De deur van mijn dochter zit dicht en ik klop nu eerst
Sinds ergens in april gaat Fenna's deur dicht als ze boven is. Het duurde drie weken voor ik doorhad dat ik het verkeerde probleem aan het oplossen was.
Ik stond dinsdagavond met een stapel schone was voor de deur van Fenna en wist niet wat ik moest doen. Vijf seconden. Was in mijn handen, deur dicht, en ik stond daar te bedenken of ik moest kloppen op een deur in mijn eigen huis.
Ik heb geklopt. Ze zei “ja hoor” op een toon die betekende: leg maar neer en dan ga je weer.
Ik heb neergelegd. Ik ben weer gegaan.
En toen ben ik beneden op de trap gaan zitten en heb ik daar iets langer gezeten dan nodig was.
Wanneer het begonnen is weet ik niet precies
Ergens in april. Niet met een gesprek, niet met een ruzie, niet na iets. Gewoon: ze ging naar boven en de deur ging dicht. Eerst één keer, toen vaker, toen altijd.
Ze doet er niets geheimzinnigs achter. Dat weet ik omdat ik het inmiddels een paar keer heb gezien: ze ligt op bed te lezen, of ze zit aan het bureautje dat we vorig jaar van de kringloop hebben gehaald en waar ze nu net te lang voor wordt, met een schrift waarin ze lijstjes maakt. Ze zet titels boven die lijstjes en onderstreept ze. Ik weet niet van wie ze dat heeft.
Er zit dus niets achter die deur wat er niet altijd al was. Wat er wel is: een deur.
Wat ik de eerste drie weken deed
Ik ga eerlijk zijn, want anders heeft dit stuk geen zin.
Ik heb geprobeerd het weg te praten. Ik ben vaker naar boven gegaan dan nodig, met dingen die konden wachten. Ik heb twee keer gezegd, in een toon die ik nu terughoor als aanzienlijk minder luchtig dan hij bedoeld was: “Je mag die deur best open laten hoor.” Ik heb een keer iets gezegd over dat we “toch geen geheimen hebben in dit huis”, wat een zin is waar ik nu, drie weken later, nog steeds ongemakkelijk van word. Alsof een gesloten deur hetzelfde is als een geheim. Alsof ze me iets schuldig is.
Ze reageerde er niet echt op. Ze deed hem gewoon weer dicht.
En Bram, die zeven is en niks doorheeft behalve alles, riep op een avond de trap op:
“Fenna doet altijd de deur dicht want ze wil niet dat wij bij haar zijn.”
Waarop Fenna zonder aarzelen terugriep dat dat inderdaad zo was. En toen dacht ik: oké. Zij vindt dit dus helemaal niet ingewikkeld.
Waar het over ging, en het ging niet over de deur
Wat ik aan het doen was, is iets wat ik bij mezelf herken van vroeger. Ik loste een probleem op dat ik zelf had, bij iemand anders.
Fenna heeft de hele dag mensen om zich heen. School vanaf half negen, waar ze in een klas zit met vierentwintig kinderen en waar meester Joost dit jaar veel in groepjes laat werken, wat ze soms leuk vindt en soms uitputtend. Streetdance op woensdag, waar het hard staat en waar ze zich, geloof ik, af en toe wat ouder voordoet dan ze is. Thuis een broertje dat non-stop praat en een zusje van drie die letterlijk overal is. Ze deelt een badkamer met vier mensen, ze deelt de bank, ze deelt het geluid.
Ze heeft één plek. En die plek heeft een deur.
Dat is niet het begin van het einde. Dat is een kind van tien dat aan het uitvinden is hoe je jezelf bent als er even niemand kijkt. Ik zou dat op mijn negenendertigste ook nog niet zonder deur kunnen.
Wat we nu doen
We hebben er geen groot gesprek over gehad, want daar zou ze van gaan zuchten en dan zou het over mij gaan. Wat we wel hebben afgesproken, in ongeveer vier zinnen bij de afwas:
- Ik klop. Altijd. Ook als ik iets kom brengen wat van mij is.
- Zij zegt iets terug. Ook als het “nee, nu even niet” is.
- Om half negen mag ik binnenkomen zonder kloppen, want dan is het bedtijd en dan ben ik weer gewoon de moeder.
- De deur mag dicht. De deur mag niet op slot. Dat vond ik het lastigste om uit te leggen en zij het makkelijkst om te accepteren.
Ze zei: “Ja hoor.” Klaar. Voor haar duurde die hele afspraak minder lang dan het uitzoeken van de sokken die erbij lagen.
Zaterdag
Zaterdag komt er een hond in huis, en ik weet nu al hoe dat gaat. Die hond gaat de trap op zoeken en gaat voor die deur liggen, en er is niets in dit gezin dat daar iets aan gaat veranderen.
Ik denk dat Fenna hem binnenlaat.
Gisteravond stond ik weer boven met de was en ik klopte, en ze deed open in plaats van “ja hoor” te roepen. Ze had haar schrift in haar hand en er stond een lijstje op met de titel dingen die de hond moet leren, met een liniaal eronder, en punt vier was: dat mijn kamer van mij is.
Ik heb gezegd dat ik dat een goed punt vond.
Toen ging de deur weer dicht, en dat was voor het eerst helemaal in orde.
5 reacties
-
Hanneke ·
Ja. En het gaat nog verder, dat moet ik je eerlijk zeggen. Bij ons ging de deur dicht en daarna gingen de gesprekken naar de auto verhuizen. Alles wat mijn dochter me tussen haar elfde en haar vijftiende heeft verteld, heeft ze verteld terwijl ik reed en niet naar haar keek. Dat is een tip die ik nergens heb gelezen en die bij ons alles was.
Merel schrijft dit blog
De auto. Dat ga ik onthouden, Hanneke. Dank je wel, echt.
-
Wendy ·
Zo herkenbaar! Onze oudste is negen en die begint er nu ook mee. Ik vond het eerst best pijnlijk eerlijk gezegd.
-
Bas ·
Ik lees hier vooral dat het jou meer deed dan haar. Dat is geen kritiek, dat mag ook, maar het is wel goed om het uit elkaar te houden. Zij doet iets normaals, jij mist iets. Twee verschillende dingen.
Merel schrijft dit blog
Klopt helemaal, Bas. Dat is ook precies waar het stuk halverwege omdraaide.
-
Ingrid ·
Wat schrijf je dit mooi. Ik moest denken aan mijn eigen meisjes, die nu zelf moeders zijn. Die deur gaat later weer open hoor, op een andere manier, en dan bellen ze op zondag.
-
Nienke ·
Ter info: ze doet die deur bij mij ook dicht en dan mag ik gewoon naar binnen. Zusje zijn is toch echt een betere baan.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Fenna wil later naar bed en ik heb geen goed argument
Ze is tien, ze vroeg om een half uur, en ze had het onderbouwd. Ik zei half acht omdat het altijd half acht is geweest, en dat bleek geen reden te zijn.
Ik heb deze week drie keer ja gezegd waar ik nee bedoelde
Een tent in de woonkamer, patat op donderdag en een kip. Drie keer gaf ik toe, en achteraf snap ik van maar één daarvan waarom.
Ze vroeg of ze alleen mocht fietsen en ik zei ja voor ik nadacht
Ruim een week na haar elfde verjaardag stond Fenna met haar fiets in de gang. Mijn ja was eruit voor ik wist wat ik precies had toegestaan, en toen begon het pas.