Sinds het langer licht is gaat hier niemand meer naar bed
De klok ging een week geleden vooruit en sindsdien is bedtijd bij ons een onderhandeling geworden waarin het licht buiten aan de kant van de kinderen staat.
Het is tien over acht op een maandagavond en er staan drie kinderen in de tuin. Eén heeft pyjamabroek aan met laarzen. Eén heeft alleen sokken aan en staat op de tegels bij de schuur. Eén heeft een boek mee naar buiten genomen, wat volgens haar bewijst dat ze aan het lezen is en dus niet aan het uitstellen.
Achter hen is de lucht nog steeds oranje. Dat is het probleem.
Het licht staat aan hun kant
We zijn twee weken geleden een uur vooruit gegaan en ik was het bijna vergeten, tot bedtijd. In maart ging Loes om zeven uur naar boven en dan was het buiten grijs en klopte alles. Nu ga ik met haar de trap op en dan schijnt de zon nog schuin door het raam op de overloop en zegt ze: “Nog dag.”
Daar heb ik geen antwoord op. Ze heeft gelijk. Het is nog dag.
Ik heb het geprobeerd met uitleg. Dat de klok verzet is, dat het niet uitmaakt hoe laat het buiten lijkt, dat we naar het cijfer op de keukenklok kijken. Ze is drie sinds vorige maand en ze luisterde beleefd. Toen zei ze weer: “Nog dag.”
Bram gebruikt een andere methode. Bram is zeven en werkt met precedenten. Zodra hij ziet dat Fenna nog beneden is, is dat bewijs dat het te vroeg is voor iedereen. En Fenna is tien en zit in groep 7 en heeft ontdekt dat je met een boek in je hand overal langer mag blijven. Die is niet eens meer aan het onderhandelen. Die is aan het lezen op een plek waar ik haar moeilijk kan wegsturen zonder een slecht mens te lijken.
Thijs zit ondertussen op de tuinstoel bij de schuur en zegt niks. Sinds het opruimen staat er ruimte om te zitten en dat gebruikt hij nu elke avond.
Wat het extra ingewikkeld maakt is dat ik het zelf ook niet wil. Dat is de eerlijke versie. In november wil ik om zeven uur dat iedereen naar boven gaat, want dan is het al vier uur donker en heb ik het gehad. Nu sta ik in de deuropening met de deur open en ruikt het buiten naar gras en naar iemand die verderop een schutting aan het beitsen is, en denk ik: waarom zou ik dit weghalen.
Ik weet nog dat ik zelf op deze leeftijd op de stoep zat tot het echt niet meer kon. Niet dat ik dat mooi vond of ergens over nadacht. Ik zat daar gewoon en het werd langzaam donker en op een gegeven moment riep er iemand.
Ik geef het niet op, ik verplaats het
Wat we doen is niet mooi maar het houdt stand. We hebben bedtijd niet losgelaten, we hebben hem verplaatst naar wat ik het tweede moment noem.
Het eerste moment is als het licht is en niemand wil. Daar rek je jezelf stuk.
Het tweede moment komt ongeveer twintig minuten later, en dat is als het afkoelt. Je voelt het aan de lucht. De handen worden koud, iemand vraagt of hij een trui mag, en op dat exacte punt is naar binnen ineens geen straf meer. Dan gaat het vanzelf. Op maandag was dat om vijf voor half negen.
Ja, dat is te laat. Ja, dinsdagochtend is het daarna een puinhoop bij de tandenborstel. En ergens half mei zal dit hele systeem instorten, want in mei is het om half negen nog steeds licht en dan koelt het ook niet meer af.
Dan verzinnen we wel weer wat.
Voor nu sta ik bij de keukendeur met een theedoek in mijn hand en kijk ik naar drie kinderen die in het laatste licht doen alsof ze me niet horen. Loes heeft een steen gevonden en brengt hem naar Bram, want die verzamelt ze. Bram bekijkt hem serieus, zoals een handelaar, en zegt dat hij hem houdt.
Ik roep nog één keer. Niemand komt.
Ik ga nog even niet weer roepen.
4 reacties
-
Yvonne ·
Hoe doen jullie dat met de gordijnen? Bij ons is het gevecht vooral dat het licht door de kier komt en dan is het meteen klaar met slapen. Ik heb al van alles geprobeerd met dekens ervoor.
Merel schrijft dit blog
Wij hebben in de kamer van Loes nog steeds een deken op een spanroede. Het is geen gezicht en het werkt. Verder ben ik het gevecht half opgegeven, Yvonne.
-
Hanneke ·
Bij ons hield dit ongeveer tot half mei aan en toen was iedereen zo moe dat het zichzelf oploste. Ik zeg maar zo, de zomer wint altijd.
-
Peter ·
Half acht buiten spelen in april voelt als iets stelen. Laat ze.
-
Riet ·
Vroeger gingen jullie ook gewoon naar buiten tot het donker was en het is met jullie ook goed gekomen . Wel jassen aan want het koelt af
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
De klok ging een uur vooruit en dit huis heeft dat niet geaccepteerd
Zondagnacht verzette de tijd zich een uur en sindsdien klopt er niks meer. Het licht buiten heeft het gewonnen van elke afspraak die wij ooit gemaakt hebben.
Loes kon nog geen verlanglijstje maken, dus maakten wij er een
Vier dagen na haar verjaardag weet ik welke cadeaus raak waren. Het waren niet de cadeaus die wij hadden bedacht, en dat zegt iets over ons lijstje.
Loes is drie en heeft nog steeds maar één laars aan
Onze jongste werd vandaag drie. Ze praatte een jaar lang nauwelijks en zegt nu hele zinnen, meestal over dingen die ze niet wil.