School & opgroeien

Ik heb deze week precies één keer gehuild en niet op het moment dat ik verwachtte

Maandag ging mijn oudste voor het eerst naar de middelbare school. Ik dacht dat het bij de voordeur zou gebeuren. Het werd kwart voor drie, bij de schuur.

Haar tas stond maandagochtend om acht uur al in de gang.

Ze had hem zondagavond ingepakt, en toen om half tien nog een keer, en toen maandagochtend voor de derde keer, met alles eruit op de vloer en er weer in. De boeken hadden we donderdag opgehaald in de aula, op alfabet, in een rij die tot buiten stond, en die stapel is zwaarder dan ik van tevoren had ingeschat.

Ze had die nacht in de tent in de tuin geslapen, met haar broertje, wat niemand van ons gepland had.

Ik ben om vijf voor zes wakker geworden en heb tot half zeven naar het plafond gekeken.

Maandag, kwart voor negen

Het is bij ons dit jaar zo dat alles op dezelfde dag begint. Bram naar groep 5, Loes naar groep 1, Fenna naar Het Roggeveld. En omdat de brugklassers maandag een startdag hadden van tien tot twee, was zij degene die het laatst wegging.

Dat was een cadeautje waar niemand om gevraagd had. Ik heb eerst twee kinderen naar De Kleine Belt gebracht, wat een verhaal apart is en waar zondag een stuk over komt, en toen ben ik teruggefietst naar een huis waar één kind stond te wachten in de gang met een tas.

Bram had die ochtend uit zichzelf om zeven uur beneden gestaan, wat in acht jaar niet gebeurd is. Hij zei dat hij haar wilde zien gaan, en toen hij dat zei keek Fenna even opzij en zei niets, en ik denk dat dat het beste cadeau was dat ze die ochtend gekregen heeft.

Thijs was er niet. Die was om kwart over zeven naar Deventer, zoals altijd, en hij heeft in de gang zijn hand op haar schouder gelegd en gezegd dat hij haar onderweg misschien wel zou inhalen. Dat is niet gebeurd, want hij rijdt en zij fietst, maar ze heeft er wel de hele maandag naar uitgekeken.

Om kwart voor negen ging ze.

Ik had iets voorbereid om te zeggen. Ik heb daar zondagavond serieus over nagedacht, wat ik hier opschrijf zodat je weet met wie je te maken hebt. Er zaten woorden in als trots en je kunt dit en er zat een zin in over dat ze altijd mocht bellen.

Wat ik gezegd heb is: “Tot vanmiddag.”

Zij zei: “Ja.”

Toen stapte ze op en ging bij de brievenbus de hoek om. Ze heeft niet omgekeken. Dat had ik ook niet verwacht en toch stond ik erop te wachten.

Ik dacht: nu ga ik huilen.

Ik ging niet huilen. Ik ging naar binnen en heb de vaatwasser uitgeruimd.

De uren ertussen

Maandag was ook mijn eigen eerste werkdag na zes weken, wat een planning is die ik zelf gemaakt heb en waar ik woensdag al over geschreven heb.

Wat ik gedaan heb:

  1. Om tien voor negen de radio aangezet. Om half tien weer uit.
  2. Het saaiste klusje van mijn lijst afgemaakt, om kwart over elf.
  3. Twee keer gekeken of het geluid van mijn telefoon aanstond. Dat stond het.
  4. De was gedaan, hoewel de was maandag niet aan de beurt was.
  5. Twee keer gaan zitten. Dat waren de twee slechtste momenten van de dag.

Om 10.42 uur kreeg ik één bericht:

kluisje 214 zit bij het raam

Meer niet. Geen punt erachter.

Ze heeft die telefoon sinds vorige week maandag en dit is het eerste bericht dat ze uit zichzelf heeft gestuurd naar iemand die geen Esther heet.

Ik heb daar drie antwoorden op getypt en er twee weggegooid. De eerste ging over of het goed ging. De tweede ging over of ze al iemand had gesproken. Verstuurd is: “Fijn.”

Kwart voor drie, bij de schuur

Om twee uur was ze klaar. Veertig minuten fietsen, dus rond drie uur thuis, en ik heb om kwart voor drie de keuken opgeruimd op een manier waarop die keuken zelden wordt opgeruimd.

Toen hoorde ik de fiets.

Ik ben niet naar het raam gelopen. Dat is niet waar. Ik ben wel naar het raam gelopen, maar ik ben er weer weggegaan voordat ze de oprit op kwam, en dat is het maximaal haalbare geweest.

Ze zette haar fiets in de schuur. De schuurdeur klemt en gaat pas de tweede keer dicht, en ik hoorde hem twee keer, precies zoals altijd.

Ik stond bij de achterdeur met een theedoek in mijn hand omdat ik ergens iets mee moest.

Ze kwam de schuur uit, keek op, en zei:

“Mam. Ik weet waar de wc is.”

En daar ging ik.

Niet netjes, ook niet dramatisch, maar wel meteen en zonder waarschuwing, met een theedoek in mijn hand, bij de schuur, om kwart voor drie op een maandag.

Ze vond dat gênant en heeft dat ook gezegd. Ze heeft er ook om gelachen. Toen liep ze langs me heen naar binnen en zette haar tas op de derde tree van de trap, waar ze haar tas neerzet sinds groep 1.

Wat er dinsdag gebeurde

Dinsdag was de echte eerste dag. Volledig rooster, zes uur, en dus om kwart over zeven de deur uit met een tas die twee keer zo zwaar was als maandag.

Er stond tegenwind. Zo’n augustuswind die op de kaart niets voorstelt en die op dat stuk langs de IJssel recht in je gezicht staat.

Ze is om kwart over zeven vertrokken en om 8.11 uur op het plein aangekomen. Ik weet dat omdat ze het bij thuiskomst gemeld heeft met het cijfer erbij, vier minuten later dan ze had uitgerekend, met een toon alsof dat aan de wind lag en niet aan haar.

Aan tafel kwam het er uit zichzelf uit en toen duurde het twintig minuten aan één stuk.

Over meneer Kolthof, die aardrijkskunde geeft en te snel praat maar aardig is, en die op maandag alle achtentwintig namen in één keer goed had.

Over de kantine, waar je overal mag zitten, wat ze twee keer zei, en dat is precies waar ze een week geleden aan de IJsselkade over begon.

Over een gang met een rood plafond die volgens haar bedoeld is om je in de war te brengen.

En over Sem, die ze op 19 augustus in die speeltuin heeft ontmoet en die maandag naast haar in de rij bij de kluisjes stond, en met wie ze dinsdag in de pauze buiten heeft gestaan.

Over die speeltuin heeft ze verder geen woord gezegd, niet in juli en niet nu. Ik ga daar ook nooit meer naar vragen.

Vrijdag

Vandaag is dag vijf. Vanochtend stond ze om kwart over zeven bij de deur te wachten tot ik klaar was met iets zeggen, wat ik als vooruitgang beschouw.

Ze is weg. Het huis is leeg op Wolk na. De tent staat nog in de tuin, want ik heb hem deze week niet afgebroken en ik ga dat dit weekend ook niet doen.

Ik zit boven in het kleine kamertje met dit stuk, dat ik in één keer heb geschreven en waar ik verder niets meer aan ga doen.

Op de derde tree van de trap ligt een gymtas die vanochtend mee had gemoeten.

Vragen die ik hierover kreeg

Wat doe je als ouder op de eerste schooldag van de brugklas?

Je doet iets waar je handen bij nodig hebt en je hoofd niet. Ik heb de was gedaan, mijn eigen eerste werkdag doorgeploeterd en één keer hardgelopen, en dat was allemaal beter dan de twee keer dat ik ging zitten. Richt de dag niet in rondom het moment dat ze thuiskomt, want dan duurt hij dertien uur.

Moet je met je kind meegaan naar de eerste dag op de middelbare school?

Bij ons niet, en dat was haar keuze en niet de mijne. Als een school aangeeft dat ouders welkom zijn, is dat prima, maar vraag het je kind eerst en vraag het maar één keer. Wij hadden de route al drie keer gefietst en het echte werk was toen al gedaan.

Wat vraag je als je kind na de eerste schooldag thuiskomt?

Zo min mogelijk. Ik heb het geleerd door het bij andere gelegenheden fout te doen. Wat bij ons werkt is één open zin en dan wachten tot ze zelf begint, meestal een half uur later, meestal terwijl er iets anders gebeurt. Aan tafel kwam het er in twintig minuten allemaal uit en ik heb geen enkele vraag hoeven stellen.

#fenna#brugklas#eerste-schooldag#loslaten#wijhe

6 reacties

  1. Marjolein ·

    Ik zit hier met een prop in mijn keel. Die zin bij de schuur. Ik heb hem drie keer gelezen en ik ga hem vanavond aan mijn dochter voorlezen, die volgend jaar aan de beurt is. Wat een cirkel ook, van dat gesprek op de stenen aan het water tot dat ene zinnetje bij de schuurdeur. Dank je wel dat je dit met ons deelt, ik lees hier vanaf de allereerste post mee en dit is er een die ik niet ga vergeten.

    Merel schrijft dit blog

    Dank je wel, Marjolein. Jij bent hier al twee jaar bij en dat betekent meer dan je denkt. Ik heb dit stuk vanochtend in één keer geschreven en er daarna niets meer aan durven veranderen.

  2. Riet ·

    Kind wat ben ik TROTS .Op haar en op jou .Ik moest denken aan de dag dat jij op de bus stapte naar Zwolle ,ik heb toen ook bij de schuur gestaan maar dan met de fietspomp in mijn hand zodat papa het niet zag. Zeg maar tegen Fenna dat oma een kaart stuurt. Kus

    Merel schrijft dit blog

    Met de fietspomp in je hand. Mam. Dat had ik nooit geweten als ik dit niet had opgeschreven.

  3. Hanneke ·

    Wat mij destijds het meest verraste was hoe snel het gewoon werd. Dag één is een gebeurtenis, dag vier is een donderdag. Geniet nog even van deze week, want over een maand vertelt ze je niets meer en dan is er ook niets aan de hand.

  4. Wendy ·

    Oh wat mooi! En wat knap van haar dat ze die dertien kilometer gewoon alleen doet. Hoe ging het met de tegenwind van dinsdag?

    Merel schrijft dit blog

    Ze was dinsdag vier minuten later dan ze had uitgerekend en heeft dat bij binnenkomst als eerste gemeld, met het cijfer erbij.

  5. Bas ·

    Eén keer huilen in vijf dagen vind ik voor jouw doen een prima score.

  6. Ingrid ·

    Ik ben 71 en ik heb dit met natte ogen gelezen. Wat een week, en wat fijn dat u het heeft opgeschreven, want over vijftien jaar weet u anders alleen nog dat het mooi weer was.

Reageren? Reacties op Verlangme worden met de hand geplaatst nadat ik ze heb gelezen. Dat betekent dat het even kan duren, en dat niet alles online komt — zie het reactiebeleid. Wil je iets kwijt over Ik heb deze week precies één keer gehuild en niet op het moment dat ik verwachtte? Stuur het via het contactformulier.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit school →