Gezinsleven

Onze oudste sliep tot half elf en ik wist niet wat ik daarmee moest

Twaalf jaar lang was zij de eerste die wakker was. Sinds we in Denemarken staan komt ze pas uit haar tentje als de rest al aan het tweede rondje brood zit.

Ze kwam om 10.28 uur uit haar tentje. Ik weet dat zo precies omdat ik op dat moment op de klok in de auto keek om te zien of ik nog thee kon zetten of dat het al lunch was.

Ze deed de rits van boven naar beneden open, kroop eruit, liep langs de picknicktafel, pakte een boterham van het bord en ging zonder iets te zeggen op de klapstoel aan de rand van onze plek zitten. Haar haar zat aan één kant plat. Ze zei goedemorgen tegen Wolk en niet tegen mij, en dat vond ik terecht, want Wolk had ook op haar zitten wachten.

De rest van ons zat sinds half acht.

Twaalf jaar lang was zij de eerste

Dit kind is nooit een langslaper geweest. Als baby niet, als kleuter niet, als kind van negen niet. Fenna is degene die wakker werd, naar beneden kwam, een boek pakte en op de bank ging zitten wachten tot iemand anders er ook was. Als ik om zeven uur beneden kwam zat ze er al, met haar knieën opgetrokken, drie hoofdstukken verder dan gisteravond.

Dat was zo vast dat ik het niet eens meer zag. Zoals je de klok in de gang niet hoort tot hij stilstaat.

En nu staan we hier op een grasveld met paaltjes tussen een fjord en de zee, en de ochtend gaat zo: Loes wordt wakker om kwart over zes en gaat er meteen uit. Bram komt om half acht, in dezelfde broek als gisteren, en begint direct te praten over iets wat hij gedroomd heeft of over doppen. Thijs zet koffie op de brander, loopt tot de rand van het veld om te kijken hoe de wind staat, en zegt dan wat het weer gaat doen.

En de vierde klapstoel blijft leeg.

Wat ik de eerste drie ochtenden dacht

De eerste ochtend dacht ik dat ze ziek was. Ik ben twee keer bij dat tentje gaan staan om te luisteren. Toen kwam ze er om half tien uit en zei dat ze prima was.

De tweede ochtend dacht ik: het is de reis. Achthonderdtwintig kilometer in een auto met vijf mensen en een hond haalt iets uit je wat er drie dagen over doet om terug te komen.

De derde ochtend dacht ik dat er iets was. Iets met de brugklas, iets van school, iets dat ze niet wil zeggen en waar ze van wakker ligt. Ik heb toen aan Thijs gevraagd of hij ook vond dat ze stil was. Thijs zei: “Ze slaapt uit.”

Ik zei dat dat wel erg simpel gedacht was.

Thijs zei dat het misschien gewoon simpel is.

De vierde ochtend heb ik geen theorie meer gemaakt.

Wat er in werkelijkheid aan de hand is

Wat er aan de hand is, denk ik, is dat er thuis geen ochtend bestaat waarin je mag uitslapen. Ook niet in de vakantie. Thuis is er om acht uur een hond die moet, een Loes die alles hardop zegt, een Bram die om kwart over acht al ergens spijt van heeft, en een moeder die sinds april vanuit huis werkt en die om negen uur de keukentafel nodig heeft.

Er is thuis geen enkele ochtend in het jaar waarin niemand iets van je wil.

Hier is die er wel. Hier heeft ze haar eigen tentje, dat ze sinds de Vogezen heeft en dat ze op de eerste avond zelf heeft neergezet, drie meter van de grote tent, met de opening naar de heg toe. Er komt geen geluid van de straat, want er is geen straat. Er is alleen wind die de hele nacht langs het doek strijkt, en dat is een geluid waar je in slaap van valt in plaats van wakker.

Ze is twaalf sinds juni. Ze slaapt voor het eerst van haar leven zoals iemand van twaalf slaapt, en ik heb daar drie ochtenden lang een probleem van gemaakt.

De ochtend van gisteren

Gisteren zat ik met een tweede kop koffie in de opening van de voortent, met mijn voeten in het gras dat om deze tijd nog nat is. Thijs was met Bram en Loes naar het strand om te kijken of er nog iets over was van de kuil van eergisteren. Wolk was mee.

Ik was alleen op onze plek met een kind dat drie meter verderop lag te slapen, en het was kwart over tien.

En toen realiseerde ik me iets wat ik niet had verwacht: dit is fijn.

Niet fijn zoals ik het opschrijf voor een blog, maar echt fijn. Er was niemand die iets van me wilde en er lag drie meter verderop iemand die niets van me wilde omdat ze sliep, en ik zat met koffie in een opening die uitkeek op gras en een heg en verder niets.

In elf jaar had ik dat nooit gehad. Als het rustig is in ons huis, is dat omdat iedereen weg is. Dit was iets anders. Dit was rustig terwijl we er waren.

Toen ze om 10.28 uur uit dat tentje kwam heb ik dus niet gezegd dat het laat was. Ik heb gevraagd of ze wilde dat ik thee zette.

Ze zei ja, en toen ging ze op die klapstoel zitten met haar knieën opgetrokken, precies zoals ze op haar zevende op onze bank in Wijhe zat, alleen passen die knieën daar niet meer zo makkelijk. Ze heeft een half uur naar niets zitten kijken. Er is hier ook niets. Een heg, een stuk gras, een paal met een lamp erop die ‘s nachts niet aangaat.

Ik heb in dat half uur twee keer iets willen zeggen en het allebei de keren niet gedaan, en dat is voor mij een record.

Later, toen ze haar tweede boterham at, zei ze:

“Ik werd wel wakker hoor. Om half acht. Maar toen dacht ik: ik hoef nergens heen.”

En dat is precies het punt, en ik had het zelf niet zo goed kunnen zeggen.

Ze hoeft nergens heen. Dat duurt nog eenentwintig dagen. Daarna stapt ze om kwart over zeven op de fiets naar Deventer, met een tas, naar een gebouw waar ik twee keer ben geweest en zij één keer, en dan hoeft ze wel ergens heen, elke ochtend, jarenlang.

Dus laat haar maar.

Vanochtend

Vanochtend is het weer half elf geweest. Bram vroeg bij het brood waarom Fenna altijd zo lang slaapt, alsof dat al jaren zo is en niet vijf dagen.

Loes zei dat Fenna in een grot woont. Dat is haar woord voor dat tentje geworden en ik denk dat het blijft.

Ik heb koffie gezet en de voortent opengeslagen en het waaide weer, zoals het hier elke dag waait, en Wolk lag met zijn kop op de rand van het grondzeil, op de enige plek waar hij zowel binnen als buiten is.

En drie meter verderop, achter een rits die niemand hoort, sliep een kind dat vorig jaar nog om zeven uur naast me stond met een boek.

#fenna#denemarken#ochtend#opgroeien

5 reacties

  1. Hanneke ·

    Welkom bij het volgende hoofdstuk. Bij ons begon het precies zo, op vakantie, en het is nooit meer overgegaan. Mijn oudste is nu 19 en ik heb hem in tien jaar niet meer voor negenen gezien behalve toen hij een vlucht had.

    Merel schrijft dit blog

    Tien jaar. Ik ga dat even laten bezinken naast mijn koffie.

  2. Marjolein ·

    Wat schrijf je dit mooi op, dat stuk over die stoel die leeg blijft. Ik moest denken aan onze eigen keukentafel toen de kinderen groter werden, dat het niet in één keer gaat maar met een stoel tegelijk. En dan zit je op een dag met z n tweeen en weet je niet meer hoe dat gekomen is. Geniet er alsjeblieft van, ook van het wachten.

  3. Bas ·

    Ze is twaalf en het is vakantie. Volgens mij is dit gewoon de eerste keer dat ze mag. Niet te veel achter zoeken.

    Merel schrijft dit blog

    Je hebt waarschijnlijk gelijk. Ik zoek er standaard te veel achter, dat is een beetje mijn beroep hier.

  4. Nadia ·

    Mijn oudste is vier en staat om vijf uur naast mijn bed. Ik lees dit met jaloezie die ik waarschijnlijk over tien jaar terugbetaal.

  5. Nienke ·

    Toen jij twaalf was moest oma je met een natte washand wakker maken. Vraag maar na. Dit is gewoon erfelijk en het is jouw kant.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit gezinsleven →