Mijn zus kwam logeren in de saaiste week van het jaar
Nienke komt normaal in mei of met kerst. Nu kwam ze op een grijze zaterdag in januari, zonder plan en zonder reden, en dat bleek precies het goede moment.
Ze belde op woensdag en vroeg of ze zaterdag kon komen. Ik vroeg waarvoor. Ze zei: “Nergens voor.”
Dat was even wennen, want mijn zus komt met kerst, ze komt in mei, ze komt als er iemand jarig is en ze komt als er iets aan de hand is. Ze komt niet op een willekeurige zaterdag in januari, want in januari zit iedereen in zijn eigen huis te wachten tot het maart is.
Ze is zaterdag om kwart over drie gekomen met een weekendtas, een fles wijn en een tas met dingen voor de kinderen die ze onderweg bij een station heeft gekocht en waarvan Bram er twee onmiddellijk kapot heeft gemaakt.
Wat de leuke tante wel is en niet is
Nienke is vierendertig, woont in Utrecht, heeft geen kinderen en is de leuke tante. Ze weet dat ook. Ze speelt er zelfs een beetje mee — ze komt binnen en er verandert iets in het geluidsniveau van dit huis dat ik niet kan reproduceren.
Wat ze doet is dit: ze gaat op de grond zitten. Dat is het hele geheim. Ze komt binnen, ze zegt hallo tegen mij en Thijs, en dan gaat ze op de vloer in de woonkamer zitten en dan wachten de kinderen niet eens tot ze klaar is met haar jas.
Loes klom binnen twee minuten op haar schoot en is daar de rest van de middag min of meer gebleven. Loes is twee en praat pas sinds kort echt, maar dan meteen in hele zinnen, en ze heeft Nienke een verhaal verteld dat volgens mij over de laars ging en volgens Nienke over een boot.
Bram liet zijn stenen zien. Alle stenen. Ik weet niet precies hoeveel het er zijn maar het duurde veertig minuten en Nienke heeft van elke steen gevraagd waar hij vandaan kwam. Ik doe dat niet meer. Ik heb dat een halfjaar volgehouden en toen ben ik gaan knikken.
En Fenna, die tien is en de laatste tijd bij bezoek in de deuropening blijft hangen alsof ze nog niet weet of ze meedoet, ging na een uur naast haar op de bank zitten. Ze heeft haar het blaadje laten zien. Dat blaadje over de bedtijd, van vorige week.
Nienke las het en zei: “Punt drie is je sterkste.” En Fenna knikte alsof ze dat zelf ook al wist maar dat het fijn was dat iemand het bevestigde.
Ik moest daar even van slikken en heb toen thee gezet die niemand had gevraagd.
Zaterdagavond, zonder plan
We hebben niks gedaan. Dat is niet bescheidenheid, dat is letterlijk het programma geweest.
Thijs heeft gekookt, met te veel pannen zoals altijd — hij maakt iets met kip en rijst waarvoor hij naar mijn idee drie pannen nodig heeft en hij gebruikt er zes. De puzzel was inmiddels van tafel dus we aten gewoon weer aan de eettafel, en dat voelde na zes dagen aan de bar bijna feestelijk.
Om acht uur lagen de kleintjes boven. Fenna mocht tot half negen op haar kamer lezen, wat sinds vorige week officieel mag, en ze heeft daar geloof ik geen minuut van verspild.
Wij zaten met zijn drieën in de kamer. Thijs deed niks en zei niks, wat bij hem een vorm van gezelligheid is die je moet leren herkennen. Op een gegeven moment is hij naar de schuur gegaan om even te kijken en toen was hij drie kwartier weg, en Nienke keek me aan en zei niks en we hebben allebei gelachen.
En toen vroeg ze het.
“En hoe is het nou echt met jou?”
Ze vraagt dat een keer per bezoek en ze vraagt het altijd als er niemand bij is en altijd op een moment dat je het niet ziet aankomen.
Wat ik heb gezegd
Dat het goed gaat. En dat is ook zo.
En daarna dat ik het rare van januari is dat er niks aan de hand is en dat ik me toch zwaar voel. Dat ik drie dagen naar Zwolle rijd en daar werk doe waar ik best goed in ben en waar ik weinig van meeneem naar huis. Dat ik hier vier maanden lang elke avond met Bram over een leesboekje heb gevochten en dat dat afgelopen zondag ineens vanzelf ging, en dat ik toen niet blij was maar moe.
Dat ik een lijstje heb gemaakt van dingen die ik wil houden en dat ik het lijstje kwijt ben.
Ze zei daar niet zo veel op. Dat is haar tweede talent. Ze zei op een gegeven moment: “Je hebt hier ook gewoon een heel druk huis, Meer.” En dat was het.
We hebben daarna tot half twaalf zitten praten over dingen die er niet toe deden. Over de badkamer, waar we ooit iets mee moeten. Over of ik mijn haar ga laten knippen. Over een vriendin van de opleiding die niemand van ons meer spreekt.
Waarom januari eigenlijk het goede moment is
Ik heb daar zondagochtend over nagedacht terwijl zij nog sliep en ik in de keuken stond.
Als Nienke met kerst komt, komt ze in een huis waar iets aan de hand is. Er moet gegeten worden op een tijdstip, er zijn cadeaus, er is mijn moeder, er is een programma. Dan zien we elkaar wel maar spreken we elkaar eigenlijk niet. Ik ben de hele dag bezig en zij is de leuke tante en dat gaat prima, en dan is het weer voorbij.
In mei is het buiten. Dan is er altijd wel iemand die iets wil. Ook fijn, ook niet hetzelfde.
Maar op een zaterdag in januari is er niks. Er is geen aanleiding, dus er is ook niks dat verstoord kan worden. Alleen een huis waar het om vier uur al donker is en waar niemand iets te doen heeft.
Dat is precies genoeg tijd om over onbelangrijke dingen te praten. En over onbelangrijke dingen praten is, ben ik gaan denken, wat mensen doen die elkaar echt kennen. De belangrijke dingen bewaar je voor iemand die je één keer per jaar spreekt.
Zondag om twaalf uur was ze weg
Ze heeft geslapen op de logeermatras in de kamer van Loes, die inderdaad ouder is dan mijn oudste dochter en waarvan ze elk bezoek iets zegt. Loes is om half zeven wakker geworden en heeft haar toen gewekt door haar aan haar haar te trekken.
Zondagochtend heeft mijn moeder gebeld en toen ze hoorde dat Nienke er was, moest ze haar ook nog even spreken, en toen duurde het gesprek dubbel zo lang.
Om twaalf uur stond ze bij de deur met haar tas. Bram gaf haar een steen mee. Niet zomaar een steen — hij heeft er echt over nagedacht, hij is drie keer terug naar boven gegaan.
Ze zei bij de deur: “Ik kom in februari weer.”
Ik zei dat dat niet hoefde. Ze zei dat ze dat wel wist.
Nu is het dinsdag. Het huis is weer normaal, de matras staat weer tegen de muur, en op de vensterbank in de keuken ligt de steen die Bram uiteindelijk niet heeft meegegeven omdat hij zich bedacht.
Zo saai was januari dus niet.
5 reacties
-
Ingrid ·
Wat mooi geschreven, dit. Ik heb zelf twee zussen en we zien elkaar eigenlijk alleen als er iets is. Een verjaardag, een begrafenis, iets met de kinderen. Ik ga er nog eens over nadenken of dat wel moet. Dank je wel voor dit stuk, ik heb er de hele ochtend aan gedacht.
Merel schrijft dit blog
Dank je, Ingrid. Dat van alleen als er iets is, dat was bij ons ook zo geworden zonder dat we het hadden besloten.
-
Nienke ·
Je hebt de logeermatras verkeerd beschreven. Hij is niet oud, hij is vijandig. Verder klopt het.
Merel schrijft dit blog
Genoteerd. Ik ga niet zeggen dat ik er iets aan doe.
-
Hanneke ·
Die zin over de leuke tante die weet dat ze de leuke tante is. Ik heb er zo een in de familie en ik ben er jaloers op geweest tot ik doorhad dat zij op zondagavond in een leeg huis terugkomt. Sindsdien nodig ik haar vaker uit.
-
Yvonne ·
Doen jullie dan echt helemaal niks als ze komt? Geen uitje, geen restaurant? Ik zou me verplicht voelen om iets te organiseren.
Merel schrijft dit blog
Echt helemaal niks, Yvonne. We hebben één keer een uitje geprobeerd en dat was de minst geslaagde keer.
-
Wendy ·
Wat leuk dat de kinderen zo genoten hebben van hun tante. Die band is echt goud waard.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Mijn zus blijft een nacht en het hele huis draait om
Nienke komt uit Utrecht, heeft geen kinderen en weet precies hoe je de leuke tante bent. Ik ben blij als ze komt en opgelucht als ze weg is.
Wie er in juli op de kinderen let staat op een briefje in de keuken
Zes weken vakantie, drie werkdagen per week en een dochter van elf die vindt dat ze het zelf kan. Zo hebben we de eerste helft van de zomer dichtgetimmerd.
De nieuwe kalender hing tien minuten en was al te klein
Zaterdagochtend hebben we het jaar op de muur gezet. Binnen een kwartier stonden er zoveel data in maart dat we het vakje moesten laten doorlopen naar april.