Haar eerste rapport zat tien dagen in een tas onder de trap
Ze zei op de vrijdag voor de vakantie dat het pas erna zou komen. Zondagavond vond ik het in een zijvak, en toen moest ik bedenken wat voor moeder ik ging zijn.
Zondagavond, half negen, met de klok net een uur terug en met een huis dat daar nog niet aan gewend was.
Ik zocht een gymshirt. Ik ben op mijn knieën gaan zitten bij de kast onder de trap waar de tassen staan, en ik heb de schooltas van Fenna opengetrokken zoals je een tas opentrekt waar je iets in zoekt dat er niet in zit.
In het zijvak zat een envelop. Niet dichtgeplakt. Eén A4, twee keer gevouwen.
Ik heb hem gelezen bij het licht van de gang, zittend op de traptree, met mijn hand nog in die tas.
Wat erop stond
Zes vakken, zes cijfers, en onderaan drie regels van meneer Kolthof.
Aardrijkskunde 8,1. Engels 7,4. Biologie 7,0. Nederlands 6,5. Wiskunde 5,8. Geschiedenis 5,4.
Ik heb dat blad drie keer gelezen en ik ben elke keer bij dezelfde regel blijven hangen, en dat was niet de 5,4.
Onderaan stond: Fenna werkt netjes en op tijd. Zij vraagt weinig en het valt op dat andere leerlingen wel iets aan haar vragen.
Die zin heeft mij zondagavond langer beziggehouden dan alle zes de cijfers bij elkaar.
Wat ik wist dat ik niet moest doen
Ze lag boven. Ik had naar boven kunnen lopen.
Ik heb tien dagen vakantie gehad met een kind dat elke ochtend om half tien beneden kwam, dat woensdag pompoenen heeft uitgehold, dat vrijdag naar Deventer is gefietst met twee meisjes uit haar klas en die avond drie kwartier aan tafel heeft gepraat.
En al die tijd zat er in een tas onder de trap een blaadje waarvan ik op vrijdag de zestiende had gehoord dat het pas na de vakantie zou komen.
Ik heb de envelop teruggedaan in het zijvak, in dezelfde vouw, en de rits dichtgetrokken. Toen ben ik naar de keuken gegaan en heb ik tegen Thijs gezegd wat ik had gevonden.
Hij vroeg wat ik ging doen.
Ik zei dat ik het niet wist. Hij zei: “Dan doe je het morgen.”
Dat is bij hem geen advies. Dat is hoe hij denkt.
Maandag, kwart over vijf
Vandaag was de eerste schooldag na de vakantie. Ze is om tien over zeven vertrokken in het donker, wat sinds gisteren een uur zwaarder is dan vorige week.
Ze kwam om kwart over vijf binnen. Jas over de trapleuning. Thee stond klaar. Ik heb over het weer gepraat en over Loes, die vandaag met een tekening thuiskwam van iets dat een pompoen moet zijn.
Toen is ze naar de gang gelopen en teruggekomen met de envelop.
Ze legde hem op tafel en zei:
“Die heeft de hele vakantie in mijn tas gezeten.”
En toen bleef ze staan.
Ik heb gevraagd of ze wilde zitten. Dat heeft ze gedaan.
Ik heb niet gevraagd naar geschiedenis. Ik heb gevraagd waarom ze het niet had verteld op die vrijdag.
Ze zei dat ze het wel wilde. Ze zei dat ze het in de auto naar de kar met pompoenen bijna had gezegd. En toen zei ze dit, en ik geef het zo precies mogelijk weer omdat ik het sindsdien in mijn hoofd heb rondgedraaid:
“Als ik het toen had gezegd, was de hele vakantie erover gegaan.”
Ik wilde daar iets tegenin brengen.
Ik heb het niet gedaan, omdat ze gelijk heeft. Ik weet precies wat er was gebeurd. Er was op zaterdag een gesprek geweest over hoe je geschiedenis leert. Er was op maandag bij de pompoenen een opmerking gemaakt over dat je in de vakantie ook wel eens wat kunt doorlezen. Er was op woensdag iemand geweest die zei dat het niet erg is, op een toon waaruit blijkt dat het wel erg is.
Ik zou dat allemaal gedaan hebben terwijl ik dacht dat ik het losliet.
Ze heeft dat tien dagen lang alleen gedragen om ons allemaal een vakantie te geven. Dat is voor een kind van twaalf een berekening waar ik stil van word, en ik weet niet zeker of ik daar blij mee moet zijn.
Want er zit ook iets in dat ik niet wil. Een kind van twaalf hoort niet in te schatten wat haar ouders met een blaadje zouden doen. Ze hoort dat blaadje op tafel te leggen en dan te kijken wat er gebeurt, en als dat te veel wordt, hoort ze dat te merken en het de volgende keer anders te doen. Zij heeft die hele stap overgeslagen en meteen het eindresultaat berekend.
Ik heb dat gezegd, ongeveer in die woorden, en het kwam er onhandiger uit dan het hier staat.
Ze haalde haar schouders op en zei dat ze het toch had verteld. Wat waar is. Tien dagen later, uit zichzelf, op de eerste maandag, met een envelop in haar hand en een moeder tegenover zich die deed alsof ze van niets wist.
Dat laatste heb ik niet opgebiecht. Ik heb daar de hele avond over nagedacht en ik denk nog steeds dat dat de goede keuze was, en ik weet ook dat dat wel erg goed uitkomt.
Wat we hebben afgesproken
Twintig minuten. Dat was het.
We hebben gezegd dat een rapport nooit meer in een zijvak blijft zitten. Wanneer ze het vertelt mag ze zelf kiezen, dezelfde dag of drie dagen later, maar wij horen het van haar en niet van een tas.
We hebben over geschiedenis gezegd dat er in november weer een toets komt en dat zij dan zelf zegt hoe ze het aanpakt, en ik heb niet gevraagd wat er is misgegaan.
En ik heb gevraagd naar die zin van meneer Kolthof. Of het klopt dat andere kinderen haar dingen vragen.
Ze zei dat er twee meisjes zijn die haar agenda nakijken omdat ze hun eigen huiswerk niet opschrijven.
Ik heb gevraagd of ze dat vervelend vindt.
Ze zei: “Nee. Dan weet ik tenminste zeker dat het klopt.”
Daar zit iets in dat ik nog niet helemaal doorheb en dat ik in november ga meenemen naar dat gesprek op school.
Op de koelkast
Het rapport hangt nu met een magneet op de koelkast.
Links ernaast hangt de envelop van Bram met vier afgestreepte dagen en een vijfde streep die nergens voor stond. Dat papier hangt daar sinds 9 oktober en niemand heeft het weggehaald.
Het lijkt nergens op, die twee naast elkaar. Zes cijfers met een handtekening eronder, en de achterkant van een envelop van een verzekeraar met twaalf plaatsnamen.
Fenna heeft er vanavond even naar staan kijken toen ze de melk pakte.
Ze heeft er niets over gezegd, en ik ook niet.
Vragen die ik hierover kreeg
Wat doe je als je kind een rapport of een cijfer achterhoudt?
Bij ons hielp het om een nacht te wachten en het niet meteen op tafel te leggen. Wat ik zondagavond wilde zeggen was slechter dan wat ik maandag heb gezegd, en het verschil zat hem er vooral in dat ik op maandag eerst had gehoord waarom. Achterhouden is bij deze leeftijd bijna nooit liegen en bijna altijd uitstel.
Hoe reageer je op een onvoldoende in de brugklas?
Zo klein mogelijk, en niet als eerste. Als je met de 5,4 begint gaat het gesprek daarover en niet over de vraag hoe zij haar week heeft ingedeeld, en dat tweede is het enige waar je nog iets aan kunt veranderen. Wij hebben afgesproken dat zij bij het volgende blok zelf zegt welk vak ze het meeste aandacht gaat geven.
Moet je een eerste rapport bespreken of laten liggen?
Bespreken, maar één keer en kort. Wij hebben er maandagmiddag twintig minuten over gedaan en daarna is het op de koelkast gegaan, en sindsdien hebben we het er niet meer over gehad. Een rapport dat drie avonden achter elkaar terugkomt wordt iets waar een kind omheen gaat lopen.
5 reacties
-
Hanneke ·
Dat antwoord van haar over de vakantie is verstandiger dan wat de meeste volwassenen zouden bedenken. Ik heb mijn oudste ooit met een rapport in de kerstvakantie overvallen en dat is een van de weinige dingen uit die jaren waar ik nog echt spijt van heb. Ze had gelijk en jij hebt het goed opgelost door je mond te houden tot maandag.
Merel schrijft dit blog
Mijn mond houden tot maandag was het zwaarste onderdeel van de hele vakantie, en ik heb er zaterdag twee uur mee gelopen.
-
Bas ·
Netjes gedaan, maar ik zou er wel bij zeggen dat het de volgende keer niet zo kan. Niet vanwege de cijfers, maar omdat jullie het dan van haar horen en niet uit een zijvak. Anders leert ze dat uitstellen werkt, en dat is een lesje dat later duurder wordt.
Merel schrijft dit blog
Eerlijk punt en ik denk dat je gelijk hebt. We hebben afgesproken dat er niets meer in een zijvak blijft zitten. Wat er in staat mag ze zelf kiezen wanneer ze vertelt.
-
Els ·
Ik heb dit stuk twee keer gelezen en de tweede keer bleef ik hangen bij die ene zin van haar mentor. Zo'n zin lijkt niets en is voor een ouder het enige stukje van dat hele papier waar geen cijfer bij staat. Ik hoop dat u er in november op doorvraagt, want dat is meestal waar het eigenlijke gesprek begint.
Merel schrijft dit blog
Die zin heeft mij ook het langst beziggehouden. Ik heb hem overgeschreven op een briefje, en dat briefje ga ik in november meenemen.
-
Nadia ·
Wij staan hier nog jaren vandaan en toch werd ik hier zenuwachtig van. Hoe weet je nou wanneer je iets moet zeggen en wanneer je moet wachten? Ik heb het gevoel dat ik dat nooit ga aanvoelen.
Merel schrijft dit blog
Ik voel het ook niet aan, Nadia. Ik heb het deze keer alleen uitgesteld tot ik het minder erg vond, en dat is niet hetzelfde als wijsheid maar het werkt wel ongeveer even goed.
-
Riet ·
Ik heb het gelezen kind. Zeg maar tegen Fenna dat haar oma vroeger voor rekenen ook een vijf haalde en dat er niets mis met mij is . En dat ik trots ben op dat cijfer van aardrijkskunde.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Onze oudste sliep tot half elf en ik wist niet wat ik daarmee moest
Twaalf jaar lang was zij de eerste die wakker was. Sinds we in Denemarken staan komt ze pas uit haar tentje als de rest al aan het tweede rondje brood zit.
Fenna wil voorin zitten en dat gaat allang niet meer over een stoel
Twee dagen voor vertrek maakte Thijs de indeling van de auto, zoals elk jaar. Dit jaar kwam er voor het eerst iemand terug op de plek die haar was toegewezen.
Morgen wordt ze twaalf en ze heeft om drie dingen gevraagd
Geen middag met visite, wel een dag met twee vriendinnen, en geld voor iets in augustus waarvan ze niet zegt wat het is. De slinger hangt al.