Fenna wil later naar bed en ik heb geen goed argument
Ze is tien, ze vroeg om een half uur, en ze had het onderbouwd. Ik zei half acht omdat het altijd half acht is geweest, en dat bleek geen reden te zijn.
Ze had het voorbereid. Dat is wat me het meest heeft geraakt en ook een beetje in het nauw heeft gebracht.
Donderdagavond, kwart over zeven, ik ruimde de tafel af. Fenna kwam de keuken in met een blaadje uit haar schrift. Niet zwaaiend. Gewoon in haar hand, alsof ze het al drie dagen bij zich had, wat waarschijnlijk zo was.
“Ik wil met je praten over half acht.”
Wat er op dat blaadje stond
Vier punten, met streepjes ervoor, in haar handschrift dat netter is dan het mijne.
Eén: ze is tien en ze gaat sinds groep 5 om half acht naar bed, en ze zit nu in groep 7.
Twee: Bram gaat ook om half acht naar bed en Bram is zeven, en dat is drie jaar verschil en nul minuten verschil.
Drie: ze is ‘s ochtends altijd als eerste beneden, wat waar is, en ze heeft dat er zelf bijgezet met de opmerking dat ik dat kan controleren.
Vier: er staat op haar blaadje “een half uur, alleen doordeweeks niet”. Dus ze vroeg om vrijdag en zaterdag. Ze vroeg niet om alles.
Ik heb daar in mijn keuken naar staan kijken met een vaatdoek in mijn hand en het eerste wat er in me opkwam was: dit meisje gaat het ver schoppen. En het tweede was: ik heb hier niks tegenin te brengen.
Wat ik zei en wat ik dacht
Ik zei: “Half acht is altijd half acht geweest.”
Dat is wat er uitkwam. Terwijl ik het zei hoorde ik het al. Dat is geen argument, dat is een mededeling over het verleden. Als iemand op mijn werk zo iets zou zeggen over een indeling die nergens op slaat, zou ik dat opschrijven om er later boos over te zijn.
Ze zei niks terug. Ze wachtte gewoon, met dat blaadje. Ze is heel goed in wachten. Ze kan lang boos blijven en dan ineens niet meer, en ze kan ook lang stil zijn zonder dat het onaangenaam wordt. Dat heeft ze niet van mij.
Wat ik dacht, in die stilte, was dit: half acht is niet voor haar. Half acht is voor mij. Om half acht is dit huis van Thijs en mij, en daar heb ik me het afgelopen jaar aan vastgehouden alsof het een recht was. Ik wil om half acht op de bank zitten en niks meer horen.
Dat is geen slechte reden. Maar het is wel een andere reden dan de reden die ik haar gaf.
Het lampje onder de deur
Er is nog iets, en dat maakt het hele gesprek eigenlijk theoretisch.
Ze slaapt om half acht helemaal niet. Ze ligt te lezen. Ik zie het licht onder haar deur door als ik om kwart over acht de trap op loop om te kijken of Loes nog ligt. Ik weet het al maanden. Ik heb er twee keer iets van gezegd en beide keren deed ze het lampje uit en beide keren ging het na vijf minuten weer aan.
Dus wat ik in stand hield was niet een bedtijd. Het was een afspraak waar we allebei van wisten dat hij niet klopte, en waarbij zij deed alsof ze zich eraan hield en ik deed alsof ik het niet zag.
Dat is een raar ding om je dochter te leren.
Wat we hebben afgesproken
Op vrijdag en zaterdag gaat ze om acht uur naar boven. Wat ze daar tot half negen doet mag ze zelf weten, zolang het in bed is en zolang het geen scherm is. Doordeweeks blijft het half acht, en boven mag het licht tot acht uur aan. Officieel nu. Uitgesproken.
We doen het vier weken en dan kijken we ernaar. Dat heb ik erbij gezegd omdat ik het geen overwinning wilde laten zijn, en ik denk dat ze dat ook zo begreep, want ze zei: “Dus in februari opnieuw.” Ja. In februari opnieuw.
Ze vouwde het blaadje op en nam het weer mee naar boven. Ik weet niet wat ze ermee heeft gedaan. Bewaard, waarschijnlijk. Ze bewaart alles en raakt niks kwijt, en daar heb ik het in dit huis nog wel eens moeilijk mee.
Bram kwam een half uur later de trap af met een vraag waarvan ik precies wist wat het zou zijn.
Daar ben ik nog niet uit.
Vragen die ik hierover kreeg
Hoe laat gaat een kind van tien naar bed?
Bij ons was het jarenlang half acht boven en om acht uur licht uit, en dat is nu opgerekt naar acht uur boven op vrijdag en zaterdag. Ik weet dat er gezinnen zijn waar het veel later is en gezinnen waar het strenger is. Wat bij ons doorslaggevend was, is niet het tijdstip maar of ze de volgende ochtend uit zichzelf overeind komt.
Moet je met je kind onderhandelen over bedtijd?
Ik ben er niet voor om alles bespreekbaar te maken, maar bij een tienjarige die een goed opgebouwd voorstel doet vind ik het raar om alleen maar nee te zeggen. We hebben het nu voor vier weken afgesproken en daarna kijken we of het werkt. Zo bewaak ik dat het een proef is en geen overwinning.
4 reacties
-
Hanneke ·
Bij mijn oudste ging dit precies zo rond die leeftijd en ik heb toen veel te lang vastgehouden aan een tijdstip waarvan ik zelf niet meer wist waarom het dat tijdstip was. Uiteindelijk is het vanzelf verschoven. Het gaat verder ook nog vaak genoeg mis, hoor. Maar hier heb ik geen spijt van.
Merel schrijft dit blog
Dank je, Hanneke. Dat van niet meer weten waarom, dat was precies de vervelende ontdekking.
-
Bas ·
Ik zou opletten dat je niet de gewoonte inruilt voor een debat. Kinderen die goed kunnen argumenteren krijgen dan structureel meer dan kinderen die dat niet kunnen. Dat is bij ons wel een ding geweest tussen de twee.
-
Ingrid ·
Dat beeld van dat lampje onder de deur. Daar werd ik even helemaal stil van. Mijn dochter deed dat met een zaklamp en ik deed alsof ik het niet zag.
-
Yvonne ·
En hoe heb je het dan met Bram opgelost? Hij is drie jaar jonger maar die ziet dit natuurlijk ook gebeuren. Daar zou ik bij ons echt tegenaan lopen.
Merel schrijft dit blog
Daar loop ik ook tegenaan, Yvonne. Hij heeft het dezelfde avond nog gevraagd. Dat wordt een volgend stuk.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
De deur van mijn dochter zit dicht en ik klop nu eerst
Sinds ergens in april gaat Fenna's deur dicht als ze boven is. Het duurde drie weken voor ik doorhad dat ik het verkeerde probleem aan het oplossen was.
De zin waarmee ik ruzie met mijn oudste altijd erger maakte
Fenna kan drie dagen boos blijven en dan ineens niet meer. Ik heb jarenlang precies het verkeerde gezegd, en het duurde tot deze zaterdag voor ik het doorhad.
Ik heb deze week drie keer ja gezegd waar ik nee bedoelde
Een tent in de woonkamer, patat op donderdag en een kip. Drie keer gaf ik toe, en achteraf snap ik van maar één daarvan waarom.