School & opgroeien

Het werkstuk waar Fenna in september al een lijstje voor maakte

Tien weken geleden lag de planning er al. Vorige week zat er nog geen letter op papier, en toen zei ze één zin waardoor ik het eindelijk snapte.

In mijn allereerste post, begin september, staat één zin die ik toen achteloos opschreef: Fenna maakt een lijstje van dingen die ze nodig heeft voor een werkstuk dat pas in november moet.

Het is nu november. Het werkstuk moet vrijdag in.

Vorige week zaterdag lagen er drie dingen op haar bureau: het lijstje van september, een nieuwe versie van dat lijstje van oktober, en een leeg vel.

Het lijstje van september en waar het werkstuk over gaat

Ik heb het bewaard, want ik ben nu iemand die dingen bewaart.

Er staat op wat ze nodig heeft. Papier van A4. Een map. Gekleurde tabbladen. Een liniaal. Er staat foto’s uitprinten (vragen aan mama). Er staat titel bedenken. Er staat, met een pijltje erbij, lettertype?

Dat pijltje deed me pijn. Dat is mijn pijltje. Ik heb hele dinsdagen bij het bureau in Zwolle doorgebracht met een pijltje naar het woord lettertype terwijl er nog geen tekst was.

Wat er níet op staat is één woord over de inhoud.

Het onderwerp mochten ze zelf kiezen, mits het iets met de omgeving te maken had. Fenna heeft gekozen voor de IJssel bij hoogwater. Dat is een goede keuze en ze heeft hem in september binnen twintig minuten gemaakt, wat het enige onderdeel van dit project is dat vlot verliep.

Ze weet er inmiddels ontzettend veel van. Ze heeft er in oktober boeken over gelezen. Ze heeft opa Wim uitgehoord, die het over 1995 had en over de koeien die weg moesten. Ze heeft vorige week, toen de uiterwaarden onder stonden, aan de dijk gestaan met haar capuchon op en gezegd dat het “niet eens hoog” was, op een toon die ik van mijn vader ken.

Er zat alleen nog niets op papier.

Zes weken waarin er van alles gebeurde behalve schrijven

Ik wil hier eerlijk zijn over mijn eigen rol, want ik heb dit zes weken lang laten lopen en ik had er twee dingen bij kunnen bedenken.

Ten eerste: het zag er goed uit. Er was een map. Er waren tabbladen. Er lagen boeken op haar bureau en er stond een kind aan een dijk in de regen. Als je in oktober bij ons naar binnen had gekeken, had je gedacht: die is lekker bezig.

Ten tweede: ik heb het ook drie keer gevraagd en drie keer een geruststellend antwoord gekregen. “Ja hoor.” “Bijna.” “Ik weet precies wat erin komt.”

Dat laatste was zelfs waar. Ze wíst precies wat erin kwam. Ze kon het me op elk moment van die zes weken vertellen, hardop, in volle zinnen, met bronnen erbij. Dat is het verwarrende: er was geen kennisprobleem en er was geen motivatieprobleem.

Maar tussen “ik weet het” en “het staat er” ligt een stap, en die stap is bij haar het probleem. Bij mij trouwens ook. Ik heb hele projecten gehad waarin ik alles wist en niets liet zien.

Wat er woensdagavond gebeurde

Woensdag zat ik naast haar aan de keukentafel. Loes lag boven, Bram was in de gang bezig met iets waar ik bewust niet naar keek, Thijs zat in de schuur.

Ik heb gevraagd of ze niet wist hoe ze moest beginnen. Ze zei van wel.

Ik heb gevraagd of ze het te veel vond. Ze zei van niet.

Ik heb gevraagd of ze het niet leuk vond. Daar werd ze boos over, want ze vindt het wél leuk, en daar had ze gelijk in.

En toen heb ik iets gevraagd wat ik niet had voorbereid en waarvan ik nog steeds denk dat ik geluk had:

“Wat gebeurt er als het niet goed genoeg is?”

Ze keek naar het vel. En toen zei ze:

“Nu is het nog niks. Als ik begin, kan het fout zijn.”

Zij is tien. Ik ben achtendertig. En ik zat daar met de exacte formulering van iets waar ik zelf al twintig jaar last van heb en dat ik nog nooit zo helder had horen zeggen.

Wat we toen hebben gedaan

Ik heb haar lijstje niet afgepakt. Ik heb het naast haar neergelegd en gezegd dat het een goed lijstje is, want dat is het. Plannen is geen probleem. Plannen ís haar manier om grip te krijgen en dat is een prima manier.

Wat we hebben toegevoegd is een tweede kolom: wanneer.

Woensdag: het stuk over waarom het water stijgt. Alleen dat. Niet mooi, niet af. Donderdag: het stuk over de uiterwaarden en de koeien. Vrijdag: 1995 en opa Wim. Zaterdag: begin en eind, en dan pas de kaft.

De kaft als laatste. Dat was voor haar de zwaarste concessie van de hele avond, want de kaft is het leukste en de kaft is veilig. Ik heb gezegd dat ik dat begreep en dat het toch de laatste werd.

Woensdagavond heeft ze anderhalve pagina geschreven. Ik heb hem gelezen en er staat een zin in over hoe het water “van boven komt maar het duurt dagen voordat wij het merken”, en die zin ga ik nooit meer vergeten.

Ik heb hem laten staan. Ik wilde er een komma in, en ik heb hem laten staan.

Wat ik hiervan meeneem, en hoe het er vandaag voor staat

Drie dingen, en ik denk dat ze ook over volwassenen gaan.

Een planner is geen uitsteller. Ik had haar lijstje kunnen wegnemen met een grap over “eerst maar eens beginnen” en dan had ik precies het enige gereedschap afgepakt dat ze heeft.

De vraag is niet waarom je niet begint. Op die vraag krijg je geen antwoord, want dat weet ze niet. De vraag is wat er zou gebeuren als het niet goed genoeg is. Daar zit het.

Het leukste onderdeel moet naar achteren. Bij haar is dat de kaft. Bij Bram zou het de tekening zijn. Bij mij is het het lettertype. Wie met het leuke begint, is niet aan het werk maar aan het uitstellen met een goed gevoel erbij.

En een vierde, die ik hier eigenlijk niet wil opschrijven: ik ben in oktober drie keer langs die lege map gelopen en heb gedacht dat het wel goed kwam omdat het er georganiseerd uitzag. Ik ben afgegaan op de map. Ik ben grafisch vormgever. Ik van alle mensen zou moeten weten dat een mooie map niets zegt over wat erin zit.

Het is vandaag zaterdag en het is bijna af. De kaft ligt op de eettafel, want vanmorgen mocht het eindelijk. Er liggen vier verschillende lettertypes uitgeprint naast elkaar en ze zit erboven met haar hoofd op haar hand.

Ik heb gezegd dat ze er niet te lang over moet doen.

Ik heb dat gezegd met een gezicht dat volgens Thijs “erg overtuigd” stond, en hij zei dat vanaf de bank, zonder op te kijken, op precies de toon die hij daarvoor bewaart.

Vragen die ik hierover kreeg

Hoeveel help je bij een werkstuk in groep 7?

Bij ons: meedenken over de vorm, niet over de inhoud. Ik heb geholpen met het opdelen in vier avonden en met de vraag waar ze zou beginnen. De zinnen zijn van haar, inclusief de zin die ik graag had willen herschrijven.

Wat doe je als je kind blijft uitstellen?

Vragen wat er zou gebeuren als het niet goed genoeg is. Bij Fenna zat daar het antwoord. Ze stelde niet uit uit luiheid maar omdat de eerste zin op papier het einde is van de mogelijkheid dat het perfect wordt.

Moet je het lijstje afpakken?

Nee. Het lijstje is niet het probleem, het is een manier om grip te krijgen. Wij hebben het lijstje laten liggen en er een deadline naast gezet per onderdeel, en toen werd het ineens een hulpmiddel in plaats van een uitvlucht.

#werkstuk#fenna#groep-7#uitstellen

5 reacties

  1. Hanneke ·

    Ik heb er twee gehad die zo waren en ik heb er heel lang niets van begrepen. Bij mijn dochter hielp uiteindelijk dat ze mocht beginnen met het slechtste stuk. Gewoon expres lelijk beginnen. Klinkt gek, werkte wonderwel.

    Merel schrijft dit blog

    Expres lelijk beginnen ga ik onthouden, Hanneke. Dat is precies de sleutel die ik zocht.

  2. Yvonne ·

    Hoe oud is Fenna nu? En krijgen ze in groep 7 al echt werkstukken met een deadline van weken?

    Merel schrijft dit blog

    Ze is tien, groep 7. Ze kregen het eind september mee met acht weken de tijd, en dat is denk ik precies de bedoeling van de opdracht: leren plannen. Niet het onderwerp.

  3. Peter ·

    Herkenbaar, en niet alleen bij kinderen. Ik heb op mijn werk collega's van vijftig die dit doen.

  4. Els ·

    Beste Merel, wat een herkenbaar en liefdevol stuk. Die zin van haar over dat het dan nog niet fout kan gaan, die blijft hangen. Ik denk dat veel volwassenen daar iets van kunnen leren, ik in ieder geval wel. Hartelijke groet, Els.

  5. Nadia ·

    Ik lees dit met een kind van drie en denk oh nee dit komt nog.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit school →