Ik zei het hardop aan de keukentafel en Thijs zei een woord
Drie weken heb ik het opgeschreven, weggelegd en niet gezegd. Zondagavond kwam het er in één zin uit en het antwoord duurde korter dan de zin zelf.
Zondagavond, kwart over negen. De kinderen lagen boven. Er stond een kop thee die te heet was om vast te houden en te koud om lekker te zijn, wat bij mij de standaardtoestand van thee is.
Thijs zat aan de keukentafel met de folder van iets voor zijn werk, en ik stond bij het aanrecht met mijn rug naar hem toe.
Ik zei: “Ik wil in april stoppen bij het bureau.”
En hij zei: “Goed.”
Dat was het. Dat is het hele gesprek dat ik drie weken lang in mijn hoofd heb geoefend.
Wat ik dacht dat er zou gebeuren
Ik heb dit gesprek zo vaak gerepeteerd dat ik hele zinnen klaar had liggen.
Ik had een antwoord klaar voor als hij zou vragen of ik het zeker wist. Ik had een antwoord klaar voor als hij zou zeggen dat het ook aan de winter kan liggen, wat een terechte tegenwerping is en die ik eerder deze maand van een lezer hier ook al kreeg. Ik had zelfs iets voorbereid voor als hij zou zeggen dat we het over een jaar nog eens moesten bekijken, en in mijn hoofd was ik daar behoorlijk fel over.
Ik had geen enkel antwoord klaar voor “goed”.
Dus ik ben me blijven verdedigen tegen iemand die het al met me eens was. Dat heb ik ongeveer vier minuten volgehouden. Ik heb uitgelegd dat ik het in juni ook dacht en niet alleen in januari. Ik heb uitgelegd dat het niks met veertig te maken heeft. Ik heb uitgelegd dat het niet aan de mensen ligt.
Op een gegeven moment legde hij de folder neer en zei: “Merel.”
Ik zei: “Wat.”
Hij zei: “Ik zei goed.”
Waarom ik het niet eerder zei
Dit is het deel waar ik iets van mezelf moet toegeven en ik zit er nog steeds mee.
Ik was niet bang voor zijn mening. Ik was bang dat ik hem zou moeten overtuigen, en overtuigen betekent dat je zelf al helemaal zeker moet zijn, en dat was ik pas sinds twee weken.
Dus wat ik gedaan heb, is dit. Ik heb het drie weken lang alleen uitgezocht. Kolommen op de achterkant van een enveloppe. Rekenen op een parkeerplaats. Een gesprek met Karin in de auto tussen Zwolle en Wijhe. Twee avonden waarop ik heb zitten kijken wat er aan opdrachten zou kunnen zijn en of ik daar genoeg van kan krijgen. Ik ben er zelfs achter gekomen dat ik nog een oude klantenlijst heb uit de tijd dat ik voor mezelf begon en het na vier maanden weer opgaf, en die lijst is nu elf jaar oud.
En daarna kwam ik met een conclusie.
Hij mocht niet meedenken. Hij mocht alleen ja zeggen.
Toen ik dat zondagavond ook hardop tegen hem zei, zei hij dat hij dat al door had. En daarna zei hij, en dit is de langste zin die hij die avond heeft uitgesproken: “Ik wacht al sinds oktober tot je het zou zeggen.”
Oktober. Toen zat ik nog volop in het stof van de badkamer en dacht ik dat ik niks liet merken.
Wat er daarna wel besproken is
Want we hebben wel doorgepraat, tot half twaalf, met de folder allang aan de kant.
Niet over of het moet. Over hoe.
Thijs is werkvoorbereider en dat betekent dat hij van beroep dingen in de goede volgorde zet, en dat is precies waar ik het slechtst in ben. Hij heeft binnen tien minuten drie vragen gesteld waar ik alle drie geen antwoord op had.
Wanneer weet je of het werkt en wanneer weet je of het niet werkt. Niet in gevoel, in maanden.
Wat gebeurt er in de zomervakantie, als er zes weken lang drie kinderen thuis zijn en ik geen kantoor meer heb om naartoe te gaan.
En waar ga je zitten. Dat klinkt als de kleinste vraag en dat is het niet. Ik heb nu een bureau in de hoek bij het raam, wat het koudste plekje van dit huis is, en dat weet ik omdat ik daar vorig jaar een heel stuk over geschreven heb. Als ik daar vijf dagen in de week ga zitten in plaats van twee avonden, dan is dat geen detail meer.
Ik heb op alle drie gezegd dat ik het niet weet.
Hij zei dat hij dat prima vindt, zolang we het opschrijven. En toen is hij een pen gaan halen uit de la waar geen pennen liggen, en heeft hij er drie gevonden.
Hoe het er nu uitziet
Er ligt sinds maandagochtend een blaadje op de keukentafel dat ik voorlopig niet weghaal, en er staan vier dingen op.
- Ik zeg het pas op het werk als het klopt. Niet in januari, niet in een opwelling. Ik heb daar een opzegtermijn en fatsoen bij te houden en ik wil er niet weglopen, ik wil er weggaan.
- Ik hoef niet meteen alles zelf te doen. Ik ga eerst kijken of ik twee vaste opdrachtgevers kan vinden die genoeg zijn om op te staan.
- Loes gaat eind maart naar school. Ik begin niet eerder dan dat, want anders komt er nooit een moment waarop het huis echt leeg is en ik echt begin.
- Ik zet dit op de kalender. In de laatste week van april. In mijn eigen handschrift, dat niemand kan lezen, en deze keer schrijf ik er wel bij wat het is.
Dat vierde punt gaat over iets wat ik hier eerder deze maand heb opgeschreven, toen we die kalender ophingen en ik ontdekte dat er niets van mij in stond behalve mijn eigen verjaardag. Ik heb er toen iets kleins bij gezet en tegen Fenna gezegd dat ik nog niet wist wat het was.
Ik wist het toen al half. Ik durfde het alleen nog niet op te schrijven waar iemand het kon lezen.
Wat de kinderen ervan weten
Niks, voorlopig.
Fenna heeft genoeg aan haar hoofd deze maand. Bram is zijn doppen kwijt en aan het herbeginnen. Loes weet dat er in maart iets gebeurt met school en heeft dat vertaald naar de mededeling dat ze binnenkort “een tas krijgt”.
Ik vertel het ze in maart, als er iets te vertellen valt dat vaststaat. Niet nu, met een blaadje op tafel en een bureau in Zwolle waar ze nog nergens van weten.
Wat ik ze wel ga vertellen, later, als het allemaal al gebeurd is en niemand er meer iets van vindt, is dit.
Dat er een zondagavond was waarop hun moeder met haar rug naar de tafel stond en iets zei waar ze drie weken over had gedaan.
En dat hun vader daar één woord op zei en toen de folder weer oppakte.
6 reacties
-
Karin ·
EINDELIJK. Ik heb dit stuk staand gelezen in de supermarkt en ik ben zo trots op je dat ik bijna de verkeerde tas heb meegenomen. Bel me.
Merel schrijft dit blog
Ik bel je vanavond. En je hebt vorige week ook al de verkeerde tas meegenomen, dus laten we dat niet aan mij toeschrijven.
-
Hanneke ·
Dat je het pas gezegd hebt toen het al drie weken vaststond, dat herken ik zo. Ik denk dat vrouwen dat vaker doen. We onderzoeken alles helemaal alleen en presenteren dan een conclusie, en dan is de ander verbaasd dat hij niet mee mocht denken. Fijn dat hij zo reageerde. Dat zegt veel over jullie.
-
Bas ·
Een woord is een goed antwoord. Ik zou alleen wel adviseren om de tweede en derde stap ook op te schrijven en niet alleen de eerste. Opzeggen is makkelijk vergeleken met de drie maanden erna.
-
Ingrid ·
Lieve Merel, ik werd hier stil van. Mijn man en ik hebben zo'n avond ook gehad, in 1987, aan een tafel die er nog steeds staat. Het is goed gekomen. Sterkte en veel wijsheid.
-
Nadia ·
Ik heb dit stuk drie keer gelezen. Vooral het stuk dat je bang was dat hij zou vragen of je het zeker wist. Dat is precies waarom ik het bij ons nog niet gezegd heb.
Merel schrijft dit blog
Zeg het toch maar. Het is bijna nooit het gesprek dat je in je hoofd hebt geoefend.
-
Marjolein ·
Wat een moedige post. Ik lees hier al sinds de eerste week mee en ik heb het gevoel dat ik het al een tijdje zag aankomen zonder dat jij het opschreef. Dat klinkt misschien raar van iemand die je nooit ontmoet heeft. Ik wens je een heel goed jaar en ik blijf lezen, dat spreekt vanzelf.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Nog een maand en op mijn werk weet nog niemand iets
Ik weet sinds januari wat ik ga doen en op kantoor weet niemand het. Zondagochtend liep ik hard en heb ik uitgerekend hoeveel keer ik het nog kan uitstellen.
Ik draag mijn werk over aan iemand die er nog niet is
Er staat een map op de server met eenenveertig bestanden en de naam OVERDRACHT. Ik schrijf al twee weken instructies voor een collega die nog niet is aangenomen.
Ik mailde elf mensen en de eerste die terugschreef was de verkeerde
Twee avonden aan de keukentafel, een klantenlijst uit 2015 en elf berichten met dezelfde zin erin. Na veertig minuten had ik antwoord van de verkeerde naam.