Uitjes & vakanties

Het pontje duurt vier minuten en het is nog altijd het beste uitje

Zondag namen we het veer over de IJssel en liepen we de uiterwaarden in. Vier minuten varen, drie uur buiten, en één kind dat halverwege niet meer wilde.

De veerman kent Bram inmiddels. Niet bij naam. Hij zegt “zo, jongeman” en Bram vindt dat het mooiste wat er is.

We stonden zondagmiddag om half twee met zijn vijven op de kade te wachten, met de fietsen aan de hand, en het pontje kwam net van de overkant. Het waait bijna altijd op dat stuk. Het waaide ook.

Vier minuten later stonden we aan de andere kant.

Waarom dit blijft werken

We doen dit al zes jaar, sinds Bram kon lopen, en ik heb nooit precies begrepen waarom het zo goed werkt. Het is niks. Je vaart een rivier over die je ook via de brug kunt nemen, en aan de overkant is precies hetzelfde landschap als aan deze kant.

Maar er is iets met een boot die niet aan een dienstregeling vastzit, en met water dat onder je door gaat, en met het feit dat je erop staat en dus even nergens anders kunt zijn.

Ik heb ook een praktische theorie, en die is minder romantisch: het is het enige uitje waar niks aan te regelen valt.

Geen kaartjes. Geen tijdslot. Geen half uur in de auto met de vraag of we er al zijn. Geen moment waarop je denkt: we zijn hier nu, dus we moeten er ook iets van maken, want anders was het zonde.

Je kunt halverwege omdraaien en er is niks verloren gegaan. Dat is misschien wel de belangrijkste eigenschap van een uitje met kleine kinderen en niemand zet het ooit in een folder.

Wat we daar doen

Niks bijzonders, en dat is een lijstje waard:

  • Bram zoekt stenen. De uiterwaarden liggen er vol mee, want de rivier legt ze daar neer en haalt ze weer op. Hij heeft er zondag zeven mee naar huis genomen. Ze liggen nu op de vensterbank van de bijkeuken en er mag niks mee gebeuren.
  • Fenna neemt een boek mee en leest niet. Ze neemt het altijd mee. Ze gaat er ergens mee zitten en dan kijkt ze naar het water. Dat is inmiddels haar vorm van meedoen en ik laat het.
  • Loes loopt achteruit. Ik weet niet waarom. Ze doet het sinds januari en ze doet het alleen buiten.
  • Thijs kijkt naar de overkant. Hij zegt dan iets over de waterstand of over hoe ze de oever daar hebben aangepakt, en dan is hij weer stil.
  • Ik loop achteraan en probeer niet elke twee minuten te tellen of er nog drie zijn.

Er stonden koeien in de wei achter de dijk en er liepen lammeren bij de boerderij aan het pad, en dat is voor een kind van drie op dit moment van het jaar het equivalent van een pretpark.

Loes heeft er tien minuten naar staan kijken. Ze zei niks. Toen zei ze:

“Die kleine is zijn moeder kwijt.”

Hij was zijn moeder niet kwijt. Hij stond er een meter vandaan. Maar dat was blijkbaar het verhaal en daar hebben we het de hele terugweg over gehad.

Zes jaar hetzelfde stukje water

Wat me zondag opviel is dat wij dit uitje al zes jaar doen en dat het elke keer een ander uitje is geweest.

De eerste keer, in 2019, zat Bram in de fietsstoel en had Fenna een emmertje mee dat halverwege omviel. Wij waren toen mensen die een emmertje meenamen.

Toen kwam er een tijd dat we het niet deden. Een jaar of twee, denk ik, waarin er van alles was en waarin een middag buiten iets was wat je moest inplannen en waarvoor we het nooit gepland kregen.

In februari stonden we er nog voor niks, want het water stond te hoog en het veer voer niet. Dat is toen een prima zondag geworden, gewoon op de dijk, maar de kinderen hebben het er nog steeds over alsof ons iets is afgenomen.

En zondag stond Loes daar voor het eerst als iemand die er iets van vindt. Ze wilde bij de reling en ze wilde het touw vasthouden en ze wilde weten waar het water heen gaat. Ik heb gezegd naar zee. Ze vroeg of het daar dan op is.

Dezelfde vier minuten. Elke keer een ander gezin dat erop staat.

De inzinking

Om kwart over drie was het klaar. Niet voor iedereen, alleen voor Loes, en dat is genoeg.

Ze ging op het pad zitten. Niet huilen, niet boos. Gewoon zitten, met haar rug naar de richting waarin we moesten, wat ik altijd de meest duidelijke manier van communiceren vind die een peuter tot haar beschikking heeft.

Dit is het punt waarop we het vroeger verkeerd deden. Vroeger gingen we praten. Kom, we zijn er bijna. Kijk daar eens. Wil je een koekje. Dan werd het langer en niet korter.

Wat nu werkt is dat Thijs haar optilt en op zijn schouders zet en dat er verder niks gezegd wordt.

Op zijn schouders was ze binnen twee minuten weer helemaal in orde en zong ze iets waarvan ik denk dat het van de peuterspeelzaal komt. Ze heeft de hele weg terug naar het pontje op die schouders gezeten en Thijs heeft geen woord geklaagd, ook niet toen we bij de kade waren en zijn nek zichtbaar scheef stond.

Terug

Op de terugvaart stonden we met zijn vijven aan de reling. Het was inmiddels bewolkt en het water was grijs en er kwam een vrachtschip langs, ver weg, dat langzamer ging dan je zou denken.

Bram vroeg hoe diep het was. Thijs zei dat hij dat niet precies wist. Bram vroeg of je erin kon staan. Thijs zei nee.

En toen zei Bram, met die stem waarmee hij zijn verhalen begint die nergens eindigen:

“Als ik groot ben koop ik dit pontje.”

Fenna zei dat je een pontje niet kunt kopen. Bram zei dat je alles kunt kopen als je genoeg stenen hebt.

Daar had niemand een antwoord op.

We waren om half vijf thuis. Modder tot boven de enkels, drie jassen die de was in moesten, en zeven stenen op de vensterbank.

Ik heb daarna nog een half uur aan de keukentafel gezeten met een kop thee terwijl het buiten donker werd, en ik dacht: dit heeft ons niks gekost en het was beter dan de meeste dingen waarvoor we een dag vrij nemen.

En volgende week gaan we waarschijnlijk niet, want er is iets, er is altijd iets.

Maar het pontje vaart. Dat is het fijne. Het staat er en het gaat heen en weer en het wacht niet op ons.

#ijssel#pontje#uiterwaarden#wandelen#wijhe

6 reacties

  1. Marjolein ·

    Wat een heerlijk stuk. Ik ken dat gevoel van zo'n pontje precies, dat het veel te kort is en dat het daarom juist zo bijzonder blijft. Wij hadden vroeger bij mijn oma ook zoiets en ik denk er nog elke keer aan als ik over een brug rijd. Fijn dat jullie er zo'n gewoonte van gemaakt hebben.

    Merel schrijft dit blog

    Het is echt te kort en dat is het hele punt. Als het een half uur duurde gingen we nooit.

  2. Bas ·

    Mooi beschreven. Al blijft het opvallend hoeveel moeite het kost om een uitje te organiseren dat gratis is en om de hoek ligt. We rijden liever een uur voor iets met een kassa.

  3. Ingrid ·

    Ik werd hier stil van. Die zin over dat de rivier hoog en laag staat en dat het altijd anders is. Zo is het leven ook een beetje. Ik wandelde daar vroeger met mijn man en die is er niet meer, maar het water wel.

    Merel schrijft dit blog

    Wat lief dat u dit schrijft. Ik moest er even van slikken. Ik denk zondag aan u als we er weer lopen.

  4. Yvonne ·

    Vaart dat pontje het hele jaar door, ook bij hoog water? Wij wonen aan de andere kant van Zwolle en ik wil dit een keer met de kinderen doen.

  5. Peter ·

    Drie uur buiten met drie kinderen en maar één inzinking. Dat is een goede score. Bij ons zijn dat er meestal twee voor we bij de auto zijn.

  6. Karin ·

    Ik zie dat je weer over de IJssel schrijft. Je gaat me nog een keer overhalen om vanuit Apeldoorn te komen en dan sta ik daar in mijn nette schoenen in de klei, dat weet ik nu al.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit uitjes →
Uitjes

Het pontje was het uitje, de rest was erbij

We fietsten naar de uiterwaarden voor een middag buiten. Achteraf ging het maar over vier minuten ervan, en die vier minuten kostten vijftig cent per persoon.

· 4 min lezen · 4 reacties