We hebben de sinterklaasregels dit jaar opgeschreven
Vijf jaar lang improviseerden we ons door november heen en spraken we elkaar elk jaar tegen. Dit jaar staan de afspraken op papier, en dat scheelt meer dan ik dacht.
Het begon woensdagavond bij het tandenpoetsen, met Bram die door de badkamerdeur riep: “Mag ik morgen mijn schoen zetten.”
Ik zei nee. Thijs zei vanaf de overloop ja.
Dat is dus precies het probleem.
Vijf jaar lang deden we het uit ons hoofd
We zijn nooit een gezin geweest met vaste sinterklaasafspraken. Elk jaar bedachten we in de eerste week van november opnieuw hoe we het gingen doen, meestal in de auto, meestal half, en meestal spraken we elkaar daarna twee keer per week tegen waar de kinderen bij waren.
Dat werkte redelijk toen er één kind was. Met drie kinderen in drie verschillende fases — één die alles gelooft, één die alles gelooft maar hardop nadenkt, en één die het al twee jaar weet — is improviseren geen stijl meer maar een risico.
Dus zondagavond hebben Thijs en ik aan tafel gezeten met een vel papier en het gewoon opgeschreven. Het hing maandag op de koelkast. Het is niet mooi. Er staat een streep door de eerste regel.
Wat er op het briefje staat
Schoen zetten begint bij de intocht. Niet eerder. Ook niet als iemand uit groep 3 zegt dat Sem al mocht.
Twee keer per week: dinsdag en vrijdag. Dit is de belangrijkste. Voorheen was het elke avond onderhandelen, en drie weken lang elke avond iets in een schoen leggen is geen traditie maar een tweede baan.
Wat erin gaat is klein. Iets eetbaars, of iets van vijftig cent uit de kringloop, of een tekening van Sinterklaas die verdacht veel op mijn handschrift lijkt. Geen cadeaus. Cadeaus zijn voor de vijfde.
Fenna hoort erbij. Zij weet het sinds vorig jaar en heeft er sindsdien niets over gezegd tegen Bram, wat ik nog steeds indrukwekkend vind voor een kind van tien. Ze mag helpen. Ze mag het schoentje van Loes doen.
Loes doet mee zoals Loes meedoet. Wat betekent: ze zet iets neer, het is niet altijd een schoen, en daar zeggen we niets van.
Vijf december is thuis. Alleen wij vijven. Oma Riet komt op de zesde, want anders wordt het te veel op één avond en huilt er aan het eind altijd iemand, en dat is meestal niet een kind.
Er stond eerst nog een zevende regel op, over hoeveel er per kind gekocht wordt. Die hebben we doorgestreept, niet omdat we het er niet over eens waren maar omdat we het er wél over eens waren en het dus niet op de koelkast hoefde. De streep staat er nog en Fenna heeft er al twee keer naar gewezen.
Wat het opleverde
Twee dingen, en het tweede had ik niet zien aankomen.
Het eerste is rust in de discussie. Bram vraagt nog steeds elke dag of hij zijn schoen mag zetten, want hij is zeven en hij vraagt alles elke dag. Maar nu wijs ik naar de koelkast en dan gaat hij ervoor staan. Hij komt niet ver — het is mijn handschrift en hij zit pas sinds september in groep 3 — maar hij herkent dinsdag inmiddels aan de eerste twee letters en dat is genoeg. Hij loopt terug en zegt: “Morgen dus.” Ja. Morgen dus.
Het tweede is dat Fenna erbij hoort. Ik had verwacht dat ze het kinderachtig zou vinden. In plaats daarvan zat ze zondag over dat vel papier gebogen om te kijken of het klopte, en vroeg ze of ze ook mocht bedenken wat er in de schoen ging.
“Mag ik het lijstje maken van wat erin gaat? Dan maak ik er een schema van.”
Ze is echt mijn kind. Alleen dan de versie die het lijstje terugvindt.
Vrijdagavond
Zaterdag is de intocht en dan mag het. Vanavond nog niet, en dat is aan de deur van de badkamer uitgelegd door twee ouders die het deze keer met elkaar eens waren.
Bram heeft zijn schoen alvast onder aan de trap gezet. Leeg, met de neus naar de deur. Hij zegt dat dat niet telt.
Loes heeft er haar gele laars naast gezet. Eén.
Vragen die ik hierover kreeg
Wanneer begin je met schoen zetten?
Bij ons vanaf de intocht, en niet eerder, hoe hard er ook onderhandeld wordt. Dat is geen regel van bovenaf maar een keuze die we hebben gemaakt omdat drie weken lang elke avond wat vinden ons te veel werd.
Hoe vaak mag de schoen bij jullie?
Twee keer per week, dinsdag en vrijdag. Dat staat op het briefje op de koelkast en het is de belangrijkste regel van allemaal, want hij haalt de dagelijkse discussie eruit.
Wat doe je als het oudste kind het niet meer gelooft?
Wij hebben Fenna er dit jaar bij betrokken in plaats van eromheen gepraat. Ze mag helpen met de schoenen van de kleintjes. Dat werkt beter dan doen alsof, want doen alsof kost haar meer moeite dan het ons oplevert.
4 reacties
-
Sandra ·
Wij hebben ook zo'n briefje maar dan met een vast bedrag erop. Dat is bij ons wat we ophangen zodat opa en oma het ook zien. Scheelt de helft van de spanning.
-
Ingrid ·
Wat mooi dat je de oudste erbij betrekt. Zo deden wij het vroeger ook en mijn dochter vertelt daar nu, veertig jaar later, nog over. Die schoentjes van haar broertje waren haar taak en daar was ze trots op.
Merel schrijft dit blog
Dat vind ik een fijn vooruitzicht, Ingrid. Ik ga het haar niet vertellen, want dan wordt het meteen minder leuk voor haar.
-
Bas ·
Regels opschrijven voor sinterklaas klinkt me eerlijk gezegd nogal streng in de oren. Maar goed, ik heb er één en jij drie.
Merel schrijft dit blog
Het klinkt strenger dan het is, Bas. Het is vooral een briefje zodat Thijs en ik niet om zeven uur staan te fluisteren over wat we ook alweer hadden afgesproken.
-
Wendy ·
Dinsdag en vrijdag! Dat ga ik stelen! Wij doen nu elke dag en ik ben op!
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
De eerste schoen van het jaar stond om kwart over zes al klaar
Het briefje met de sinterklaasregels hing er nog van vorig jaar. Er moest maar één regel bij, en die gaat over een hond die alles eerder ruikt dan wij.
Fenna zette één ding op haar lijstje. Bram zesenveertig.
Twee kinderen, twee verlanglijstjes, en een avond waarop ik ontdekte dat allebei de lijstjes over hetzelfde gingen. Alleen kon ik dat pas achteraf zien.
Oma Riet belt om te vragen wat de kinderen willen
Elk jaar dezelfde vraag en elk jaar heb ik geen antwoord. Dit jaar had ik er wel een, en toch ging het gesprek precies zoals het altijd gaat.