Ik heb deze week drie keer ja gezegd waar ik nee bedoelde
Een tent in de woonkamer, patat op donderdag en een kip. Drie keer gaf ik toe, en achteraf snap ik van maar één daarvan waarom.
Vrijdagavond stond er een tent in onze woonkamer. Niet figuurlijk. Een echte, van twee stoelen, de waslijn, een dekbedovertrek en de plaid van de bank. Hij stond er tot zondag.
Ik heb hem toegestaan op donderdagavond om tien over zeven, in een moment waarvan ik nu weet dat het het zwakste moment van mijn week is.
De drie keer
Eén. De tent.
Bram vroeg het op het moment dat ik met een pan in mijn hand stond en Loes achter mij aan mijn broek trok. Ik zei ja voor ik had geluisterd. Dat is een techniek die hij inmiddels perfect beheerst en die ik hem zelf heb aangeleerd door consequent te reageren op geluid in plaats van op inhoud.
De tent moest volgens de afspraak vrijdag weer weg. Hij ging zondag weg. En eerlijk: er is in die drie dagen meer samen gespeeld in dit huis dan in de hele week ervoor. Fenna heeft er anderhalf uur in gelegen met een boek terwijl Loes naast haar zat. Dat gebeurt verder nooit.
Twee. Patat op donderdag.
Donderdag is bij ons een lange dag. Ik werk, Thijs komt laat uit Deventer, en het eten wordt dan iets wat we naar binnen werken tussen twee andere dingen door.
Fenna vroeg of we patat konden halen. Ik zei nee. Ze zei niks terug, en dat is bij haar erger dan doorzeuren. Tien minuten later stond ik in de gang mijn jas aan te trekken.
Dit is de enige van de drie waar ik echt een ongemakkelijk gevoel bij hou. Niet vanwege de patat. Vanwege het feit dat ik nee zei, en dat mijn nee toen niks bleek te betekenen, en dat zij dat nu weet.
Drie. De kip.
Ik heb ja gezegd tegen een kip.
Niet definitief. Maar ik heb, in een gesprek dat begon bij de tuin en de plantjes van mijn vader, tegen Bram gezegd dat we “erover na zouden denken”. En Bram is zeven en voor hem is erover nadenken hetzelfde als ja.
Hij heeft inmiddels een naam. De kip die er niet is heet Bertus.
Wat het verschil is
Ik heb er zaterdagochtend over nagedacht, zittend in de tent, want dat kon nog net.
De tent was een goede ja. Niet omdat het handig was, maar omdat er niks tegen was behalve dat het rommel is. Ik zei eerst bijna nee uit gewoonte, want de woonkamer moet er ‘s avonds normaal uitzien, en voor wie eigenlijk.
De patat was een slechte ja. Niet vanwege het eten, maar omdat ik eerst nee had gezegd. Als ik gewoon meteen ja had gezegd, was er niks aan de hand geweest.
En de kip is nog geen ja. Dat is een uitgesteld nee dat ik niet durfde te zeggen omdat het zo’n leuk plan was en omdat hij zo blij keek. Dat is de laffe variant en dat is de variant waar ik me het slechtst bij voel.
Er zit nog iets onder, en dat is minder charmant. Ik geef vaker toe op de dagen dat ik gewerkt heb.
Dat is me deze week pas opgevallen omdat het toevallig drie keer op donderdag en vrijdag viel. Ik kom thuis uit Zwolle met het gevoel dat ik iets in te halen heb, en dan is ja zeggen de snelste manier om dat gevoel weg te krijgen. Niet voor hen. Voor mij.
Dat vind ik een vervelende zin om op te schrijven en hij staat er nu.
Wat ik er nu mee doe
Ik ga niet minder toegeven. Dat lukt me toch niet en ik geloof er ook niet echt in.
Wat ik wel probeer, en dit is klein: even wachten voor ik nee zeg. Drie tellen. Kijken of mijn nee ergens over gaat of dat hij er alleen maar is omdat ik moe ben en omdat het half acht is.
En als ik dan nee zeg, is het nee. Ook als ze niks terugzeggen. Vooral als ze niks terugzeggen.
Over de kip praten we dit weekend. Thijs is voor, wat ik niet had zien aankomen, en dat maakt het een heel ander gesprek dan ik in gedachten had.
5 reacties
-
Hanneke ·
De kip. Ik kon niet meer bijkomen. Wij hebben ooit ja gezegd tegen een cavia op precies zo'n moment, op een dinsdagavond met een verkoudheid in huis, en die cavia heeft zeven jaar geleefd. Zeven. Dat is langer dan de meeste voornemens.
Merel schrijft dit blog
Zeven jaar. Ik ga dit aan Thijs voorlezen, hij heeft die kip namelijk nog niet definitief afgeschoten.
-
Bas ·
Ik ben het maar half met je eens. Als je van tevoren weet dat je bij herhaling toegeeft, is de vraag niet of je zwak bent maar of je regel wel klopte. Sommige regels zijn er alleen omdat ze er altijd al waren.
-
Nadia ·
Ik geef veel te vaak toe en ik voel me daar rot over. Dit stuk hielp, vooral het idee dat je achteraf kunt bedenken waarom. Ik ga dat proberen, want nu blijft het gewoon een vaag schuldgevoel dat elke avond terugkomt.
-
Peter ·
Patat op donderdag is geen toegeven. Dat is beleid.
-
Karin ·
JIJ EN JE TENT. Je hebt me hier drie spraakberichten over gestuurd en in geen enkele klonk je alsof je er spijt van had.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Bram mag zeven kinderen vragen en hij heeft er negentien op
Donderdag wordt hij zeven. Het lijstje met genodigden bevat inmiddels de hele klas, twee buren en iemand van de voetbal die hij een keer heeft gezien.
De aprilgrap van Bram liep anders af dan hij dacht
Hij oefende zijn grap drie dagen op mij. Op school geloofde bijna niemand hem, behalve die ene jongen die er verdrietig van werd. Toen kwam hij thuis.
De zin waarmee ik ruzie met mijn oudste altijd erger maakte
Fenna kan drie dagen boos blijven en dan ineens niet meer. Ik heb jarenlang precies het verkeerde gezegd, en het duurde tot deze zaterdag voor ik het doorhad.