Fenna koos een school en haar beste vriendin koos de andere
Ze fietsten vrijdagavond samen naar de open avond en kwamen terug met verschillende antwoorden. Daar hadden wij thuis geen enkel plan voor klaarliggen.
Ze zijn vrijdagavond met zijn tweeën op de fiets naar Deventer gegaan, in het donker, met van die hesjes aan waar ze allebei een hekel aan hebben en die toch aan moesten.
Wij hebben in de auto achter ze aan gereden tot aan de brug en zijn toen doorgereden naar de kantine van de school, waar we anderhalf uur hebben gezeten met een bekertje koffie en waar ik twee keer iemand ben tegengekomen die ik van het schoolplein ken en met wie ik precies hetzelfde gesprek heb gevoerd.
Om kwart over negen kwamen ze terug bij de fietsen.
Noor zei: “Ik ga hier heen.”
Fenna zei niks.
Wat er in de auto gebeurde en toen thuis
Fenna is met ons meegereden en haar fiets ging in de achterbak, want dat was zo afgesproken vanwege het donker.
Ze heeft de hele weg naar Wijhe niets gezegd, wat bij haar twee dingen kan betekenen, en ik wist deze keer niet welke van de twee.
Thuis heeft ze haar jas opgehangen en is ze bij de tafel blijven staan, wat ze nooit doet, en toen zei ze:
“Ik vond het hier niet fijn.”
En daarna, harder dan nodig was: “En Noor wel.”
Waarom het niet fijn was
Ik heb er niet meteen naar gevraagd, want dat had ik in dezelfde maand al een keer verkeerd gedaan. Ik heb thee gezet en gewacht.
Wat er uiteindelijk uit kwam was heel concreet en had niets te maken met de dingen waar wij naar hadden zitten kijken.
De gangen waren smal en er stonden geen banken. Ze hadden een keer moeten wachten in een lokaal waar niemand iets zei. En er was een rondleider geweest, een meisje uit de derde, die aan het einde tegen hun groepje had gezegd dat je hier “wel moet aanpakken”, op een toon die volgens Fenna bedoeld was als grap en die niet als grap aankwam.
Bij de eerste school, die met de bunsenbranders, was ze zeven minuten kwijtgeraakt omdat ze bij een tafel was blijven hangen.
Zij zei het zelf zo: “Daar bleef ik staan en hier wilde ik weg.”
Dat is voor een kind van elf een behoorlijk scherpe analyse en ik heb er niets aan toe te voegen gehad.
Wat wij hadden zitten doen in die kantine
Thijs en ik zaten anderhalf uur aan een tafeltje met een bekertje koffie en hebben in die tijd precies de verkeerde dingen besproken.
Wij hadden het over de fietsafstand en over of ze in de winter in het donker terug moet. Over hoe groot het is. Over dat er tweeduizend leerlingen op zitten en of dat te veel is voor een kind uit Wijhe dat acht jaar in dezelfde klas heeft gezeten met dezelfde drieëntwintig gezichten.
Dat zijn geen domme vragen. Het zijn alleen niet de vragen waar zij mee terugkwam.
Zij kwam terug met banken op de gang en met een opmerking van een meisje uit de derde.
Ik heb daar sindsdien over nagedacht en ik denk dat het klopt. Wij kijken naar een school zoals je naar een huis kijkt als je het koopt, met een meetlint en een lijstje. Zij kijkt naar een school zoals je naar een kamer kijkt waar je binnenloopt en meteen weet of je je jas uitdoet.
Wij hebben allebei gelijk. Alleen gaat zij er vier jaar zitten en wij niet.
Het echte gesprek was een dag later
Zaterdagochtend, aan de keukentafel, met Wolk onder de tafel en Bram in de kamer die nogal luid iets aan het bouwen was.
Ze vroeg of Noor het erg zou vinden.
Ik heb gezegd dat ik dat niet weet.
Ze vroeg of ze dan straks nog vriendinnen zijn.
Ik heb gezegd dat ik dat ook niet weet, en dat ik dat vervelend vind om te moeten zeggen, en dat ik het toch zeg omdat ik haar niet iets ga beloven waar ik niet over ga.
Toen heb ik één ding gevraagd. Met wie was je bevriend in groep vier.
Ze moest even nadenken en zei toen een naam die ik in geen twee jaar heb gehoord. Een meisje dat hier vroeger elke woensdag was en dat toen is verhuisd naar iets bij Raalte, en ik weet nog dat ze er twee weken verdriet van had.
Ze zei zelf, langzaam: “O.”
Meer heb ik niet gedaan.
Waar het nu staat
Ze wil naar de eerste school. Ze heeft dat zaterdagmiddag hardop gezegd tegen Thijs, die aan het klussen was in de schuur, wat de plek is waar in dit huis de belangrijke dingen gezegd worden.
Hij zei: “Goed.” En daarna, na een halve minuut, met een schroevendraaier in zijn hand: “En je mag nog van gedachten veranderen.”
Aanmelden is pas in maart. Tot de voorjaarsvakantie hoeft er niets vast te staan, dat hebben we afgesproken en dat blijf ik herhalen, vooral tegen mezelf.
Wat ik wel weet is dat Noor vanmiddag gewoon hier was. Ze hebben boven gezeten met de deur dicht, er kwam om het kwartier gelach naar beneden, en Wolk lag op de overloop voor die deur zoals hij dat sinds mei doet.
Ze zijn om vijf uur naar beneden gekomen voor iets te drinken en Noor vroeg of ze mocht blijven eten.
Er staat sinds vanochtend op de kalender in de keuken, in Fenna’s handschrift, in de laatste week van augustus, iets nieuws.
Noor eerste schooldag vragen hoe het was.
Met een liniaal eronder.
Vragen die ik hierover kreeg
Moet je je kind laten kiezen voor dezelfde school als haar vriendin?
Wij hebben het niet verboden en ook niet aangemoedigd. Wat we wel gedaan hebben is de twee dingen uit elkaar trekken door ze op verschillende momenten te bespreken. Eerst welke school bij haar past, pas een dag later wie er nog meer heen gaat. In één gesprek wint de vriendin het altijd.
Hoe leg je uit dat vriendschappen kunnen veranderen zonder het somber te maken?
Wij hebben het omgedraaid en gevraagd met wie ze in groep vier bevriend was. Dat was iemand anders. Ze schrok daar zelf van en trok daarna zelf de conclusie. Dat werkte beter dan wat wij hadden kunnen zeggen.
Wanneer moet de keuze definitief zijn?
De aanmelding is bij ons in maart. Wij hebben afgesproken dat er tot de voorjaarsvakantie niets vaststaat, zodat er nog ruimte is om van gedachten te veranderen zonder dat het voelt als terugkrabbelen.
5 reacties
-
Hanneke ·
Bij ons ging het precies zo en ik heb toen de fout gemaakt om te zeggen dat ze elkaar heus wel blijven zien. Dat bleek niet waar en dat heeft ze me nog twee jaar nagedragen. Ik zou eerder zeggen dat je het niet weet en dat je er samen naar kijkt. Kinderen kunnen best hebben dat je iets niet weet, ze kunnen alleen niet hebben dat je iets belooft.
Merel schrijft dit blog
Dat je iets niet weet mag, dat je iets belooft niet. Ik heb hem opgeschreven, Hanneke.
-
Yvonne ·
Heeft Fenna dit zelf aan Noor verteld of kwam het van de andere kant? Ik vraag het omdat ik denk dat het uitmaakt wie het eerst zegt.
-
Ingrid ·
Wat een lief stuk. Ik denk aan mijn eigen schooltijd en aan een meisje dat naar een andere school ging en dat ik daarna nooit meer gesproken heb. En toch weet ik haar naam nog. Zo blijft het toch ergens.
-
Bas ·
Verstandig dat jullie die twee gesprekken uit elkaar hebben gehaald. Dat is denk ik het enige echt bruikbare in dit stuk en dat bedoel ik als compliment.
-
Nienke ·
Ik heb haar gisteren aan de telefoon gehad en ze klonk niet als iemand die het zwaar heeft. Ze klonk als iemand die iets besloten heeft. Groot verschil met haar moeder op die leeftijd.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Mijn dochter praatte met een vreemd meisje over school zoals ze thuis nooit doet
Twee elfjarigen op een muurtje bij de wasruimte, een gesprek van veertig minuten, en een moeder die deed alsof ze de was aan het ophangen was. Ik heb alles gehoord.
Het definitieve advies viel hoger uit en Fenna begon te huilen
In november stond er havo. Vrijdag zat er een streepje bij en een tweede woord, en mijn dochter reageerde precies andersom dan ik in mijn hoofd had geoefend.
Het aanmeldformulier is de deur uit en toen werd het stil
Vrijdagochtend ging Fenna de deur uit met het formulier voor de middelbare school in haar tas. Ik had verwacht dat er iets zou gebeuren. Er gebeurde niets.