Uitjes & vakanties

Het pontje voer niet en toch werd het een goede zondag

We hadden een plan met een pont, een overkant en warme chocolademelk. Het water stond te hoog. Wat er daarna gebeurde was beter dan wat ik bedacht had.

We waren al bij het veer voordat iemand op het idee kwam om te kijken of het voer.

Het voer niet. Er hing een bord, er stond geen pont, en het water lag hoog en bruin tegen de kant aan, veel hoger dan Bram ooit had gezien, of in elk geval hoger dan hij zich herinnerde, wat bij hem niet altijd hetzelfde is.

Fenna zei meteen: “Ik zei het toch.” Ze had niks gezegd. Ze zegt dat achteraf en meestal met zoveel overtuiging dat ik zelf ga twijfelen.

Het plan was heel klein en ging toch niet door

Het plan was: met z’n allen naar de overkant, een stuk lopen, warme chocolademelk uit de thermoskan die ik voor één keer echt van tevoren had gevuld, en dan weer terug. Dat is alles. Ik heb geleerd om in februari geen dag te plannen die uit meer dan twee onderdelen bestaat.

Toch had ik er iets omheen gebouwd in mijn hoofd. Het beeld van vijf mensen op een pont in de kou. De foto die ik niet zou maken maar wel zou willen. Zo’n dag waarvan je later zegt: weet je nog.

En toen stond daar dat bord.

Er is een moment, dat duurt misschien vier seconden, waarop een middag alle kanten op kan. Iemand hoeft maar te zeggen “dan gaan we toch gewoon naar huis” en het is voorbij. Ik heb dat zelf vaak genoeg gezegd.

Thijs zei: “Dan lopen we hier.”

Meer niet. Hij is niet iemand die een middag redt met een toespraak. Hij draaide zich om en liep de dijk op en ging ervan uit dat wij zouden volgen, wat het enige is dat bij ons werkt. Als ik het had gezegd, was er onderhandeld. Bij hem loopt iedereen gewoon mee, en ik weet tot op de dag van vandaag niet hoe hij dat doet.

Wat het water met het land had gedaan

De uiterwaarden stonden onder. Niet helemaal, maar genoeg om alles onherkenbaar te maken. Waar in juni koeien staan lag nu een vlak, grijs meer met de toppen van hekken erin. Een wilg stond tot halverwege in het water en zag eruit alsof hij dat prima vond.

Bram vond het hek het mooiste. Een gewoon veehek, van die metalen buizen, waarvan alleen de bovenste twee stangen boven het water uit kwamen.

“Daar zit een koe onder,” zei hij. “Die weet het nog niet.”

Ik heb hem verzekerd dat er geen koe onder zat. Hij vond mijn zekerheid onvoldoende onderbouwd.

We hebben over de dijk gelopen richting het noorden, met de wind in de rug op de heenweg, wat ik altijd verkeerd inschat. Loes liep de eerste vierhonderd meter zelf en daarna niet meer. Ze had haar gele laars aan en aan het andere been de blauwe, want de tweede gele is sinds november zoek en we hebben ons daarbij neergelegd.

Fenna liep vooruit met haar handen in haar mouwen en deed alsof ze er niet bij hoorde, tot ze een reiger zag opvliegen en toch terugkwam om te vragen of we dat hadden gezien.

Wat me elke keer weer opvalt aan de uiterwaarden in de winter: het is er zo stil dat je de IJssel hoort. In de zomer hoor je die niet, dan hoor je mensen. Nu hoorde je alleen water dat langs een paal loopt en heel af en toe een auto op de weg achter ons. Er stond een groep ganzen in een weiland dat nog droog was, en die stonden zoals ganzen staan: alsof ze ergens op wachten waar wij niet bij horen.

Thijs bleef ergens halverwege stilstaan en wees naar een paar palen bij de vaargeul. Hij weet van dat soort dingen hoe ze heten en waar ze voor dienen, wat een van de aangenaamste dingen aan hem is. Bram luisterde ongeveer twaalf seconden en ging toen weer verder over de koe.

De chocolademelk was het beste deel, zoals altijd

We zijn gaan zitten op een bankje dat nat was en dat we hebben drooggeveegd met de mouw van Thijs’ jas, waar hij niks van zei. Vijf mensen, drie bekers, want ik was de andere twee vergeten. Dat betekende doorgeven, en om de een of andere reden vond iedereen dat leuker dan een eigen beker.

Loes nam een slok, gaf de beker terug, en zei het woord dat ze de rest van de middag is blijven zeggen: “meer.” Niet vragend. Als een mededeling.

Het begon te miezeren op de terugweg, precies genoeg om te kunnen zeggen dat we door de regen hebben gelopen. Bram gaf zijn definitieve oordeel toen we het straatje in kwamen: “Dit was beter dan de pont.”

Dat is natuurlijk niet waar. Maar hij meende het op dat moment volledig, en ik heb er verder niks over gezegd.

Wat ik ervan overhield

Thuis lagen er drie jassen te dampen op de verwarming en heeft niemand die middag genoemd tot dinsdag, toen Fenna er ineens over begon tegen mijn moeder aan de telefoon. Ze vertelde over het hek dat in het water stond, en dat je kon zien hoe hoog het water was gekomen aan de kleur van de palen.

Dat had ik haar niet zien kijken.

Ik denk dat ik dit soort middagen blijf plannen omdat ze bijna altijd anders lopen dan bedacht, en omdat ik het zelf nodig heb om vijf keer per winter buiten te staan in de kou en te merken dat het meevalt. De pont vaart in het voorjaar wel weer.

Wat me nog wel bezighoudt: dat hek staat er nog steeds. En Bram is er nog niet over uit.

Vragen die ik hierover kreeg

Wat kun je in de winter doen bij hoogwater langs de IJssel?

Wandelen langs de rand van de uiterwaarden is dan juist bijzonder, want het landschap ziet er totaal anders uit dan in de zomer. Blijf wel op de dijk of op verharde paden, want ondergelopen weiland is dieper en gladder dan het lijkt. Wij nemen altijd extra sokken mee, want dat gaat toch mis.

Vaart het pontje bij Wijhe altijd?

Nee. Bij hoog water of veel stroming ligt het veer stil, en in de winter zijn de vaartijden sowieso korter. Wij kijken het tegenwoordig van tevoren na, al blijkt dat we dat vooral doen op de dagen dat het toch wel gevaren zou hebben.

#ijssel#wijhe#hoogwater#winter#uitje

4 reacties

  1. Hanneke ·

    Wij deden dat vroeger ook, dat pontje heen en weer als uitje op zich. Mijn kinderen zijn nu vijftien en achttien en die willen nergens meer heen, dus geniet ervan dat ze nog met je meelopen, ook mopperend.

  2. Wendy ·

    Wat een heerlijk stukje! Dat beeld van dat hek in het water blijft bij me hangen. Wij gaan zondag ook die kant op.

  3. Yvonne ·

    Hoe ver lopen jullie dan met een peuter van bijna drie? Ik durf het met de mijne nooit aan, die wil na tien minuten op de arm.

    Merel schrijft dit blog

    Eerlijk? Een kilometer of anderhalf, en daarvan zit ze de helft op iemands arm. We rekenen het gewoon in van tevoren.

  4. Els ·

    Beste Merel, ik las je stuk vanochtend met de krant erbij en het viel me op hoe goed je het water beschrijft. Mijn man en ik hebben jarenlang aan de andere kant gewoond, bij Wijhe over. Het hoogwater van toen weet ik nog precies. Hartelijke groet.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit uitjes →