Op mijn 39e vroeg ik eindelijk wat ik wilde hebben
Ik leer mijn kinderen al jaren dat ze mogen zeggen wat ze willen. Zelf zei ik altijd hoeft niet hoor. Vandaag ben ik jarig en heb ik het toch opgeschreven.
Er lag een briefje op tafel toen ik gisterochtend beneden kwam, met het handschrift van Bram, en er stond op: wat wil jij hebben mama je moet het gwoon zeggen.
Onderaan stond een vakje. Met een lijntje eronder, zodat ik het kon invullen.
Vandaag ben ik 39 geworden. Op een zondag, wat betekent dat mijn moeder om kwart over negen belde en meteen vroeg of ik al taart had.
Wat ik altijd zeg als iemand het vraagt
“Hoeft niet hoor.”
Dat is het. Dat is mijn antwoord al ongeveer twintig jaar. Op de vraag wat ik wil hebben voor mijn verjaardag, met kerst, met sinterklaas. Hoeft niet hoor, ik heb alles, doe maar iets kleins, verzin maar wat.
Ik heb altijd gedacht dat dat bescheiden was. En misschien is dat het ook een beetje. Maar wat het vooral is, dat weet ik sinds gisteren wat scherper, is een manier om buiten schot te blijven. Als je niks vraagt, kun je niet teleurgesteld worden. En als niemand weet wat je wilt, hoeft niemand er moeite voor te doen, en hoef jij niet te bedenken of je die moeite waard bent.
Ik weet ook wel ongeveer waar het vandaan komt. Bij ons thuis vroeg je niet. Niet omdat het niet mocht, maar omdat mijn moeder alles al had bedacht voordat je eraan toe was. Er stond op je verjaardag iets op tafel en dat was goed en daar was over nagedacht, en de vraag wat jij zelf zou hebben gekozen kwam simpelweg niet ter sprake. Ik heb daar nooit iets aan gemist. Ik heb er ook nooit in geoefend.
Mijn zus Nienke heeft datzelfde huis meegemaakt en is precies andersom geworden. Die stuurt in oktober al een lijstje rond met links erbij. Ik heb daar jarenlang lichtelijk neerbuigend over gedaan, en ik denk nu dat dat vooral jaloezie was in een net jasje.
Ondertussen zit ik al jaren aan de keukentafel tegen mijn kinderen te zeggen dat ze mogen zeggen wat ze willen.
Ik heb er in november nog een hele avond over gepraat met Fenna, toen ze haar sinterklaaslijstje maakte en er maar één ding op durfde te zetten omdat de rest te duur zou zijn. Ik heb toen gezegd: zet het er nou gewoon op. Een lijstje is geen bestelling. Het mag ook een keer niet uitkomen. Ik vond mezelf redelijk overtuigend.
En vier weken later, met kerst bij mijn moeder in Kampen, vroeg mijn zus wat ik wilde hebben en zei ik: hoeft niet hoor.
Het briefje van Bram
Bram is zeven en heeft geen enkel probleem met dit onderwerp. Zijn sinterklaaslijstje telde in november zesenveertig punten. Zesenveertig. Genummerd, met verschillende kleuren, en met bij nummer 31 de aantekening dat dat er eigenlijk twee moesten zijn.
Hij begrijpt oprecht niet waarom volwassenen dit zo ingewikkeld maken. Vandaar dat briefje. Hij had het donderdag al klaar en heeft het volgens Fenna twee dagen ergens verstopt gehouden, wat hem zichtbaar veel gekost heeft.
Wat ik gisteravond heb gedaan, aan de tafel, terwijl Thijs de vaatwasser inruimde met dat geluid dat ik niet meer hoor: ik heb dat vakje ingevuld.
Ik heb er drie dingen in gezet.
- Een ochtend alleen. Niet weg, gewoon in huis, met de anderen ergens anders.
- Dat iemand een keer die schilderijlijst ophangt die sinds oktober tegen de muur van de gang staat.
- Een goede koffiemok. Een grote, zware, waar mijn hele hand omheen past, want ik drink al jaren uit die dunne die van iemand anders was.
Meer niet. Het staat er zo bescheiden dat ik er bijna om moet lachen. Maar ik heb er langer over gedaan dan over welk verlanglijstje van mijn kinderen ook.
Het lastigste was punt één. Dat is namelijk het enige waar iemand anders iets voor moet doen. Een mok koop je, een lijst hang je op, maar een ochtend alleen betekent dat vier mensen ergens anders heen moeten en dat iemand dat moet organiseren, en dat iemand ben normaal gesproken ik. Ik heb dat punt drie keer doorgestreept en er drie keer weer neergezet.
Er is trouwens ook iets dat ik er niet op heb gezet, en dat ik hier ook niet ga opschrijven, en dat ik alleen aan mijn zus heb verteld. Zo ver ben ik nu ook weer niet gekomen in één jaar.
Wat er vanochtend gebeurde
Ik werd wakker om tien over zeven en het was stil. Dat is op zich al vreemd op een zondag.
Beneden werd gefluisterd op het volume waarop kinderen fluisteren, dus verstaanbaar tot in de tuin. Thijs had ze om zes uur mee naar beneden genomen. Toen ik om half negen naar beneden ging was er thee, was er beslag voor pannenkoeken dat er niet goed uitzag, en hing die schilderijlijst in de gang. Scheef. Vijf centimeter te hoog. Hij hangt er nog steeds en hij blijft daar hangen.
En op tafel stond een mok. Groot, zwaar, aardewerk, met een oor waar mijn hele hand doorheen past. Van de kringloop in Deventer, zei Fenna er meteen bij, met een gezicht alsof ze zich verontschuldigde.
Ik heb gezegd dat dat precies goed was. Dat meende ik.
Wat ik daarna heb gedaan, en waar ik me nu al voor schaam: ik heb even zitten rekenen of het niet te veel was geweest, alle drie de punten. Dat is een reflex waar ik blijkbaar nog niet vanaf ben. Ik heb er niks van gezegd en mijn koffie ingeschonken in die mok en hij is inderdaad te zwaar als hij vol is, en dat is precies het gevoel dat ik zocht.
Bram vroeg tussen twee pannenkoeken door of ik het lijstje volgend jaar weer wilde invullen. Hij vroeg het op de toon waarop hij dingen vraagt die hij al besloten heeft.
Wat ik hiervan wil onthouden
Ik denk dat kinderen weinig hebben aan wat je ze vertelt over durven vragen, en veel aan hoe jij antwoordt als iemand het aan jou vraagt. Ze horen mij al jaren zeggen dat wensen mag. Ze horen mij ook al jaren zeggen dat het voor mij niet hoeft. Ik weet nu wel welke van die twee ze meenemen.
Fenna zei vanmiddag, terwijl ze de laatste pannenkoek in vieren sneed, dat ze volgend jaar weer zo’n briefje wil maken. Met een groter vakje, want het mijne was te klein.
Ik ga voor volgend jaar oefenen.
De ochtend alleen komt er trouwens niet. Dat wisten we allebei toen ik het opschreef. Maar hij stond er wel op.
Vragen die ik hierover kreeg
Hoe leer je een kind om te zeggen wat het wil?
Vooral door het zelf voor te doen. Wij vragen aan tafel geregeld wat iemand zou wensen als het mocht, zonder dat er iets gekocht wordt. Zo wordt wensen iets wat je gewoon hardop kunt zeggen, los van of het uitkomt. En als je kind iets zegt dat niet kan, is dat prima: het antwoord hoeft niet ja te zijn om de vraag goed te maken.
Waarom vinden volwassenen het zo moeilijk om een verlanglijstje te maken?
Ik denk omdat er in zo'n lijstje staat wat je belangrijk vindt, en dat voelt kwetsbaarder dan het is. Bij kinderen zit er niets tussen willen en zeggen. Bij mij zit daar een hele afdeling die eerst controleert of het niet te veel gevraagd is.
5 reacties
-
Marjolein ·
Allereerst van harte gefeliciteerd met je verjaardag, wat een dag om dit te lezen. Ik herkende me zo in dat hoeft niet hoor. Ik heb het mijn hele leven gezegd, tegen mijn moeder, tegen mijn man, tegen mijn kinderen, en pas de laatste jaren merk ik dat ik daarmee mensen ook iets afneem. Namelijk het plezier van iets voor je uitzoeken. Ik ga er eens over nadenken. Nogmaals gefeliciteerd, en geniet van je taart.
Merel schrijft dit blog
Dankjewel Marjolein. Dat je er iemand iets mee afneemt, daar had ik niet zo aan gedacht. Dat blijft wel hangen.
-
Karin ·
GEFELICITEERD. En ik wil even opgemerkt hebben dat ik dit al sinds 2009 tegen je zeg. Bij dezen genoteerd.
Merel schrijft dit blog
Genoteerd, Karin. Je had gelijk. Ik hoop dat het lekker voelt.
-
Ingrid ·
Wat een mooi stuk om op je verjaardag te schrijven. Ik ben zelf van 1957 en ik heb dit nooit geleerd, wij vroegen niet. Mijn dochter vraagt wel en ik vind dat heerlijk om te zien, ook al schrok ik er eerst van.
-
Bas ·
Goed stuk, maar ik denk dat er ook iets te zeggen is voor niet alles willen benoemen. Soms is hoeft niet hoor gewoon waar. Al geef ik toe dat het bij mij zelden waar is.
Merel schrijft dit blog
Eerlijk punt, Bas. Bij mij was het alleen bijna nooit waar, en dat is het verschil.
-
Nienke ·
Ik heb het lijstje gezien. Er stond ook nog iets op dat je hier niet noemt. Ik zeg niks.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Onze schermtijdregel hield het drie dagen vol
Maandag hadden we een duidelijke afspraak over de tablet. Donderdag was die er niet meer, maar wel iets dat beter werkt. Al weet ik niet of ik dat mag zeggen.
De zin waarmee ik ruzie met mijn oudste altijd erger maakte
Fenna kan drie dagen boos blijven en dan ineens niet meer. Ik heb jarenlang precies het verkeerde gezegd, en het duurde tot deze zaterdag voor ik het doorhad.
Ik heb deze week drie keer ja gezegd waar ik nee bedoelde
Een tent in de woonkamer, patat op donderdag en een kip. Drie keer gaf ik toe, en achteraf snap ik van maar één daarvan waarom.