De zin waarmee ik ruzie met mijn oudste altijd erger maakte
Fenna kan drie dagen boos blijven en dan ineens niet meer. Ik heb jarenlang precies het verkeerde gezegd, en het duurde tot deze zaterdag voor ik het doorhad.
Zaterdagochtend, half tien. Fenna staat in de deuropening van de keuken met haar armen langs haar lichaam en zegt dat ik haar T-shirt heb gewassen terwijl ze had gezegd dat dat niet mocht.
Ze heeft dat inderdaad gezegd. Ik was het vergeten.
En toen zei ik het weer. De zin. Ik hoorde hem uit mijn eigen mond komen en ik wist meteen dat het fout was en hij was al weg.
“Ach joh. Het is toch niet zo erg.”
Wat er dan gebeurt
Er gebeurt niks. Dat is het.
Fenna kijkt me aan, draait zich om, en loopt naar boven. Ze doet de deur niet hard dicht, want ze slaat nooit met deuren. Ze doet hem gewoon dicht, wat op de een of andere manier erger is.
En dan is het drie dagen stil.
Niet dramatisch stil. Ze komt eten, ze zegt goedemorgen, ze doet haar huiswerk. Maar er zit een laag glas tussen ons in en daar praat je niet doorheen. Ik weet inmiddels dat ik daar niet tegenaan moet duwen, want dan wordt het dikker.
En dan, op de derde dag, komt ze de kamer in met een vraag over iets totaal anders. Of we nog hagelslag hebben. Of ik weet hoe je dat ene woord schrijft. En dan is het over. Zomaar. Zonder gesprek, zonder sorry, zonder dat er iets is opgelost.
Ik heb daar jaren over lopen mopperen. Nu denk ik: misschien is dat gewoon hoe zij het doet.
Waarom die zin niet werkt
Ik zeg “het is toch niet zo erg” omdat ik wil dat het niet zo erg is. Voor haar, maar eerlijk gezegd vooral voor mij. Ik wil dat het weer goed is, snel, en die zin is de kortste route die ik ken.
Maar wat ik in feite zeg is: jouw gevoel klopt niet.
En daar kan een kind van tien niks mee. Ze voelt wat ze voelt. Als ik zeg dat het niet erg is, dan heeft ze nu twee problemen: het shirt, en het feit dat haar moeder het niet snapt. Dat tweede probleem heb ik er zelf bij gedaan.
Ik heb daar deze week over nagedacht, in de auto naar Zwolle, en ik heb geprobeerd te bedenken wat ik zelf wil horen als ik chagrijnig ben. Niet dat het meevalt. Nooit dat het meevalt. Ik wil horen dat iemand het ziet.
Wat ik nu probeer
Ik ga niks beloven, want ik ken mezelf. Maar ik heb drie dingen die ik nu probeer en ik schrijf ze hier op zodat ik ze terug kan lezen.
- Eerst benoemen wat er is. Niet oplossen. Alleen zeggen: je bent boos omdat ik je shirt gewassen heb terwijl je had gezegd dat het niet mocht. Meer niet. Dat voelt heel raar om te doen en het helpt onwaarschijnlijk goed.
- Toegeven dat ik het verpest heb, zonder eromheen. Niet “ja maar het lag in de wasmand”. Dat lag het namelijk ook, en het doet er niet toe.
- Haar de drie dagen geven. Niet elke avond vragen of het al goed is. Dat is mijn ongeduld en niet haar probleem.
Dat derde punt is het moeilijkste. Ik wil dingen af hebben. Ik ben iemand die een lijstje maakt en dan de dingen wil doorstrepen, ook als het over mijn eigen dochter gaat, en dat is misschien het minst charmante wat ik hier ooit over mezelf opschrijf.
Zondagmiddag
Het was deze keer geen drie dagen. Het was er anderhalf.
Zondagmiddag zat ze op de bank met een boek en ik ging naast haar zitten en zei niks. Ik zei echt niks. Dat was mijn hele plan.
Na een tijdje zei ze, zonder op te kijken:
“Het was ook niet echt het shirt.”
Ik heb gevraagd wat het dan wel was en ze zei dat ze het niet wist en dat ze het misschien later zou zeggen. Toen las ze verder.
Er is dus iets, en ik weet niet wat, en ze vertelt het als ze eraan toe is. Ik heb bijna gezegd dat ze het altijd mag vertellen, maar dat weet ze en het klinkt als een aansporing en dus heb ik mijn mond gehouden.
We hebben daarna nog een half uur naast elkaar gezeten. Zij las, ik deed alsof ik iets op mijn telefoon deed.
Ik heb het shirt trouwens nog een keer gewassen. Het was toch al nat.
4 reacties
-
Ingrid ·
Wat schrijf je dit mooi op. Ik moest denken aan mijn eigen dochter, die ook zo kon zijn, en die nu zelf een dochter heeft die precies hetzelfde doet. Dat is toch bijzonder. Ik heb het haar nooit durven zeggen dat ik het herkende, want zij dacht dat het aan haar lag.
Merel schrijft dit blog
Zeg het maar wel een keer tegen haar. Ik denk dat ze het graag hoort.
-
Bas ·
Nuchtere vraag: is drie dagen boos blijven niet gewoon lang? Ik zeg het niet om vervelend te doen, ik vraag het echt. Bij ons is het binnen een uur over en ik weet niet of dat beter is.
-
Sandra ·
Wat bij ons werkte: niet praten maar iets samen doen waarbij je naast elkaar zit en niet tegenover elkaar. Afwassen, autorijden, wandelen. Praten gaat dan vanzelf en anders niet, en dat is ook prima.
-
Marjolein ·
Die zin. Ik hoor mezelf het zeggen terwijl ik dit lees. Het is toch niet zo erg. Alsof je met een deken over iets heen gooit dat nog beweegt.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Ik heb deze week drie keer ja gezegd waar ik nee bedoelde
Een tent in de woonkamer, patat op donderdag en een kip. Drie keer gaf ik toe, en achteraf snap ik van maar één daarvan waarom.
Onze schermtijdregel hield het drie dagen vol
Maandag hadden we een duidelijke afspraak over de tablet. Donderdag was die er niet meer, maar wel iets dat beter werkt. Al weet ik niet of ik dat mag zeggen.
Op mijn 39e vroeg ik eindelijk wat ik wilde hebben
Ik leer mijn kinderen al jaren dat ze mogen zeggen wat ze willen. Zelf zei ik altijd hoeft niet hoor. Vandaag ben ik jarig en heb ik het toch opgeschreven.