Ik had het laatste grote uitje volgepland en om elf uur waren we weer thuis
Kanoen bij Heino, een picknick en een uitkijktoren. Op papier klopte het helemaal. In de auto op de terugweg was het nog geen half elf.
Op de koelkast hing een blaadje. In mijn handschrift, met tijden erbij, want dat is wat ik doe als ik ergens veel van verwacht.
- 09.00 vertrek
- 09.45 kano
- 12.30 picknick bij het water
- 14.00 uitkijktoren
- 17.00 thuis
Ik heb dat blaadje zaterdagavond opgehangen. Zondagochtend om 10.50 uur reden we alweer de Raalterweg op naar huis, met vijf mensen en een hond die allemaal droog waren, want we waren nergens in geweest.
Waarom ik er zo veel van verwachtte
Dit was de laatste zondag. Vandaag begint Fenna op de middelbare school, met een startdag van tien tot twee. En vandaag gaan Bram en Loes ook weer naar De Kleine Belt, de een naar groep 5 en de ander naar groep 1.
En ergens in de week ervoor heb ik in mijn hoofd van deze zondag iets gemaakt wat een zondag niet aankan. Het moest de laatste dag van iets worden. De laatste zomerdag waarop we nog met z’n vijven een gezin waren dat één school had. Dat is een zin die ik nu opschrijf en waar ik zelf een beetje van moet zuchten, maar zo zat het wel in mijn hoofd, en daarom hing er een blaadje met tijden.
Thijs zag dat blaadje zaterdagavond hangen. Hij zei: “Hebben we gereserveerd?”
Ik zei dat het augustus was en dat het doordeweeks vast wel loopt.
Het was zondag.
Wat er gebeurde
Wat er gebeurde is dat we om kwart voor tien bij het botenhuis stonden en dat alles weg was tot twee uur. Alles. Er lag één kano op de kant en die was van iemand die hem net terugbracht.
De jongen achter het luikje was heel aardig en heeft twee keer gezegd dat het jammer was.
Wij stonden daar met een tas met broodjes, een kleedje, een hond aan de lijn en drie kinderen die net gehoord hadden dat er iets leuks zou gebeuren.
Bram vroeg of we dan om twee uur weer terug konden komen. Dat kan in theorie. Vanaf ons huis is dat drie kwartier heen en drie kwartier terug en dan nog een keer heen, en ik heb er twee tellen over nagedacht en toen gezegd dat we dat niet gingen doen.
En toen begon het te regenen. Niet hard. Van dat fijne, grijze, aanhoudende augustusregen waar je binnen tien minuten doorheen bent.
Fenna, die vanaf het begin al niet had gezegd dat ze zin had, zette haar capuchon op en zei niets, wat bij haar een heel duidelijk statement is.
Loes stapte in een plas en was verrukt.
De autorit
In de auto naar huis heb ik twintig minuten in mezelf zitten mopperen. Niet hardop, want ik ben veertig en dan doe je dat binnensmonds.
Ik mopperde over de reservering, wat mijn eigen schuld was. Ik mopperde over het weer, wat niemands schuld was. En ergens onder die twee lag iets anders, en dat was: dit was de dag, en nu heb ik hem verprutst.
Thijs zei op de rotonde bij Wijhe één ding.
Hij zei: “We hebben nog een hele dag.”
Dat klonk op dat moment als iets wat je zegt om iemand op te vrolijken. Achteraf denk ik dat hij het gewoon bedoelde als informatie.
Wat er van de dag over was
We waren om half twaalf thuis. Het regende toen niet meer, want zo werkt dat.
De picknick hebben we in de tuin gegeten, van hetzelfde kleedje, op het gras, met de broodjes die al gesmeerd waren. Loes vond dat we buiten waren en had gelijk.
Bram heeft daarna twee uur met de tuinslang gedaan wat jongens van bijna negen met een tuinslang doen, wat neerkomt op een systeem bedenken en dat systeem uitleggen aan iemand die niet luistert. Loes was die iemand. Ze was doorweekt en gelukkig.
Fenna is met een deken en haar boek in de schuur gaan zitten, op de oude tuinstoel die daar sinds de meivakantie staat, en is daar tot vier uur niet uit gekomen.
En Wolk lag onder de tafel, want Wolk ligt altijd onder de tafel, in Wijhe en in Denemarken en waarschijnlijk over tien jaar nog.
De tent
Om een uur of vijf is Thijs de schuur in gegaan om iets te zoeken, en dat is bij hem meestal een aankondiging van drie uur afwezigheid.
Hij kwam na tien minuten terug met de tent.
Onze oude tent, die vorig jaar in de Vogezen stond en die tien dagen geleden nog op een grasveld tussen een fjord en de zee stond, en die sinds dinsdag opgevouwen achter in de schuur lag. Hij heeft hem op het gras gezet zonder er iets over te zeggen, op de enige plek waar hij past, en Bram is halverwege gaan helpen op de manier waarop Bram helpt.
Om zeven uur lagen er drie slaapzakken in. Om acht uur lag Loes erin en zei ze dat ze de hele nacht bleef. Om kwart over negen is ze naar binnen gedragen, wat we allemaal hadden zien aankomen behalve zij.
Bram en Fenna zijn wel gebleven, en dat had ik niet zien aankomen.
Fenna, die twaalf is, die vanochtend dertien kilometer naar Deventer fietst naar een klas waar ze bijna niemand kent, heeft haar laatste zondagavond doorgebracht in een tent van vier bij drie op zes meter van de achterdeur, met haar broertje, met een zaklamp.
Thijs en ik hebben daarna in de deuropening gezeten met de tuindeur open, en het was nog warm zoals het eind augustus ‘s avonds warm kan zijn, met dat gevoel dat het de laatste keer is dat het zo is.
In de tent brandde tot half twaalf een lampje. Je zag twee schaduwen bewegen op het doek en je hoorde af en toe iets. Eén keer lachte Bram zo hard dat Wolk zijn kop optilde.
Ik heb niet geroepen dat ze moesten gaan slapen.
Het blaadje hangt nog op de koelkast. Vier van de vijf punten zijn niet gebeurd. Ik heb het laten hangen omdat ik het zonde vind om het weg te gooien, en omdat ik denk dat ik het volgend jaar nog een keer wil lezen.
5 reacties
-
Wendy ·
Wat een heerlijk verhaal! En die tent in de tuin, wat een goed idee zeg. Wij hebben nog een oude tent op zolder en ik ga hem er dit weekend uithalen.
-
Bas ·
Even de nuchtere: je had gewoon van tevoren moeten reserveren. Maar ik geef toe dat het verhaal dan een stuk minder was geweest.
Merel schrijft dit blog
Ik had gewoon van tevoren moeten reserveren, ja. Ik heb dat in de auto ook al vier keer tegen mezelf gezegd en Thijs heeft het nul keer gezegd, wat ik hem hoog aanreken.
-
Ingrid ·
Een lampje in een tent in de tuin. Wat een beeld om de zomer mee af te sluiten. Ik moest denken aan onze eigen tuin in de jaren zeventig, met een oud legertentje van mijn zwager erin. Mijn kinderen praten er nog over en van alle vakanties die we hebben betaald weet niemand meer iets.
-
Peter ·
De uitkijktoren stond dus nog op de lijst. Die staat bij ons ook al zes jaar op de lijst. Er is niets aan de hand.
-
Karin ·
Een dagschema met tijden op de koelkast. Merel. MEREL. Ik ken je al twintig jaar en dit is precies waarom ik nooit met jou op vakantie ga.
Merel schrijft dit blog
En toch heb je het in 2011 een keer gedaan en heb je het overleefd.
Reageren? Reacties op Verlangme worden met de hand geplaatst nadat ik ze heb gelezen. Dat betekent dat het even kan duren, en dat niet alles online komt — zie het reactiebeleid. Wil je iets kwijt over Ik had het laatste grote uitje volgepland en om elf uur waren we weer thuis? Stuur het via het contactformulier.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
We reden naar Sneek en Thijs zei op de heenweg vier zinnen
Vijf maanden geleden zagen we zijn ouders voor het laatst. Zondag zijn we er eindelijk heen gereden, met drie kinderen, een hond en een stilte in de auto.
Thijs had een vuurtoren in zijn hoofd zitten sinds februari
Een half uur rijden en een half uur klimmen door los zand. Mijn man, die nooit iets voorstelt, bleek dit uitje al maanden geleden te hebben uitgezocht.
Het eerste uitje waarop mijn oudste vroeg of ze thuis mocht blijven
Eerste zaterdag van de vakantie, iedereen in de gang, schoenen aan. Toen kwam de vraag waar ik anderhalf jaar op gewacht heb en ik was er niet klaar voor.