Het pontje kost bijna niets en duurt vier minuten
We hebben zaterdag drie keer heen en weer gevaren over de IJssel omdat een van de drie het nog een keer wilde. Het was ons goedkoopste uitje van dit jaar.
Zaterdagochtend, half tien, en het was al twintig graden. Thijs zei dat hij naar de schuur ging om even te kijken naar de fietsdrager. Ik weet inmiddels wat “even kijken” betekent, dus ik zei tegen de kinderen dat we weggingen.
“Waarheen?” vroeg Fenna.
“Naar de overkant.”
Dat vond Bram al genoeg. Fenna keek me aan alsof ze wist dat er geen plan was, wat klopte.
Meegenomen: een tas met acht boterhammen, een fles water, een handdoek waarvan ik niet weet waarom, en Loes’ gele laars. Eén laars. Aan haar linkervoet zat een sandaal.
Vergeten: zonnebrand, een tweede fles water, en het feit dat Bram in de auto altijd precies één minuut voor aankomst zegt dat hij moet plassen.
We fietsten. Het is vanaf ons huis een minuut of tien naar het veer, langs de dijk, met dat licht dat je in september krijgt en in juli niet. Lager, geler, alsof iemand de kleuren een half stapje heeft opgedraaid. De uiterwaarden stonden vol met dat hoge droge gras waar Bram doorheen wil lopen alsof hij op expeditie is en waar Loes op de bagagedrager naar wees zonder iets te zeggen.
Onderweg passeerden we drie koeien. Bram heeft ze alle drie een naam gegeven. Ik ben ze vergeten. Hij niet, want hij vroeg er gisteren nog naar.
Vier minuten, en dan sta je aan de andere kant
Het pontje over de IJssel is geen attractie. Er is geen kassa, geen bordje met openingstijden dat klopt, geen souvenir. Er is een schipper, er zijn een paar auto’s die netjes achter elkaar staan, en er is een klep die met een klap naar beneden gaat.
Je rijdt je fiets erop. Je zet hem op de standaard. Je wacht.
En dan doet de motor iets en beweegt het water onder je en sta je stil terwijl de wal wegdraait.
Loes heeft de hele overtocht geen woord gezegd. Ze stond met haar handen om de reling en keek naar het water dat langs de boeg werd geduwd. Ze is twee en een half en ze praat pas sinds kort echt in zinnen, en ik had verwacht dat ze zou wijzen en roepen. Ze deed het tegenovergestelde. Ze werd stil.
Aan de overkant, toen de klep weer naar beneden ging, draaide ze zich om en zei:
“Nog een keer het water.”
Drie keer heen en weer, en de schipper zei er niets van
We zijn eraf gefietst, een rondje gereden van vijf minuten door niets — echt niets, een weg met bomen en een boerderij en een bord dat naar Olst wees — en toen weer terug het pontje op.
Bij de tweede keer wist Bram al hoe het ging en legde hij het uit aan Fenna, die het ook al wist maar hem liet praten. Dat doet ze soms. Ze laat hem uitpraten terwijl ze ondertussen naar de meeuwen kijkt. Ik vind dat een van haar mooiste eigenschappen en ik ga haar dat nooit vertellen, want dan stopt ze ermee.
Bij de derde keer keek de schipper naar mij en ik naar hem en ik zei sorry. Hij haalde zijn schouders op en zei dat hij toch heen en weer moest.
Vier minuten. Drie keer. Twaalf minuten varen in totaal, over een rivier die je vanaf de dijk in zijn geheel kunt zien liggen.
En toch was het het uitje. Niet het rondje eromheen, niet de boterhammen, niet de koeien met namen. Het stukje waarop je stilstaat en het landschap beweegt.
Waarom kleine uitjes bij ons beter werken dan grote
Ik denk hier de laatste tijd vaker over na, en misschien is dat omdat ik dit blog net begonnen ben en nu overal betekenis in zoek, wat een risico is waar ik mezelf voor moet behoeden.
Maar toch.
Wij zijn dit jaar twee keer echt iets gaan doen. Een dierenpark in juni, met een kaartje per persoon en een parkeerplaats en een plattegrond, en een speeltuin bij Deventer in juli waar je een halve dag voor uittrekt. Allebei geslaagd, allebei duur, allebei precies zo verlopen als je verwacht.
En bij allebei gebeurde hetzelfde: op het moment dat we ergens geld en een ochtend in hadden gestopt, ging ik letten op de opbrengst. Vinden ze het leuk. Vinden ze het nu leuk. Is dit het waard. Ik hoor mezelf dan vragen stellen die eigenlijk gaan over mij: “Leuk hè?” — die vraag stel ik nooit als we bij de IJssel zitten.
Bij een pontje is er niets te verantwoorden. Er is geen investering, dus er hoeft niets uit te komen. Als het na tien minuten mislukt, fiets je naar huis en heb je gefietst.
Dat is denk ik het hele verschil. Niet de natuur, niet de eenvoud, niets zweverigs. Alleen dat ik niet sta te kijken of het genoeg oplevert.
De boterhammen waaiden weg en dat was ook goed
We hebben op de terugweg in de uiterwaarden gegeten, aan de kant van Wijhe, op een plek waar het gras plat lag omdat er koeien hadden gelegen. Er stond meer wind dan ik dacht. Bram hield zijn brood met twee handen vast en er waaide toch een halve boterham zijn kant uit weg, het gras in.
Hij ging hem halen. Hij at hem op. Ik heb niets gezegd, want ik had ook honger en ik was niet van plan om die discussie te winnen.
Fenna telde de schepen. Er kwamen er twee langs, allebei zo lang dat je even moet wachten voordat het einde in beeld komt. Ze wilde weten waar ze heen gingen en ik zei dat ik het niet wist. Ze accepteerde dat, wat me opviel, want normaal zoekt ze het op.
Loes viel op de terugweg op de bagagedrager in slaap met haar hoofd tegen mijn rug. Dat is het enige moment waarop ik echt weet dat een dag gelukt is: als er iemand op de fiets in slaap valt.
Wat het kostte
Het pontje kost per persoon met fiets bijna niets. Drie keer bijna niets is nog steeds bijna niets. Het brood was van gisteren.
Thuis stond Thijs in de schuur. De fietsdrager lag in stukken op de werkbank en hij had de radio aan.
“Leuk geweest?” vroeg hij.
“We zijn drie keer met de pont geweest.”
“Drie keer?”
“Loes wilde nog een keer het water.”
Hij knikte, alsof dat de meest logische zin van de dag was. En vanavond, toen ik haar in bed legde, zei ze het nog een keer, zachter, tegen niemand in het bijzonder.
4 reacties
-
Hanneke ·
Mijn kinderen zijn nu vijftien en zeventien en ik zweer je dat ze het nog steeds over dat pontje hebben. Niet over dat dure bungalowpark. Over het pontje. Onthoud dat maar even voor de duurdere jaren.
Merel schrijft dit blog
Dit ga ik onthouden, Hanneke. Vooral voor de weken waarin ik denk dat ik iets moet organiseren.
-
Yvonne ·
Waar is dit precies? Wij wonen bij Zutphen en zoeken altijd van die kleine dingen voor de zaterdag.
-
Bas ·
Leuk stuk, maar drie keer heen en weer met een pont die om en om vaart, daar wordt de schipper vast blij van. Hoop dat jullie het netjes gehouden hebben.
Merel schrijft dit blog
Hij lachte erom, gelukkig. Maar ik heb bij de derde keer wel even sorry gezegd.
-
Marjolein ·
Ik zat helemaal in dat stukje over Loes en het water. Wat mooi beschreven, ik zag het gewoon voor me. En dat van die boterhammen in de wind, dat ken ik zo goed. Ik ga vandaag ook maar eens ergens heen waar niks te doen is.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Het pontje duurt vier minuten en het is nog altijd het beste uitje
Zondag namen we het veer over de IJssel en liepen we de uiterwaarden in. Vier minuten varen, drie uur buiten, en één kind dat halverwege niet meer wilde.
Op de laatste zaterdag van de vakantie gingen we twee keer de dijk op
Om acht uur in mijn eentje, om half acht 's avonds met z'n vijven en een hond. Daartussen zat een dag waarop niemand iets zei over maandag.
Het pontje was het uitje, de rest was erbij
We fietsten naar de uiterwaarden voor een middag buiten. Achteraf ging het maar over vier minuten ervan, en die vier minuten kostten vijftig cent per persoon.