Opvoeding & grote vragen

De agenda was vier dagen kwijt en ik heb hem niet gezocht

Sinds donderdag lag haar schoolagenda ergens en niemand wist waar. Vier dagen lang heb ik mijn handen thuisgehouden en dat was zwaarder dan het klinkt.

Donderdagavond stond ik in de deuropening van haar kamer met een vraag die ik niet gesteld heb.

Op haar bureau lag een gymtas, een oplader, een halve boterham op een bordje dat daar sinds dinsdag stond, en een boek dat niet van school is. Wat er niet lag, was de agenda. Die dunne, met dat harde kaft, die ze op de ophaaldag samen met het boekenpakket heeft meegekregen en waar ze de eerste week nog trots mee aan tafel zat.

Ik heb gezegd dat het eten klaar was. Verder niets.

Waarom dat boekje er ineens toe doet

Acht jaar lang kwam alles van school bij mij binnen. Er was een app en daar stond alles in: de gymles, het fruit, de studiedag, wanneer er een werkstuk af moest. Ik wist eerder dan Fenna wat Fenna moest doen, en dat vond ik toen normaal, want zo werkt de basisschool.

Sinds drie weken werkt het niet meer zo.

Nu is er een rooster met negen vakken, een lokaalnummer dat per dag verschilt, en huiswerk dat niet voor morgen is maar voor donderdag, of voor over anderhalve week. Er komt niets meer bij mij binnen. Wat ik weet, weet ik omdat zij het zegt.

En zij weet het omdat het in dat boekje staat.

Dus toen dat boekje er donderdag niet lag, wist ik meteen wat dat betekende, en ik heb er de hele avond mijn best voor gedaan om dat niet te laten merken.

De vier dagen

Vrijdagochtend heb ik één keer gevraagd of ze wist waar hij was. Ze zei dat hij op school lag. Ze zei het op de toon waarop je iets zegt waarvan je hoopt dat er geen vervolgvraag komt.

Er kwam geen vervolgvraag, want ik had mezelf in de badkamer al voorgehouden dat ik het één keer zou vragen en daarna niet meer. Dat is het soort afspraak dat ik met mezelf maak en waar ik me meestal niet aan hou.

Deze keer wel. Vier dagen.

Vrijdagavond was het lastig. Ze zat aan de keukentafel met een leeg blaadje en zei dat ze niet meer wist of dat ding voor Frans nou vrijdag of maandag moest, en ik stond bij het aanrecht met een theedoek en heb mijn mond gehouden, wat me fysiek moeite kostte. Ik had het antwoord ook niet. Dat is het punt niet. Het punt is dat ik dat antwoord had kunnen achterhalen, via de mail van school, via die moeder uit haar klas die ik sinds augustus in mijn telefoon heb staan, via drie routes die ik in mijn hoofd allemaal al had uitgestippeld terwijl ik afdroogde.

Zaterdag heb ik er niet aan gedacht, want zaterdag stond ik met Bram op een veld waar het eerste toernooitje van het seizoen was.

Zondag lag ze de hele middag op de bank met haar telefoon en ik heb gedacht: dus dit is hoe het gaat, ze doet het gewoon niet meer.

Dat was overigens niet waar, maar dat wist ik toen nog niet.

Wat Thijs zei terwijl hij niet opkeek

Thijs was zondagavond in de schuur bezig met iets aan een fiets, en ik stond in de deuropening, wat mijn plek is als ik ergens over wil praten zonder dat het een gesprek heet.

Ik heb gezegd dat ik het niet volhield.

Hij heeft doorgedraaid aan wat hij aan het doen was en gezegd: “Ze is dertien dagen op die school.”

Ik heb gezegd dat het zestien dagen waren.

Hij zei: “Ook goed.”

En toen, na een tijdje, met zijn hoofd nog steeds bij die fiets: “Wat gebeurt er als het misgaat?”

Daar had ik geen goed antwoord op. Dat is precies de vraag. Wat gebeurt er als het misgaat. Dan heeft ze een keer iets niet af. Dan staat er een keer iets in dat portaal waar wij donderdag op de ouderavond een code voor krijgen. Dan zit ze een keer met een rood hoofd in een lokaal op de tweede verdieping waar het volgens haar altijd te warm is.

Dat is het. Dat is de hele ramp.

Ik heb dat hardop gezegd en toen klonk het meteen kleiner.

Maandagmiddag, kwart over vijf

Ze kwam binnen, zette haar fiets in de schuur, hing haar jas over de trapleuning in plaats van aan de kapstok, en legde iets op tafel.

Niet de agenda.

Een blaadje. Een A4 die vier keer gevouwen is geweest en die zo te zien de hele week in een broekzak of een etui heeft gezeten, met bovenaan de dagen van de week en daaronder in kolommen wat er wanneer af moet.

Ik heb er niet meteen iets over gezegd. Ik heb thee ingeschonken zoals elke dag en ik heb gewacht, wat ik in augustus nog niet kon en nu een klein beetje.

Ze zei: “Die agenda ligt in mijn kluis. Ik heb hem eerst niet gepakt omdat ik dacht dat ik hem thuis had laten liggen en toen was het al gek om hem te pakken.”

Ik heb gevraagd wat er dan gek aan was.

Ze zei: “Dan zien ze dat ik hem kwijt was.”

Toen heeft ze dat blaadje uitgelegd. Ze schrijft na elke les op wat er af moet, op haar hand of in de kantlijn van haar schrift, en dan schrijft ze het thuis over op dat A4. Aan het eind van de week gooit ze hem weg en begint ze een nieuwe.

Bij donderdag stond een streep door iets heen. Bij dinsdag stond een cijfer 2 met een cirkeltje eromheen, en toen ik vroeg wat dat betekende zei ze dat dat het aantal dagen is dat ze nog heeft.

Dat had ik haar niet geleerd. Dat had niemand haar geleerd.

Wat ik ervan vind

Ik vind er twee dingen van tegelijk, en die zijn niet met elkaar te verenigen, dus ik zet ze allebei op.

Het eerste is dat dit systeem slechter is dan een agenda. Het is los papier, het gaat een keer door de was, en dan is alles weg in plaats van één dag.

Het tweede is dat ze het zelf bedacht heeft in een week waarin ze wist dat er iets niet klopte en waarin niemand haar geholpen heeft, en dat het daardoor van haar is.

Vorig jaar augustus had ze ook al zoiets. Een blaadje in haar jaszak met de fietsroute naar Deventer in zeven stappen, met een tijd bij stap vier. Dat had ze ook zelf gemaakt terwijl ik naast haar fietste en dacht dat ik iets aan het bijbrengen was.

Ik begin te vermoeden dat mijn rol hier voornamelijk bestaat uit ernaast lopen en niets zeggen.

Dat A4 ligt nu op de vensterbank, onder de sleutels van de schuur, en er is vanmorgen niets aan toegevoegd omdat het maandag is en de week nog moet beginnen.

De agenda ligt in een kluisje in Deventer waar ik nog nooit geweest ben.

Vragen die ik hierover kreeg

Moet je je brugklasser helpen met huiswerk plannen?

Helpen wel, overnemen niet, en dat verschil zit hem bij ons vooral in wie de pen vasthoudt. Ik mag vragen wanneer iets af moet en ik mag naast haar zitten terwijl ze het opschrijft, maar zodra ik het zelf ga invullen is het mijn planning geworden en dan voelt zij zich er ook niet meer verantwoordelijk voor. In de eerste weken heb ik dat twee keer fout gedaan en beide keren ging het daarna slechter.

Wat doe je als je kind zijn agenda kwijt is?

Niets, een paar dagen. Dat klinkt hard en het is ook niet leuk, maar een agenda die door je moeder wordt teruggevonden leert een kind alleen dat er iemand achter haar aan loopt. Wij hebben afgesproken dat ik één keer mag vragen of ze hem al heeft en daarna niet meer, en dat werkte beter dan alles wat ik in augustus had bedacht.

Hoeveel huiswerk heeft een brugklasser in de eerste weken?

Bij ons valt de hoeveelheid mee en is de spreiding het probleem. Het is geen uur per dag, het is drie kleine dingen voor overmorgen en één groter ding voor over anderhalve week, en dat laatste is precies waar het misgaat. Niet omdat het te veel is, maar omdat een kind van twaalf nog moet leren dat over anderhalve week ook echt een keer aanbreekt.

#fenna#brugklas#huiswerk#loslaten#plannen

5 reacties

  1. Hanneke ·

    Ik heb bij mijn oudste elke keer de agenda teruggevonden, alle drie de jaren, en bij mijn jongste heb ik het één keer laten liggen en dat was de enige van de drie die het uiteindelijk zelf kon. Dat is geen wetenschap, dat is één moeder met drie kinderen, maar het zegt wel iets. Wat je hier beschrijft over die vrijdagavond ken ik precies, dat je in de gang staat en dat je handen jeuken.

    Merel schrijft dit blog

    Handen die jeuken is precies het woord, Hanneke. Ik stond bij de trap en heb geteld tot ik weer wegliep.

  2. Sandra ·

    Tip voor als het weer gebeurt en het gebeurt weer: laat haar een foto maken van het bord met huiswerk aan het eind van elke les. Dan staat het altijd nog ergens, ook als het schrift kwijt is. Onze dochter doet dat sinds klas twee en sindsdien is er thuis geen ruzie meer over wat er af moest.

  3. Nadia ·

    Ik zit nog jaren van dit moment af en ik lees het nu al met knikkende knieën. Bij ons is de oudste zes en ik ben degene die alles bijhoudt, echt alles, en ik lees hier dat ik daar ooit mee moet stoppen. Hoe weet je wanneer dat moment er is?

    Merel schrijft dit blog

    Ik denk dat je het niet weet, Nadia, en dat je het achteraf pas ziet. Bij ons was het niet een moment maar een schooljaar waarin ik steeds een stap te laat was.

  4. Peter ·

    Bij ons lag hij in de kluis. Altijd. Drie jaar lang. Ik zeg het maar vast.

  5. Els ·

    Beste Merel, wat mij trof is dat u schrijft dat u het moeilijk vond om niets te doen. Ik heb vier kinderen grootgebracht en ik heb veel te veel gezocht, gebeld en geregeld, en ik weet nu dat zij daar niets aan gehad hebben en ik zelf ook niet. Uw dochter heeft er zelf iets op gevonden en dat is het mooiste wat er in dit stuk staat. Hartelijke groet.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit opvoeding →