Woensdag is de dag waarop bij ons alles net niet past
Op papier is woensdag mijn vrije dag. In de praktijk is het de dag met de meeste deuren, de meeste tassen en de kortste lunch van de week.
Om twintig voor vier op woensdag sta ik in de keuken een halve boterham te eten die ik voor Loes had gesmeerd. Ze wilde hem niet meer. Ik eet hem staand, met mijn jas al aan, terwijl ik met mijn andere hand een dansschoen zoek die volgens Fenna in de gang zou liggen en die daar dus niet ligt.
Dat is woensdag. Precies dat moment, elke week opnieuw.
Op papier heb ik vrij
Ik werk drie dagen bij het bureau in Zwolle. Maandag, dinsdag, donderdag. Woensdag en vrijdag ben ik thuis, en dat noemen mensen dan mijn vrije dagen, en ik zeg dat dan ook zo, want het is korter dan de waarheid.
De waarheid is dat woensdag de enige dag is waarop alle vijf de mensen in dit huis iets hebben, en dat het net niet past.
De school is om kwart over twaalf uit. Alle drie tegelijk, want Loes gaat op woensdag naar de peuterspeelzaal en die stopt op hetzelfde moment maar aan de andere kant van het gebouw. Ik heb geleerd dat je dan het beste bij het hek van de kleuters kunt gaan staan, want Fenna komt zelf wel naar de fiets en Bram komt nergens uit zichzelf.
Voetbaltraining van Bram begint om kwart voor vier, bij het veld. Streetdance begint om vier uur, in de zaal aan de andere kant van het dorp, en duurt tot vijf. Daartussen zit precies genoeg tijd om iets te eten, iets te vergeten en één keer je stem te verheffen.
Wat er tussen kwart over drie en vier uur gebeurt
Ik heb het een keer opgeschreven omdat ik wilde weten waar de tijd blijft. Dit stond er:
- 15.15 uur — ik zeg dat we over een half uur weg moeten. Iedereen zegt ja en niemand komt in beweging.
- 15.24 uur — Bram vindt één voetbalsok. De andere ligt in de tuin, om een reden die hij uitlegt en die ik niet volg.
- 15.31 uur — Loes wil haar laars aan en die staat boven.
- 15.36 uur — Fenna vraagt waar haar dansspullen zijn. Ik zeg dat die in haar tas zitten. Ze zegt dat ze dat al gekeken heeft. Ze heeft dat niet gekeken.
- 15.40 uur — ik eet een halve boterham die niet van mij is.
- 15.48 uur — Bram afgezet bij het veld, drie minuten te laat, wat bij voetbal niets is.
- 15.58 uur — Fenna afgezet bij de zaal, twee minuten voor tijd.
Drieënveertig minuten voor twee kinderen en twee adressen. Ik denk elke week dat het meer is.
De tas staat altijd al in de gang
Dat is het gekke. We hebben het systeem. De tas met dansspullen staat op dinsdagavond al in de gang, klaar, want dat hebben we in oktober bedacht en het werkte.
En toch is er elke woensdag iets. Niet de tas zelf, maar iets in de tas. De schoenen die eruit gehaald zijn omdat ze in de wasmand moesten. Het flesje dat op het aanrecht is blijven staan. De haarelastiekjes, waarvan er in dit huis ergens tweehonderd moeten zijn en waarvan er op woensdagmiddag nul zijn.
Fenna is tien en doet dit inmiddels grotendeels zelf. Ze pakt haar tas, ze kijkt op de klok, ze zeurt niet. Maar ze heeft één blinde vlek en dat zijn de dingen die uit de tas zijn gehaald door iemand anders. Die bestaan voor haar niet meer.
Ik zeg dan: heb je gekeken. Zij zegt: ja. En dan kijk ik en dan is het er niet, en dan hebben we allebei gelijk gehad en zijn we allebei chagrijnig.
Wat ik op woensdag niet doe
Er is een lijstje van dingen waarvan ik jarenlang dacht dat ik ze op woensdag zou doen, omdat ik immers vrij ben.
De was opvouwen. De administratie. Eén keer per maand met Karin bellen in plaats van spraakberichten van vier minuten sturen. Iets aan de tuin. Een half uur hardlopen, want ik ben in januari weer begonnen en ik ben in februari weer gestopt en dat gaat zo al een paar jaar.
Wat ik wel doe op woensdag: rijden. Zoeken. Broodjes smeren die maar half opgaan. En daarna langs de kant van een voetbalveld staan met andere ouders praten over hoe koud het is, wat op zichzelf niet vervelend is maar wat ik niet zou kiezen als iemand het me zou vragen.
Ik heb dit een keer tegen Thijs gezegd, in een niet heel geduldige toon. Hij vroeg wat ik dan wilde. Ik zei: dat weet ik niet, iets van mezelf. Hij zei dat dat dan misschien niet op woensdag moest.
Daar heb ik toen niks op teruggezegd, want dat is een van die opmerkingen waar je pas drie dagen later iets aan hebt.
Bram wacht op de bank en dat is het probleem niet
Om kwart over drie moet Bram naar het veld. Hij is zeven, hij zit in groep 3, hij voetbalt sinds september bij de kleinsten en hij vindt het het leukste wat er is, en toch moet ik hem elke woensdag drie keer vragen om zijn schoenen aan te doen.
Niet omdat hij niet wil. Omdat hij een verhaal aan het vertellen is.
Bram vertelt verhalen die nergens eindigen. Ze beginnen met iets wat op school gebeurd is en dan komt er een jongen in voor die iets zei en dan is er een tussenstuk over een dinosaurus en dan blijkt het uiteindelijk te gaan over een sticker die hij wil ruilen. Als je hem onderbreekt begint hij opnieuw. Dat heb ik uitgetest. Twee keer.
Dus ik luister, met mijn autosleutels in mijn hand, en ik kijk over zijn hoofd heen naar de klok, en ik weet dat dat rot is en ik doe het toch.
Op een dag vertelt hij dat verhaal aan iemand anders. Dat weet ik ook.
Om half zes zijn we thuis. Thijs komt binnen uit Deventer, ruikt dat er niks op staat, en zegt niks, en dat is wel zijn beste eigenschap.
Woensdagavond eten we altijd hetzelfde. Pasta met wat er is. Niemand vraagt erom, niemand klaagt erover, het is er gewoon. Vier jaar geleden begon dat als noodgreep en inmiddels is het traditie, en volgens mij is dat hoe de meeste tradities in dit huis ontstaan zijn.
Loes valt om zeven uur op de bank in slaap met een stuk pasta in haar hand.
Ik ga zitten. Ik heb de hele dag niks afgemaakt en iedereen is waar hij moet zijn.
Volgende week weer.
5 reacties
-
Hanneke ·
Ik lees dit met mijn oudste van zeventien op de bank naast me die nu zelf fietst en zelf kookt en zelf weg is voor ik het doorheb. Het gaat over, dat woensdaggevoel. Alleen niet snel. Sterkte, en geniet ondertussen van die boterham om twintig voor vier.
Merel schrijft dit blog
Twintig voor vier is inderdaad het gouden moment. Dank je Hanneke, ik hou het vast.
-
Nadia ·
Ik heb er twee en ik loop al vast op de woensdag. Hoe doe je dat met drie? Ik meen het serieus, ik sta elke week weer te kijken naar mijn eigen agenda alsof iemand anders hem gevuld heeft.
-
Wendy ·
Die zin over de tas die al in de gang staat! Zo herkenbaar! Bij ons staat hij er ook altijd al en toch vergeten we hem!
-
Peter ·
Woensdag is hier ook de dag dat we allemaal iets vergeten. Meestal ik.
-
Karin ·
Je hebt me vorige week woensdag om 11.42 uur een spraakbericht gestuurd van vier minuten waarin je alleen maar zei dat je geen tijd had. Ik heb hem bewaard.
Merel schrijft dit blog
Dat spraakbericht is het bewijsmateriaal van dit hele stuk. Verwijderen mag niet meer.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Loes is drie en heeft nog steeds maar één laars aan
Onze jongste werd vandaag drie. Ze praatte een jaar lang nauwelijks en zegt nu hele zinnen, meestal over dingen die ze niet wil.
De week waarin ons weekbord vier keer werd uitgeveegd
Op de koelkast hangt een bord waarop staat wie waar moet zijn. Deze week klopte er op woensdagavond helemaal niets meer van, en dat bleek geen probleem.
De klok ging een uur vooruit en dit huis heeft dat niet geaccepteerd
Zondagnacht verzette de tijd zich een uur en sindsdien klopt er niks meer. Het licht buiten heeft het gewonnen van elke afspraak die wij ooit gemaakt hebben.