We gingen om zes uur nog even weg en waren om half tien pas terug
Achtentwintig graden op een dinsdag, drie kinderen die niet meer binnen te houden waren en een strandje aan de IJssel dat vijf minuten fietsen van ons huis ligt.
Het was achtentwintig graden en het was dinsdag en om kwart voor zes zat Bram op de bank met zijn schoenen aan te wachten tot iemand iets zou zeggen.
Dat is bij hem het teken. Schoenen aan, binnen, wachten. Hij vraagt niks. Hij zit daar en het is de bedoeling dat je het ziet.
Ik zei dat we een half uurtje naar het water konden. We waren om half tien thuis.
Wat je meeneemt als je niks bedacht hebt
Wij hebben geen plek waar dit klaarligt, dus het inpakken bestond uit door de keuken lopen en dingen pakken.
Wat er mee is gegaan. Drie handdoeken, waarvan er één de goede was en twee de dunne uit de logeerkast. Een fles ranja die al open was. Vier appels. Een half pak crackers. Een oude deken uit de schuur waar Thijs iets mee doet en waarvan ik hoop dat het niet erg is. Een bal.
Wat er niet mee is gegaan. Brood. Iets waar je op zit dat niet vochtig wordt. De riem van de hond, waardoor we halverwege zijn omgedraaid.
Loes wilde haar gele laars aan. Achtentwintig graden, naar het water, één laars. We zijn die discussie ingegaan zoals je een discussie ingaat waarvan je de uitkomst al weet, en ze heeft hem aangehad tot aan het zand en toen zelf uitgedaan en dat was dat.
Het strandje
Het is geen strand. Het is een stuk zand met stenen, langs de uiterwaarden, waar het water bij deze stand laag staat en over een zandbank loopt. Er komen ‘s zomers op een warme avond een stuk of tien gezinnen en er staat altijd wel iemand met een hengel die daar niet blij mee is.
Wij fietsen erheen in zeven minuten. Dat is het hele geheim van deze avond. Als het een uur rijden was geweest, waren we niet gegaan.
De kinderen zijn erin gegaan zoals kinderen erin gaan, dat wil zeggen dat Bram meteen tot zijn middel stond en dat Fenna eerst tien minuten met haar voeten in het water heeft gestaan en over iets nagedacht heeft, en daarna in één keer helemaal.
Loes bleef aan de rand. Die schept het water met een bekertje van het ene gat naar het andere gat, wat ze een uur kan volhouden, langer dan wij het kunnen aanzien.
En Wolk, die dus sinds twee weken weet dat water bestaat, stond tot aan zijn buik en verder niet. Hij is niet gaan zwemmen. Hij is wel drie keer achter Bram aan gelopen tot het punt waarop het dieper werd, en toen weer terug, en dat is voor zijn doen een uitbundige avond.
Het licht van kwart over negen
Om acht uur waren de meeste andere gezinnen weg.
Dat is het moment waarop dit soort avonden pas begint. Het wordt stiller, het water wordt vlakker, en het licht komt laag over de uiterwaarden. Er kwam een schip langs, een lange, en de golven ervan kwamen twee minuten later bij het zand aan, waar alle drie de kinderen op stonden te wachten alsof het aangekondigd was.
Thijs en ik zaten op de deken. We hebben gepraat over de zomer, over de vakantie in de Vogezen die over zes weken begint, over of de auto het nog doet, en over niets in het bijzonder.
Ik heb op geen enkel moment gedacht dat ik het moest vastleggen, en daarom heb ik één foto van de rug van Loes en verder niets.
Fenna kwam op een gegeven moment naast me zitten, met een handdoek om, en zei:
“Ik vind dit beter dan zwembad.”
Dat is voor iemand die net elf is geworden een behoorlijk uitgesproken standpunt en ik heb er niets over gevraagd, want als ik iets vraag is het weer weg.
De thuiskomst
Om kwart over negen zijn we gaan fietsen. Loes viel in het stoeltje in slaap, wat op een fiets een raar gezicht is en waardoor Thijs de laatste vijf minuten met één hand reed.
Thuis om half tien. Zand in de gang, zand in de badkamer, zand tussen de planken bij de deur waar de glitter van vorige week ook nog zit.
Bram wilde weten of we dit morgen weer gingen doen. Ik heb gezegd dat het van het weer afhangt, wat een antwoord is waar hij inmiddels doorheen kijkt.
Het is de rest van de week warm. Ik heb de handdoeken maar in de gang laten liggen.
4 reacties
-
Hanneke ·
Die avonden zijn het. Ik heb drie kinderen groot zien worden en als ik terugkijk zijn het niet de weekendjes weg die zijn blijven hangen maar precies dit soort dinsdagen waar niemand iets voor geregeld had.
-
Yvonne ·
Hoe doen jullie dat met bedtijd in de zomer? Bij ons is het elke avond gedoe zodra het licht blijft en ik weet nooit of ik moet meebewegen of juist niet.
Merel schrijft dit blog
Wij bewegen mee, en niet volgens een systeem. In juni is het gewoon later en in september pakken we het weer terug, met een week gemopper erbij.
-
Sandra ·
Handige tip voor zulke avonden, leg een tas klaar met handdoeken en een oude deken en laat die in de gang staan. Wij noemen dat de weg-tas en die scheelt bij ons twintig minuten discussie.
-
Ingrid ·
Wat schrijft u dat mooi, dat licht van kwart over negen aan het water. Ik ben in Wijhe geboren en ik weet precies welke plek u bedoelt. Ik heb er als meisje hele zomers doorgebracht.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Op de laatste zaterdag van de vakantie gingen we twee keer de dijk op
Om acht uur in mijn eentje, om half acht 's avonds met z'n vijven en een hond. Daartussen zat een dag waarop niemand iets zei over maandag.
Het pontje duurt vier minuten en het is nog altijd het beste uitje
Zondag namen we het veer over de IJssel en liepen we de uiterwaarden in. Vier minuten varen, drie uur buiten, en één kind dat halverwege niet meer wilde.
Het pontje voer niet en toch werd het een goede zondag
We hadden een plan met een pont, een overkant en warme chocolademelk. Het water stond te hoog. Wat er daarna gebeurde was beter dan wat ik bedacht had.