar hele rol, en dat werkt prima zolang niemand doet alsof het echt helpt.
Waar laat je zo'n puzzel als je aan tafel moet eten?
Wij hebben de puzzel gewoon op de eettafel laten liggen en zes dagen lang aan de bar en op schoot gegeten. Dat klinkt onhandiger dan het was. Als je hem elke avond opruimt begin je er de volgende dag niet meer aan, dus dan kun je er net zo goed niet aan beginnen.
5 reacties
-
Sandra ·
Tip voor volgend jaar: koop een vilten puzzelrol of leg hem op een groot stuk karton. Kun je hem oprollen of onder de bank schuiven als je wel aan tafel wilt eten. Wij doen dat al jaren en het scheelt echt gedoe.
Merel schrijft dit blog
Ik weet het, Sandra, en ik denk het elk jaar op dag drie. En dan is het weer januari en lig ik weer op de vloer te zoeken.
-
Bas ·
Eerlijke vraag: is zes dagen niet gewoon te lang voor iets wat drie ruzies oplevert? Ik zeg het zonder oordeel, ik vraag me het echt af.
-
Wendy ·
Wij hebben er ook een gedaan tussen kerst en oud en nieuw en het was zo gezellig. Behalve die ene avond dan. Maar verder echt heel gezellig.
-
Els ·
Beste Merel, ik las je stuk vanochtend met de thee erbij en moest denken aan de winters bij ons thuis, toen mijn vader elk jaar een puzzel kocht die niemand wilde maken en die hij dan zelf in zijn eentje afmaakte in februari. Hij zei er nooit iets over. Hartelijke groet.
Merel schrijft dit blog
Wat een mooi beeld, Els. Ik denk dat er in elk gezin zo'n vader is geweest.
-
Nienke ·
Ik ben blij dat ik er niet bij was.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
De zondag waarop we niets deden en iedereen ontevreden was
Ik had me verheugd op een dag zonder plannen. Om kwart over tien zat er al iemand te huilen om een stift en wist ik dat het niet ging lukken.
Bram las vier zinnen voor bij de kerstviering en ik stond achterin
In september wilde hij zijn leesboekje niet eens open doen. Donderdagavond stond hij in het donker van de aula met een papier in zijn hand en las hij hardop voor.
Mijn zus kwam logeren in de saaiste week van het jaar
Nienke komt normaal in mei of met kerst. Nu kwam ze op een grijze zaterdag in januari, zonder plan en zonder reden, en dat bleek precies het goede moment.