Iedereen kreeg een eigen stuk tuin en toen begon het
Drie kinderen, drie vakjes grond en een zakje zaad per persoon. Wat ik niet had voorzien was de discussie over wie de kant met de zon kreeg.
Het idee kwam van Fenna en het idee was niet aardig bedoeld. Ze zei zaterdagochtend, terwijl ik onkruid tussen de tegels stond te trekken: “Als jij het toch allemaal zelf doet, waarom mogen wij dan nooit iets.”
Dat is zo’n zin waarvan je meteen weet dat hij klopt en dat je hem toch even wil laten liggen.
Drie vakjes en een oude plank
We hebben een tuin die niks bijzonders is. Gras dat in de winter modder wordt, een border langs de schutting die ik in maart heb aangepakt en die daarna weer stil is blijven staan, en een hoek achter de schuur waar niks lukt omdat er nooit zon komt.
Thijs heeft met een schop drie vakjes afgestoken langs de border. Ongeveer zestig bij zestig. Met een oude vlonderplank in stukken ertussen als scheiding, want die lag er sinds het schuuropruimen nog en het leek zonde.
En daar begon het.
Want vakje één ligt in de volle zon, vakje twee half, en vakje drie ligt vanaf een uur of drie in de schaduw van de schuur. Dat had ik gezien. De kinderen hadden dat ook gezien, alleen sneller.
Fenna vond dat zij het zonnige vakje moest krijgen omdat het haar idee was. Bram vond dat hij het moest krijgen omdat hij vorig jaar geen ijsje had gehad in de dierentuin, een argument dat hij bij elke onderhandeling opnieuw gebruikt en waarvan ik de bron ben kwijtgeraakt. Loes vond dat zij alle drie de vakjes moest krijgen, want ze is drie, en dat is een leeftijd waarop je onderhandelt door gewoon in het midden te gaan staan.
We hebben het opgelost met strootjes. Fenna kreeg de schaduw. Ze was daar veertig minuten boos over en toen ineens niet meer, wat bij haar altijd zo gaat.
Wat erin ging
Ik heb bij de tuinwinkel drie zakjes gekocht en ze mochten zelf kiezen.
- Fenna: tuinkers en radijs. Ze heeft de rijtjes afgemeten met een liniaal uit haar etui.
- Bram: zonnebloemen. Alleen zonnebloemen. Hij wil er een die hoger wordt dan papa, en papa is 1 meter 86.
- Loes: radijs, omdat Bram radijs zei, en toen zei hij het niet meer maar zij nog wel.
Loes heeft haar hele zakje in één keer in één kuiltje gedaan. Ik heb er ongeveer de helft weer uitgehaald terwijl ze naar de kat van de buren keek. Ik voel me daar prima bij.
Het zaaien zelf duurde bij elkaar veertien minuten. Daar had ik een uur voor uitgetrokken en dat is de fout die ik elk voorjaar maak. Ik denk dat het een middag wordt, met thee erbij en aarde onder de nagels, en in werkelijkheid is het een kwartier en daarna staat iedereen weer om je heen met de vraag wat we nu gaan doen.
Fenna is daarna nog wel blijven zitten. Zij heeft haar vakje opgemeten, de rijtjes met een stok gemarkeerd en er een tekening van gemaakt met de datum erop. Die tekening hangt aan de binnenkant van de schuurdeur. Ik heb daar niks van gezegd, maar ik heb hem wel drie keer bekeken.
“Hoe lang duurt het,” vroeg Bram. “Twee weken,” zei ik. “Twee weken vanaf nu of twee weken vanaf morgen?”
Wat ik niet had voorzien
Het water geven. Ik dacht dat dat het probleem zou worden, dat ze het zouden vergeten. Het tegenovergestelde is waar. Ze geven water alsof het een wedstrijd is. Donderdagavond stond Loes met de gieter boven vakje twee terwijl er al een plasje stond, en op de vraag waarom antwoordde ze: “Anders is hij verdrietig.”
Ik heb Thijs gevraagd of we een kleinere gieter hebben. Die staat sinds zondag in de schuur, op de plek die we hebben leeggemaakt, wat betekent dat de leegte inmiddels al voor een derde weg is.
En nu is het wachten. Er is nog niks te zien. Bram gaat elke ochtend voor school kijken en komt elke ochtend terug met hetzelfde bericht.
Er is nog niks te zien.
Vragen die ik hierover kreeg
Wat kun je in april met kinderen zaaien zonder dat het misgaat?
Wij hebben radijs, tuinkers en zonnebloemen gedaan. Radijs komt snel op en dat is bij jonge kinderen het halve werk. Zonnebloemen zijn traag maar groot, dus die belonen het geduld later. Bonen zaaien we hier pas na half mei, want de nachten zijn nu nog te koud.
Hoe groot moet zo'n eigen stukje tuin zijn?
Klein. Wij hebben vakjes van ongeveer zestig bij zestig centimeter afgestoken met een oude plank ertussen. Groter wordt het te veel werk en dan zijn ze het na een week zat. Klein genoeg om in vijf minuten water te geven is precies goed.
4 reacties
-
Sandra ·
Zet er stokjes met de naam bij, anders wieden ze hun eigen zaailingen weg. Wij gebruiken oude ijslollystokjes met permanent marker, gaan een seizoen mee. En laat ze zelf gieten met een klein gietertje, met een grote gaat alles omver.
Merel schrijft dit blog
De stokjes staan er inmiddels. Bram heeft die van hem versierd, waardoor er nu niet meer op staat wat er groeit.
-
Wendy ·
Wat leuk dit! Wij gaan het dit weekend ook doen, met twee jongens die vooral graven willen.
-
Els ·
Beste Merel, ik las je stuk vanochtend bij de thee en moest denken aan het tuintje dat mijn vader voor mij afzette met vier stenen. Ik heb er sla in gehad die door de slakken werd opgegeten en één worteltje dat krom was. Dat worteltje herinner ik me nog steeds beter dan de meeste dingen van dat jaar. Hartelijke groet.
-
Bas ·
Radijs is inderdaad het juiste antwoord. Binnen drie weken iets kunnen eten dat je zelf hebt gezaaid, daar wint niets van.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Alles wat we in maart zaaiden is dood, op een plantje na
Zes bakjes op de vensterbank, elke dag water, en toch staat er nog een sprietje overeind. Ondertussen komt buiten van alles op waar niemand iets aan deed.
Ik heb de tuin twee jaar overgeslagen en dat is te zien
Zondagochtend, koffie, en een achtertuin die er precies zo bij ligt als vorig jaar maart. Wat er toch doorkwam, wat niet, en waar we dit jaar beginnen.
Drie tuinvakken, drie kinderen en maar één die nog water geeft
In april kreeg iedereen een eigen stuk grond. Twee maanden later is er één vak dat bloeit, één dat leeg is en één waar iets staat dat niemand geplant heeft.