De vraag die Bram op de fiets stelde en ik niet had voorbereid
Maandagochtend, tegenwind, nog vierhonderd meter tot het schoolplein. Hij fietste naast me en vroeg iets waar ik acht jaar de tijd voor had gehad.
Maandagochtend, kwart voor half negen, tegenwind vanaf de dijk. Bram fietst naast me en heeft al twee straten niets gezegd, wat bij hem betekent dat er iets aankomt.
Dan zegt hij, zonder opzij te kijken:
“Mam. Doen jullie het zelf?”
Wat je dan in een halve seconde doet
Ik heb acht jaar de tijd gehad om hierover na te denken. Ik heb dit bij Fenna al meegemaakt, twee jaar geleden, en daar heb ik toen zelfs iets van geleerd.
En toch was het eerste dat ik deed: doen alsof ik het niet gehoord had.
Dat is niet mooi, maar het is wel wat er gebeurde. Ik zei: “Wat zeg je?” terwijl ik precies wist wat hij zei. Ik kocht drie seconden, en die drie seconden had ik nodig, want ik voelde iets in mijn keel dat daar helemaal niet hoorde op een maandagochtend op de Kerkstraat.
Hij herhaalde het. Iets harder, want de wind stond verkeerd.
Waarom hij het vroeg
Achteraf weet ik het. Er is vorige week op het plein iets gezegd door een jongen uit groep 6 die het nodig vond om acht kinderen tegelijk in te lichten. Bram heeft dat drie dagen bij zich gehouden. Drie dagen. Dat is voor hem een eeuwigheid, want dit is een kind dat het aan de kassa in de supermarkt vertelt als hij een steen gevonden heeft.
Hij heeft het niet aan Fenna gevraagd, wat me het meest verbaast. Hij heeft gewacht tot we alleen op de fiets zaten en niemand ons kon horen, en dat is een keuze die ik zelf ook gemaakt zou hebben.
Mijn zoon van acht heeft een geschikt moment gezocht.
Wat ik uiteindelijk zei
Ik heb niet ja gezegd en niet nee. Ik heb gezegd: “Wat denk je zelf?”
Dat is precies het antwoord waar ik als lezer altijd een beetje boos van word, omdat het zo makkelijk is en omdat het lijkt alsof je eromheen draait. En misschien draaide ik er ook wel omheen. Maar het is bij ons twee keer het goede geweest, en de reden daarvoor snapte ik pas bij Fenna.
Een kind dat vraagt of het echt is, wil meestal niet weten of het echt is. Dat weet hij op dat moment al bijna zeker. Wat hij wil weten is wat er gebeurt als hij het hardop zegt.
Verlies ik dan iets. Word ik dan groot. Mag ik nog meedoen. Word ik dan uitgelachen omdat ik het zo lang geloofd heb.
Bram fietste door en dacht na. Ik zag hem denken, aan de manier waarop zijn stuur niet helemaal recht bleef.
Toen zei hij: “Ik denk dat jullie het doen. Maar ik weet het niet honderd procent.”
En daarna, meteen erachteraan, zonder pauze, met een stem die ineens vier jaar jonger klonk: “Ik wil het wel blijven doen.”
Wat er tussen daar en het schoolplein gebeurde
Nog vierhonderd meter. Twee stoplichten, waarvan er eentje op rood stond, en daar had ik alle gelegenheid om het uit te leggen.
Ik heb het niet uitgelegd.
Ik heb gezegd dat hij het mag blijven doen. Dat het bij ons in huis is zoals hij het wil, en dat er niets verandert aan de schoen op de stoel en de dinsdagen en de vrijdagen.
En toen heb ik gezegd wat ik twee jaar geleden ook tegen zijn zus heb gezegd, en het is het enige zinnetje uit dit hele gesprek dat ik van tevoren bedacht had, jaren geleden al: dat het leukste deel pas begint als je het weet. Want dan mag je het voor iemand anders doen.
Hij zei niets. Bij het hek stapte hij af, gooide zijn fiets in het rek zoals hij hem elke dag in het rek gooit, en liep naar binnen zonder om te kijken.
Ik ben naar huis gefietst en heb daar in de gang gestaan met mijn jas nog aan.
Er ligt in de schuur iets voor hem. Ik heb dat in oktober al gekocht, in een winkel in Zwolle, in de veronderstelling dat ik nog een jaar had. Ik heb er die middag nog naar staan kijken, met de deur van de schuur open en de kou naar binnen.
Wat ik voelde was niet verdriet. Het was het gevoel dat je hebt als je een kamer uit loopt waar je klaar bent, en de deur nog even openhoudt.
Ik heb er die avond met Thijs over gesproken, kort, tijdens de afwas. Hij zei dat hij het zelf op zijn zevende al wist en dat hij toen twee jaar heeft doorgespeeld voor zijn ouders, omdat hij dacht dat zij het leuk vonden. Dat wist ik niet. We zijn zestien jaar samen en dat wist ik niet.
Toen zei hij nog iets waar ik sindsdien over nadenk. Dat het bij hem thuis nooit uitgesproken is, geen enkel jaar, en dat hij niet meer weet wanneer het precies over is gegaan. Er is geen moment geweest. Er is alleen een jaar geweest waarin het er nog was en een jaar waarin het er niet meer was.
Ik denk dat ik daarom zo blij ben met die vraag op de fiets. Bram heeft er tenminste iets van gemaakt. Hij heeft een moment gekozen, hij heeft gewacht tot de wind goed stond, en hij heeft het hardop gezegd.
Wat er sindsdien is gebeurd
Dinsdagavond stond zijn schoen op de stoel. Hij heeft hem zelf neergezet, met de veters erin gepropt zoals altijd.
Woensdagochtend heeft hij gekeken wat erin zat, en het was een klein zakje pepernoten en een tekening, en hij heeft precies gedaan wat hij vorig jaar deed. Hij heeft hard geroepen dat er iets in zat.
Alleen keek hij deze keer heel even naar mij, voor hij het riep.
Dat is een nieuw ding. Dat is er vorig jaar niet geweest.
En Fenna, die in de deuropening stond met haar schooltas al om, keek naar hem en toen naar mij, en zei niets. Ze heeft twee jaar niets gezegd. Ze zei ook nu niets.
Vanavond gaat zij zijn schoentje doen. Ze heeft het gevraagd. Ik heb ja gezegd en ik heb niet uitgelegd waarom ik dat een goed idee vind.
Vragen die ik hierover kreeg
Hoe oud zijn kinderen als ze aan Sinterklaas gaan twijfelen?
Dat loopt zo uiteen dat een leeftijd je weinig zegt. Bij ons was de oudste negen en de middelste acht, maar op het schoolplein van Bram zitten kinderen van zeven die het al weten en kinderen van tien die er niet over piekeren. Wat er meestal aan voorafgaat is niet nadenken maar iemand op het plein.
Moet je eerlijk antwoorden als je kind vraagt of Sinterklaas echt bestaat?
Ik heb geleerd om eerst terug te vragen wat hij zelf denkt. Niet om eromheen te draaien, maar omdat het antwoord daarop je vertelt wat hij nodig heeft. Een kind dat twijfelt en een kind dat het al weet en bevestiging zoekt, stellen dezelfde vraag met een heel ander doel.
Hoe voorkom je dat het oudste kind het aan het jongste vertelt?
Door het oudste kind een rol te geven in plaats van een verbod. Onze oudste weet het sinds haar negende en heeft in twee jaar niets losgelaten, en dat komt niet doordat wij het verboden hebben maar doordat zij de schoentjes van de kleintjes mag doen. Meedoen is een sterker geheim dan zwijgen.
6 reacties
-
Marjolein ·
Ik zat te huilen bij die zin over dat hij niet omkeek. Wat een moment. En wat fijn dat je hem gewoon liet fietsen en niets ging uitleggen, want ik denk dat ik meteen was gaan praten en dat het dan kapot was gegaan. Bewaar dit stuk voor later, echt waar.
Merel schrijft dit blog
Ik was ook bijna gaan praten, Marjolein. Het scheelde één stoplicht.
-
Peter ·
Mijn zoon vroeg het bij de kapper. Waar niemand iets kon zeggen. Slim jongetje achteraf.
-
Hanneke ·
Wij hebben het toen te snel bevestigd en dat vond mijn dochter achteraf het rotste. Niet dat het niet echt was, maar dat wij er meteen mee klaar waren terwijl zij nog aan het nadenken was. Jij hebt hem de tijd gegeven en dat is precies goed.
Merel schrijft dit blog
Dat had ik makkelijk fout kunnen doen. Ik was vooral verrast dat ik nog kon zwijgen op een fiets.
-
Bas ·
Nuchtere vraag. Weet je zeker dat hij twijfelde en niet gewoon een gesprek zocht? Kinderen stellen ook grote vragen om iets te zeggen te hebben.
Merel schrijft dit blog
Dat is een goede, Bas, en ik weet het niet zeker. Maar hij fietste er drie dagen mee rond voor hij hem stelde, dus helemaal terloops was het niet.
-
Ingrid ·
Mijn kleinzoon is nu zeven en ik moet er niet aan denken. Wat een mooi geschreven stuk, ik heb het twee keer gelezen.
-
Nadia ·
Ik wil dit onthouden voor over vier jaar. Ik weet nu al dat ik het te snel ga invullen, dat doe ik altijd.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Dit jaar helpt Fenna mee, en dat is een heel ander soort spanning
Onze oudste zit in groep 8 en staat sinds dit jaar aan de andere kant van de tafel. Ze is er beter in dan ik, en dat maakt het nog spannender.
Drie schoenen, twee wortels en een kind dat om half zes klaarstaat
Bram zet zijn schoen sinds november elke avond, ook als het niet mag. Over de laatste week voor pakjesavond bij ons in huis, en wat er dan echt gebeurt.
Fenna zette één ding op haar lijstje. Bram zesenveertig.
Twee kinderen, twee verlanglijstjes, en een avond waarop ik ontdekte dat allebei de lijstjes over hetzelfde gingen. Alleen kon ik dat pas achteraf zien.