Het pontje was het uitje, de rest was erbij
We fietsten naar de uiterwaarden voor een middag buiten. Achteraf ging het maar over vier minuten ervan, en die vier minuten kostten vijftig cent per persoon.
Zondagochtend was het zestien graden en dat is dit jaar de eerste keer. Je merkt het aan het dorp. Iedereen doet iets buiten wat hij niet zo goed kan. Er staat een man op een trap met een emmer bij een dakgoot, er wordt gemaaid terwijl het gras eigenlijk nog te nat is, en overal ruikt het naar de eerste keer verf.
Wij hebben de fietsen uit de schuur gehaald, wat sinds vorige week voor het eerst in elf jaar zonder klimmen kan, en zijn richting de uiterwaarden gegaan.
Wat we van plan waren
Het plan was: fietsen langs de dijk, ergens in het gras zitten, kijken naar de koeien, brood mee, terug voor het eten. Ik had een tas gemaakt met vier soorten brood en een fles ranja en een deken die ik in de schuurstapel had gevonden en waarvan ik dacht dat hij nog goed was.
Fenna wilde niet mee. Fenna is tien en zit in groep 7 en heeft sinds dit voorjaar het standpunt dat alles wat het gezin doet gênant is, tot het begonnen is. Ze ging mee en heeft de eerste twee kilometer twee meter achter ons gefietst als een soort protestwagen, en daarna reed ze ineens vooraan.
Bram fietst nu voor het eerst helemaal zelfstandig langs de dijk. Zeven is de leeftijd waarop je vergeet dat je stuurt. Hij vertelde de hele weg een verhaal over een voetbalwedstrijd van SV Wijhezicht dat begon bij het omkleden en na drie kilometer nog steeds bij het omkleden was.
Loes zat achterop bij Thijs. In het stoeltje dat we vorige week naar de kringloop hebben gebracht zat ze niet meer, want dat kon niet meer, dus zit ze nu op de bagagedrager met voetsteunen. Ze heeft de hele weg naar zijn rug gepraat, precies zoals ik het me herinner van de anderen, alleen zit ik nu ernaast en hoor ik het maar half.
En toen zagen we het pontje
Het pontje over de IJssel doet twee dingen. Het vaart heen en het vaart terug. Dat is alles. Het is geen attractie, er is geen kaartverkoop, er staat een man op met een leren tas en die komt bij je langs voor het geld.
We waren er eigenlijk niet voor gekomen. We fietsten er langs en Bram remde zo hard dat Thijs bijna in hem reed.
Vier minuten duurt de overtocht. Misschien vijf. Je staat naast je fiets, de motor maakt een geluid dat lager is dan je verwacht, het water gaat opzij en je ziet de kant waar je vandaan komt kleiner worden terwijl je er nog steeds bijna bent.
Loes hield zich vast aan het hek en zei niks, wat bij haar veel is. Bram vroeg aan de man of het diep was. De man zei dat het meeviel en dat er wel eens een fiets in gevallen was. Dat was het beste wat Bram die dag gehoord heeft en hij heeft het die avond nog drie keer opnieuw verteld aan mij, aan Thijs, en aan de telefoon aan oma Riet.
Aan de overkant zijn we uitgestapt, hebben we ons omgedraaid, en zijn we teruggevaren. Nog een keer vijftig cent per persoon.
Het brood en de deken
De rest van de middag hebben we in het gras gezeten aan de dijk. De deken bleek te ruiken naar schuur, wat een eerlijke geur is maar niet een geur waar je op wilt eten. Fenna heeft hem opgevouwen en ernaast gelegd en we hebben in het gras gezeten.
Het brood is opgegaan. Er waren twee wespen, wat in april te vroeg is en waarvan Thijs zei dat het geen wespen waren. Loes is in slaap gevallen in de zon met een halve boterham in haar hand, en dat is het soort slaap waar je een uur later spijt van krijgt maar op dat moment niet.
Ik heb daar op mijn rug gelegen en naar de lucht gekeken en gedacht dat we dit vaker moeten doen, wat ik elk voorjaar denk en wat dan in juni weer verwatert.
Wat er ‘s avonds werd verteld
Aan tafel vroeg ik wat het leukste was.
- Fenna: het pontje.
- Bram: het pontje, en dat er een fiets in gevallen was.
- Loes: “Boot.”
Niemand noemde de dijk, het gras, het brood met vier soorten beleg waar ik twintig minuten aan heb gestaan, of de koeien waar we speciaal voor gestopt zijn.
Anderhalve euro. Heen en terug. Ik weet niet of ik daar iets van moet leren, maar ik heb wel voorgesteld dat we volgende maand gewoon rechtstreeks naar het pontje fietsen en daar dan blijven.
Thijs zei dat we dan misschien wel drie keer over moeten. Dat leek iedereen redelijk.
4 reacties
-
Marjolein ·
Wat heerlijk zeg. Ik ken die uiterwaarden goed, wij fietsten daar vroeger met mijn ouders en dan mocht ik altijd het geld aan de man geven. Ik weet nog precies hoe zijn tas eruitzag. Zo'n leren ding om zijn schouder. Dank voor dit stukje, ik zat er even helemaal in.
Merel schrijft dit blog
Zo'n tas heeft hij nog steeds Marjolein. Bram was er zeer van onder de indruk.
-
Yvonne ·
Hoe ver was het fietsen in totaal? Ik twijfel of ik dit met een kind van vier al kan doen of dat ik nog een jaar moet wachten.
Merel schrijft dit blog
Bij ons was het een kilometer of zes heen, met veel stoppen. Met een vierjarige zou ik het rustig proberen, Yvonne, en anders gaat er altijd nog iemand op de stang.
-
Peter ·
Elk uitje dat eindigt bij een pont is een geslaagd uitje. Dat is bij ons ook zo.
-
Nienke ·
Volgende keer bel je mij. Ik wil ook mee op dat pontje en ik betaal mijn eigen vijftig cent.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Het pontje duurt vier minuten en het is nog altijd het beste uitje
Zondag namen we het veer over de IJssel en liepen we de uiterwaarden in. Vier minuten varen, drie uur buiten, en één kind dat halverwege niet meer wilde.
Het pontje kost bijna niets en duurt vier minuten
We hebben zaterdag drie keer heen en weer gevaren over de IJssel omdat een van de drie het nog een keer wilde. Het was ons goedkoopste uitje van dit jaar.
Hemelvaartsdag, het pontje en de hond die niet aan boord wilde
Donderdag vrij, vijf mensen, een fietstas met te veel brood en een route die Fenna twee weken geleden al had uitgetekend. Tot aan de loopplank ging alles goed.