Opvoeding & grote vragen

Het duurde vijf dagen voor ze over het kamp begon

Ze kwam woensdag terug met een vieze tas en zei dat het leuk was geweest. Meer niet. Ik heb mezelf daarna vijf dagen lang verboden om door te vragen.

Woensdag om vijf voor vier stond ze op de stoep bij school met een tas die zwaarder de bus uit kwam dan hij erin was gegaan, en met haar haren in een staart die er sinds maandagochtend in zat.

Ik vroeg hoe het was.

Ze zei: “Leuk.”

En dat was het dan.

De regel die ik mezelf heb opgelegd in de auto

Ik heb tussen school en ons huis, wat vier minuten is, besloten dat ik niets meer zou vragen.

Dat is voor mij niet niks. Ik ben iemand die vraagt. Ik vraag hoe het was, en als daar geen antwoord op komt vraag ik of het eten lekker was, en als daar geen antwoord op komt vraag ik of ze een beetje geslapen heeft, en dan zit ik dus bij vraag drie en heeft zij nog niets gezegd en zijn we allebei chagrijnig.

Dat weet ik van mezelf sinds vorig jaar. Toen kwam Bram thuis van iets waar ik zoveel over heb gevraagd dat hij op een gegeven moment gewoon antwoorden ging verzinnen, om ervan af te zijn. Dat is een naar moment als je het doorkrijgt.

Dus deze keer: één vraag, en verder niets.

Ik heb dat vijf dagen volgehouden en ik wil hier eerlijk opschrijven hoeveel moeite dat heeft gekost.

Vier momenten waarop ik het bijna deed

  1. Woensdagavond aan tafel. Ze zat er wel bij maar was er niet. Bram vroeg drie keer of het spannend was geweest, en zij zei drie keer nee, en ik had de vierde keer op mijn tong.
  2. Donderdagochtend. Ze was chagrijnig op een manier waar geen aanleiding voor was, en ik heb bijna gevraagd of er iets was gebeurd. Dat is de gevaarlijkste vraag van allemaal, want die is niet nieuwsgierig maar ongerust, en dat hoort een kind meteen.
  3. Vrijdag, toen er een foto in de groepsapp van de ouders verscheen waar zij half op staat, aan de rand, naast iemand die ik niet ken. Ik heb die foto veel te lang bekeken en ik heb hem haar niet laten zien.
  4. Zondagmiddag, toen ze op de bank lag en er niets gebeurde en het gesprek er zomaar in had gepast.

Bij alle vier heb ik iets anders gezegd. Bij nummer vier heb ik gevraagd of ze wilde helpen met de bonen doppen, wat ze niet wilde, en dat was dat.

Gisteravond, met de riem in haar hand

Gisteren was het eerste pinksterdag en gisteravond ging ik om een uur of acht nog even met de hond, wat ik meestal alleen doe.

Ze kwam de trap af toen ik in de gang stond en zei dat ze meeliep.

Dat is op zichzelf al iets. Fenna gaat de laatste maanden weinig ergens mee naartoe waar geen reden voor is.

We zijn het rondje gelopen dat we altijd lopen, langs de school, om het veldje heen, en ergens bij dat veldje begon het. Niet met een aankondiging. Met een tussenzin, over dat ze op kamp een keer haar sokken had verwisseld met iemand anders, en waarom dat grappig was, en dat het eigenlijk niet grappig was maar dat iedereen toen lachte.

En daarna kwam er twintig minuten, en dat was alles bij elkaar meer dan ik in mei van haar heb gehoord.

Wat ze vertelde ging niet over de dingen waar ik naar zou hebben gevraagd. Niet over het eten, niet over de bedden, niet over of het leuk was.

Het ging over een spel dat ze de laatste avond in het donker moesten doen, in tweetallen, over een pad met bomen. Zij was niet bang. De ander wel. Zij heeft die hele route de hand van iemand vastgehouden die ze eigenlijk niet zo goed kent, en ze heeft daarna niet gezegd tegen de rest dat die ander bang was geweest.

Ze vertelde dat op een toon alsof ze dat zelf pas onderweg doorkreeg.

En het laatste wat ze zei, vlak voor we onze eigen straat weer in liepen, was dat meester Joost bij het vuur iets had gezegd. Wat precies, dat wilde ze niet herhalen. Alleen dat het ging over dat dit de laatste keer was, en dat er toen twee meiden gingen huilen, en dat zij dat stom vond.

Ze zei: “Ik vond het stom. Maar ik snapte het wel.”

Vanavond

Ik heb er verder niets over gevraagd en ik ga er ook niets meer over vragen.

Vanochtend, tweede pinksterdag, is die tas eindelijk leeggemaakt. Alles wat erin zat was vies, ook de dingen die schoon zijn gebleven, want zo werkt een kamptas.

De zaklamp zonder batterijen ligt op haar bureau. Het pak kaarten is open geweest. Van dat kleine opgevouwen papiertje dat er tien dagen geleden in ging heb ik geen spoor teruggevonden en ik heb er niet naar gezocht, wat ik hier opschrijf om het waar te maken.

De tas staat nu in de schuur, achter het hout dat daar sinds vorige week ligt.

In juli gaat ze van die school af. Ik weet nu al dat ik daar ook niets over ga vragen.

Vragen die ik hierover kreeg

Wat doe je als je kind niets vertelt over een kamp of een schoolreisje?

Wachten, is bij ons het eerlijke antwoord. Ik vraag één keer hoe het was en dan houd ik op. Wat er echt toe deed kwam bij ons pas na vijf dagen en op een moment dat ik niet had kunnen plannen. Als ik was blijven doorvragen was dat gesprek er waarschijnlijk nooit gekomen.

Is het erg als een kind na een kamp stil of chagrijnig is?

Bij ons hoort dat er gewoon bij. Ze is drie dagen weg geweest, heeft weinig geslapen en is daarna terug in een huis waar de gewone regels weer gelden. De eerste avond was hier kort en de tweede dag was chagrijnig, en daarna trok het bij zonder dat wij iets hebben gedaan.

#fenna#schoolkamp#vragen-stellen#groep-8

5 reacties

  1. Hanneke ·

    Dit is het beste opvoedstuk dat ik in tijden heb gelezen en er staat niet eens een advies in. Bij ons kwam alles altijd in de auto, met de ogen vooruit, nooit aan tafel. Ik denk dat ze het niet aankunnen om er iemand bij aan te kijken.

    Merel schrijft dit blog

    Bij ons is het inmiddels de hond die dat oplost. Naast elkaar lopen doet blijkbaar hetzelfde als naast elkaar zitten in de auto.

  2. Nadia ·

    Ik vind dit zo moeilijk. Ik merk dat ik uit ongerustheid vraag en niet uit interesse, en dat voelen ze meteen aan. Vijf dagen wachten zou ik niet volhouden.

  3. Peter ·

    Mijn zoon heeft over zijn kamp in totaal vier woorden gezegd en drie daarvan gingen over de patat. Ik heb het erbij gelaten.

  4. Marjolein ·

    O, dat stukje aan het eind over meester Joost bij het vuur. Ik kreeg er kippenvel van. Die man weet precies wat hij doet en die kinderen dragen dat de rest van hun leven mee, ook al zeggen ze er nu niks over. Wat een mooi laatste jaar wordt dit voor jullie, ook al is het zwaar.

  5. Bas ·

    Ik ben het er grotendeels mee eens, maar ik zou wel oppassen dat niet vragen ook een soort systeem wordt. Soms wil een kind gewoon dat je vraagt en durft het zelf niet te beginnen. Bij ons is dat ook voorgekomen.

    Merel schrijft dit blog

    Dat is een terecht punt en ik heb er geen goed antwoord op. Ik denk dat het bij Fenna zo werkt en bij Bram precies andersom.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit opvoeding →