Sinds twee weken sta ik om zes uur op en niemand vroeg erom
De hond moet 's ochtends naar buiten en dat is bij mij terechtgekomen. Ik verwachtte er kapot van te zijn en kreeg er iets voor terug wat ik kwijt was.
Er staat om tien voor zes een hond naast mijn kant van het bed. Hij doet niets. Hij blaft niet, hij duwt niet, hij jankt niet. Hij staat daar.
En dat blijkt genoeg te zijn om mij, na negenendertig jaar niet-echt-een-ochtendmens-zijn, uit bed te krijgen.
Hoe dit bij mij terecht is gekomen
We hadden het niet zo afgesproken. We hadden helemaal niets afgesproken over de ochtend, want in alle gesprekken over de hond ging het over de kinderen, over de kosten, over de vakantie en over wie er thuis is, en over precies nul over wie er om zes uur opstaat.
De eerste ochtend deed Thijs het. De tweede ochtend deed Thijs het. De derde ochtend moest hij om half zeven weg naar een klus in Apeldoorn en toen deed ik het, en sindsdien doe ik het.
Zo gaan dit soort dingen. Er wordt niet over vergaderd. Het schuift een keer en dan blijft het liggen waar het geschoven is. Ik heb er bewust een paar dagen niets van gezegd om te zien of ik er boos over zou worden.
Ik werd er niet boos over. Dat verbaasde me zo dat ik er nu een stuk over schrijf.
Wat er in dat uur gebeurt
We lopen naar de dijk. Dat is acht minuten heen. Daar staan we een tijdje. Dan lopen we een stuk langs de uiterwaarden, tot het hek, en dan terug. Bij elkaar drie kwartier tot een uur, afhankelijk van hoeveel er te ruiken valt en hoe vaak hij besluit ergens te gaan zitten, wat nog steeds gebeurt maar minder dan in het begin.
Om zes uur is er in Wijhe niemand. Er is een man met een fiets die ik nu drie keer heb gezien en naar wie ik knik. Er zijn ganzen in de uiterwaarden die veel meer geluid maken dan je op dat tijdstip zou willen. Er hangt boven het water bijna elke ochtend een laag mist die om half zeven weg is.
En ik heb mijn telefoon niet bij me. Niet uit principe. Ik heb hem de eerste ochtend vergeten en toen bleek dat prettiger dan ik had verwacht, en inmiddels is het een gewoonte.
Dat is het hele verhaal. Een uur waarin niemand iets van me wil, waarin ik niets kan doen behalve lopen, en waarin er geen enkele beslissing genomen hoeft te worden.
Waarom dit werkt en mijn goede voornemens niet
Ik ben in januari begonnen met hardlopen. Voor de vierde keer, geloof ik. Het hield het vol tot half februari en toen was er een week waarin iedereen om de beurt verkouden was, en daarna is het gewoon opgehouden te bestaan.
Dat is bij mij het patroon met alles wat ik voor mezelf doe. Het staat op mijn lijst, het is optioneel, en het is het eerste wat sneuvelt als er iets anders is. Elke ochtend opnieuw is er een moment waarop ik kan kiezen, en elke ochtend kies ik verkeerd, en daarna voel ik me daar dan weer rot over. Dat is een systeem waarin ik twee keer verlies.
Nu is er geen keuze. Er staat een hond naast het bed. Hij moet naar buiten. Er is niemand anders die het doet en het kan niet wachten tot vanmiddag.
Ik ben er sinds vorige week ook twee keer bij gaan hardlopen. Niet lang, en niet mooi. Maar wel, en dat is nieuw, zonder dat ik er de avond ervoor over heb liggen denken.
Er is nog iets, en dat is lastiger op te schrijven omdat het meteen zweveriger klinkt dan het is.
Ik heb sinds januari het gevoel dat ik voortdurend achterloop. Niet op iets specifieks. Gewoon: op alles tegelijk, een beetje. De mail van school die ik drie dagen laat lezen. De afspraak met Karin die we sinds februari verzetten. Het werk in Zwolle, waar het sinds het voorjaar drukker is dan ik prettig vind en waar ik dingen aflever waarvan ik weet dat ze net niet zijn wat ze hadden kunnen zijn.
Dat gevoel gaat op de dijk niet weg. Dat had ik wel gehoopt, in die eerste week, want ik ben iemand die van een wandeling verwacht dat hij iets oplost.
Wat er wel gebeurt: het wordt tussen de dijk en het hek één ding tegelijk in plaats van alles tegelijk. Op de heenweg denk ik meestal aan het werk. Bij het hek, altijd bij het hek, komt er iets huiselijks, en dat is vaak iets kleins waarvan ik niet wist dat het me bezighield. Vorige week bleek dat de verjaardag van Fenna te zijn, die pas in juni is en waar nog niets over besloten is. Op de terugweg denk ik meestal aan niks en kijk ik naar wat hij doet.
Ik weet niet of dat komt door het lopen, door het tijdstip, of doordat er geen telefoon in mijn zak zit. Ik ga er ook niet naar op zoek. Ik was bang dat ik het kapot zou analyseren en dat is precies wat ik nu aan het doen ben, dus ik stop hier.
Wat het kost
Ik wil ook eerlijk zijn over de rest, anders staat hier een verhaal waarin een hond alles heeft opgelost.
Om negen uur ‘s avonds ben ik op. Echt op. Vorige week ben ik op de bank in slaap gevallen tijdens iets waarvan Thijs de volgende dag ook niet meer wist wat het was, wat betekent dat hij eveneens sliep.
De maandag en de donderdag zijn zwaar, want dat zijn de kantoordagen in Zwolle en dan begint mijn ochtend eerder en eindigt hij later. Ilse gaat op die dagen tussen de middag even langs, en dat is een gunst waar ik nog geen goede vorm voor heb gevonden. Ik heb een taart gebracht. Dat dekt het niet.
En Fenna vroeg zaterdag of ze een keer mee mocht. Ik heb ja gezegd en meteen daarna gedacht: maar dan is het niet meer van mij.
Dat is een gedachte waar ik me niet prettig bij voel. Ik heb dat uur twee weken en ik ben er nu al bezitterig over. Ik ga er niets aan doen behalve het opschrijven, en woensdag gaat ze mee.
Vanochtend
Het was mistig en koud voor eind mei. Bij het hek stond hij lang stil te kijken naar iets in het gras dat ik niet zag.
Toen we terugliepen ging er bij ons boven licht aan, in de kamer van Bram, om kwart over zes, veel te vroeg voor hem.
Hij stond voor het raam. Hij zwaaide niet, want dat doet hij dit jaar niet meer. Hij keek alleen of we er weer aankwamen.
Vragen die ik hierover kreeg
Hoe combineer je een hond met drie werkdagen buitenshuis?
Bij ons kan het alleen omdat het niet op één persoon aankomt. Ik loop 's ochtends, Thijs neemt de avond, de buurvrouw kijkt op mijn kantoordagen even binnen en de kinderen doen in het weekend mee. Was er één schakel weg, dan zou het niet werken en dat weet ik heel goed.
Wordt vroeg opstaan makkelijker als je het volhoudt?
Bij mij niet echt. Het opstaan blijft vervelend, elke dag opnieuw, ongeveer negentig seconden lang. Wat wel verandert is dat het geen besluit meer is dat je 's ochtends moet nemen, en dat scheelt meer dan ik dacht.
5 reacties
-
Hanneke ·
Dit is precies wat ik bedoelde toen ik zei dat kinderen je structuur geven en dat je dat pas mist als het weg is. Ik heb het nooit zo mooi kunnen zeggen als jij het hier opschrijft. Dat stukje over dat je niet hoeft te kiezen omdat er iemand bij de deur staat, dat is het hele punt.
Merel schrijft dit blog
Fijn dat je dat zegt, Hanneke. Ik was bang dat het klonk alsof ik blij ben met een verplichting erbij, en dat is het ook een beetje.
-
Karin ·
JIJ. Om ZES UUR. Ik heb je in twintig jaar horen zeggen dat je een ochtendmens bent en het nooit één keer gezien. Ik ben blij voor je en ik geloof je pas in september.
-
Bas ·
Nuchtere noot: dit werkt nu omdat het mei is en het om zes uur licht is. De echte test is half november, als het donker en nat is en er verder niemand op straat loopt. Niet om het te verpesten, wel om het reëel te houden.
-
Ingrid ·
Wat een mooi stuk. Mijn man liep vroeger elke ochtend met onze hond langs het water, en hij zei altijd dat dat het enige uur was waarin niemand iets van hem wilde. Ik begrijp nu pas goed wat hij bedoelde.
-
Nadia ·
Ik zit precies aan de andere kant hiervan. Ik heb geen enkel moment voor mezelf en ik zou niet weten hoe ik er een zou maken zonder dat er iets anders instort. Hoe is dat bij jou begonnen?
Merel schrijft dit blog
Eerlijk gezegd niet omdat ik het slim heb aangepakt. Er kwam een hond en die kon niet wachten. Ik gun je dat je iets vindt dat net zo weinig discussie toelaat.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Zes weken hardlopen en ik ben nog steeds langzaam
In januari begon ik voor de vierde keer met hardlopen. Deze keer hield ik het vol, en dat komt door iets stoms dat ik bijna niet durf op te schrijven.
Zes weken voor mezelf en mijn beste uur gaat op aan de was
Sinds half april werk ik niet meer bij het bureau in Zwolle. Ik dacht dat ik mijn dagen zelf zou indelen. Ze worden ingedeeld door een wasmand.
Nog een maand en op mijn werk weet nog niemand iets
Ik weet sinds januari wat ik ga doen en op kantoor weet niemand het. Zondagochtend liep ik hard en heb ik uitgerekend hoeveel keer ik het nog kan uitstellen.