Ik zit elke ochtend te wachten tot het bij Bram klikt
Sinds oktober lezen we voor school in plaats van erna en het gaat beter. Alleen zit ik er zelf te kijken alsof er elk moment iets bijzonders kan gebeuren.
Kwart over zeven, keukentafel, één lamp aan. Bram met zijn haar overeind en een boterham in zijn hand en het leesboekje ernaast.
Ik doe alsof ik de vaatwasser uitruim. Dat doe ik dus niet.
Waarom het ‘s ochtends is
Half oktober zat ik bij juf Marloes voor het tienminutengesprek en kwam ik eruit met een zin die ons hele ritme heeft omgegooid. Kort samengevat: het probleem was niet dat hij het niet kon, het probleem was dat wij het vroegen op het slechtste moment van zijn dag.
Dus we zijn gestopt met lezen na school. Om kwart over drie is Bram klaar met presteren. Hij is dan zeven en hij heeft zes uur lang zijn best gedaan en hij wil naar buiten of naar de schuur of naar niks.
Sinds drie weken doen we het ‘s ochtends. Tien minuten, voor school, aan de keukentafel, terwijl Loes nog boven ligt en Fenna nog in de badkamer staat. Om beurten een regel: hij, dan ik, dan hij.
Het werkt. Ik wil dat hier eerlijk opschrijven, want ik ga er zo nog over klagen.
Wat er in drie weken gebeurd is
Bijna niets, en tegelijk best veel.
Hij protesteert niet meer. Dat is punt één en dat is groter dan het klinkt, want in september ging hij plassen zodra het mapje op tafel kwam en in oktober lag het boekje onder de bank.
Hij kent de klanken. Hij hakt en plakt, zoals dat heet, en dat gaat traag maar het gaat. Bij korte woorden gaat het inmiddels zonder hakken. Bos. Vis. Kip. Bij straat moet hij nog denken en bij schuur wordt het een expeditie.
Hij houdt zijn vinger niet meer onder de regel. Dat deed hij in september wel.
En vrijdag zei hij, toen we klaar waren: “Nog een bladzij.” Niet enthousiast. Meer zoals iemand die iets afmaakt. Maar hij zei het.
Dat is de oogst van drie weken. Opgeschreven ziet het er meer uit dan het voelt.
Het probleem zit bij mij
Want ondertussen zit ik daar bij dat aanrecht en wacht ik.
Ik wacht op een moment. Ik heb er zelfs een beeld bij, en dat is beschamend genoeg wel duidelijk: ik zie voor me dat hij ergens buiten iets ziet staan en het per ongeluk hardop leest, zonder dat het school is, zonder dat het moet. Dát zou het bewijs zijn.
En dat gebeurt niet. Elke ochtend niet.
Dus gebeurt er iets veel vervelenders: ik krijg tien minuten leestijd waarin ik onbewust aan het meten ben. En dat merkt hij. Kinderen ruiken dat op een meter afstand. Vorige week zei hij halverwege een regel, zonder op te kijken:
“Je kijkt weer of ik het goed doe.”
Ik heb gezegd dat ik gewoon luisterde. Dat was niet waar en ik denk dat hij dat wist.
Wat ik nu probeer
Ik ben gestopt met dat aanrecht. Ik ga erbij zitten, met mijn eigen koffie en mijn eigen krantje op mijn telefoon, en ik lees mijn regel en dan zwijg ik.
Ik zeg niet “goed zo” na elke zin. Dat is moeilijker dan het lijkt. “Goed zo” is een reflex en het klinkt aardig, maar als je het na elke zin zegt, wordt het een beoordeling en dan is elke zin een test.
En ik heb op de binnenkant van de keukenkast een streepje gezet voor elke ochtend dat het gelukt is. Niet voor hem — hij weet er niet van. Voor mij. Zodat ik in december terug kan kijken en kan zien dat het er dertig waren, in plaats van elke dag te denken dat er niets gebeurt.
Vanmorgen las hij vier zinnen en bij de derde stond het woord nacht. Dat kende hij niet en hij is er negen seconden voor gaan zitten. Negen. Ik heb geteld, want ik ben dus nog niet genezen.
Toen zei hij het. Goed, in één keer, en hij las meteen door naar de volgende regel alsof er niets gebeurd was.
Dat was het. Dat was de ochtend.
Ik heb een streepje gezet en de vaatwasser toch maar uitgeruimd.
5 reacties
-
Marjolein ·
Oh Merel, wat herken ik dit. Ik heb bij mijn oudste maandenlang zitten wachten op dat ene moment en toen het uiteindelijk kwam was ik er niet eens bij, want hij las het gewoon in de auto bij zijn vader. Achteraf is dat ook goed. Maar wat had ik erbij willen zijn.
Merel schrijft dit blog
Ik denk dat ik daar rekening mee moet houden, Marjolein. En dat ik daar dan gewoon een beetje verdrietig over mag zijn.
-
Yvonne ·
Wat doen jullie dan precies in die tien minuten? Ik lees hier ook elke dag maar het voelt vooral als een gevecht en ik weet niet of ik het goed doe.
Merel schrijft dit blog
Om beurten een regel. Hij eerst, dan ik. Dat halveert het en het maakt er iets samens van in plaats van een toets.
-
Hanneke ·
Mijn advies na drie kinderen: kijk over drie maanden terug, niet over drie dagen. Op dagbasis zie je nooit iets. Op maandbasis word je verrast.
-
Peter ·
Bij ons duurde het tot ver in groep 3 en toen ineens niet meer. Volhouden en vooral zelf niets laten merken.
-
Els ·
Beste Merel, dat u erover schrijft dat u zelf het ongeduld bent, vind ik moedig. De meeste ouders leggen het bij het kind. Ik heb voor de klas gestaan en ik kan u zeggen dat kinderen precies aanvoelen wanneer er iets van hen verwacht wordt. Hartelijke groet, Els.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
De aprilgrap van Bram liep anders af dan hij dacht
Hij oefende zijn grap drie dagen op mij. Op school geloofde bijna niemand hem, behalve die ene jongen die er verdrietig van werd. Toen kwam hij thuis.
We eten nu om half zes en dat scheelde meer dan ik dacht
Tussen vijf en zes uur was dit huis niet te besturen. De oplossing bleek niet in de kinderen te zitten maar in de tijd waarop we aan tafel gingen.
Bram mag zeven kinderen vragen en hij heeft er negentien op
Donderdag wordt hij zeven. Het lijstje met genodigden bevat inmiddels de hele klas, twee buren en iemand van de voetbal die hij een keer heeft gezien.