Ik heb een dag geteld hoe vaak ik wacht even zei
Een streepje op een papiertje bij de koffie, elke keer dat ik het zei. Aan het eind van die maandag was ik nergens meer trots op en toch blij dat ik het gedaan had.
Maandagochtend, kwart over zeven, Loes staat in de keuken met haar arm omhoog en een stuk speelgoed dat kapot is of niet, dat weet ik nog steeds niet.
Ik zei: “Wacht even.”
Ik stond met de broodtrommel in mijn hand en er was niets aan de hand, en toch zei ik het. En op dat moment dacht ik: hoe vaak eigenlijk.
Het papiertje
Ik heb een reclamefolder opengeslagen bij de koffiebus, met een pen ernaast. Elke keer dat ik het zei, een streepje. Wacht even, zo meteen, straks, één minuutje. Alle vier tellen ze, want ze betekenen hetzelfde.
Alleen als het uit mijn mond kwam. Thijs telde niet mee, want dat was oneerlijk geweest en bovendien ben ik hier niet zo genereus.
Eén dag. Maandag 21 oktober, van kwart over zeven tot ik om kwart over acht ‘s avonds de laatste deur dichttrok.
Achtenveertig.
De verdeling, want die is interessanter
Ik heb aan het eind van de dag geprobeerd terug te halen wanneer.
- Zestien keer tussen zeven en halfnegen. De ochtend. Dit vind ik grotendeels terecht. Er moeten in dat uur vijf mensen weg en er is één badkamer.
- Negen keer tussen kwart over vier en vijf. Ik ben thuis, iedereen is thuis, iedereen wil tegelijk iets. Dit is het uur waar ik in het stuk over Bram en het lezen ook al achter kwam dat ik het slechtste van mezelf laat zien.
- Veertien keer tussen vijf en zeven. Eten koken, eten, tafel afruimen, Loes naar bed. Ook hier: grotendeels terecht.
- Negen keer verspreid over de rest van de dag. En dit is waar het pijn ging doen.
Want van die negen waren er vier waarbij ik achteraf niet kon bedenken waar iemand op moest wachten.
Eén keer stond ik gewoon uit het raam te kijken.
De vier keer die ik niet kan uitleggen
Ik heb ze niet allemaal opgeschreven op het moment zelf, maar drie ervan weet ik nog.
Bram kwam om een uur of tien ‘s ochtends, ik was net thuis van een korte boodschap, met een steen. Een nieuwe steen, geen van de zeven. Hij wilde uitleggen waarom die anders was. Ik zei wacht even. Ik weet niet waarom. Ik had mijn jas nog aan, dat is het enige wat ik kan bedenken, en er is geen enkele reden waarom een jas een steen in de weg zou staan.
Fenna vroeg ‘s middags iets over haar werkstuk. Ik zat aan de keukentafel met mijn laptop open op een mailtje dat ik al gelezen had. Wacht even.
En Loes wees, ergens rond half acht, naar de lamp, en zei het woord dat ze pas twee weken kan zeggen en waar ze nog steeds trots op is als ze het zegt. Ik was de vaatwasser aan het inruimen. Wacht even.
Ze wachtte. Ze is twee en een half en ze wachtte, en toen ik omkeek was ze naar de gang gelopen.
Dat is de reden dat ik dit opschrijf.
Wat ik er niet uit ga concluderen
Ik ga niet zeggen dat ik het nooit meer zeg. Dat zou een leugen zijn die twee dagen houdt, en ik heb inmiddels genoeg voornemens gehad om te weten hoe die aflopen.
Ik ga ook niet doen alsof achtenveertig een schokkend getal is. Er zijn hier drie kinderen en één van hen kan nog niets zelf. Wachten is onderdeel van het huis.
Wat ik wel doe is dit. Als ik het zeg, zeg ik erbij waarop. Niet wacht even, maar: als deze la dicht is. Als ik de trap af ben. Als het brood in de trommel zit. Dat kost een halve seconde extra en het verandert het woord van een afwijzing in een afspraak.
En als ik niets aan het doen ben, dan zeg ik het niet.
Vanochtend kwam Bram met een steen. Ik had mijn jas nog aan.
Ik heb hem in mijn hand gehouden. Hij was warm van de zak.
5 reacties
-
Nadia ·
Ik durf dit niet te doen. Serieus. Ik weet nu al dat het getal me de hele week bijblijft en ik heb deze week al genoeg.
Merel schrijft dit blog
Doe het dan niet deze week. Het papiertje loopt niet weg, en jij hoeft dat getal echt niet nu te weten.
-
Hanneke ·
Achtenveertig is niet veel voor een dag met een peuter erbij. Ik denk dat je jezelf hier harder aanpakt dan nodig is. Kinderen leren ook iets van wachten, dat is geen tekort aan aandacht.
Merel schrijft dit blog
Dat is een goede tegenwerping, Hanneke, en ik denk dat je gelijk hebt. Het ging me uiteindelijk ook niet om het getal maar om de vier keer dat ik het zei terwijl er niets was om op te wachten.
-
Sandra ·
Wat bij ons hielp is het vervangen door iets met een eind erin. Niet wacht even maar als de wasmachine piept. Dan weet een kind waar het aan toe is en dan blijft het niet aan je hangen.
-
Peter ·
Ik zeg zo vaak zo meteen dat mijn dochter dacht dat het een tijdstip was.
Merel schrijft dit blog
Dit is de beste reactie die ik in weken gekregen heb.
-
Ingrid ·
Ach kind, wat ben je streng voor jezelf. Ik heb vier kinderen grootgebracht en ik heb dat woord duizend keer gezegd en ze zijn allemaal goed terechtgekomen. Maar het is wel mooi dat je erover nadenkt.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
We eten nu om half zes en dat scheelde meer dan ik dacht
Tussen vijf en zes uur was dit huis niet te besturen. De oplossing bleek niet in de kinderen te zitten maar in de tijd waarop we aan tafel gingen.
De gele laars gaat mee en ik onderhandel niet meer
Loes draagt sinds juni een gele laars aan een voet. Ik heb er drie maanden tegen gevochten en deze week besloten dat ik dat gevecht niet nodig heb.
Wat ik tegen een tweejarige zeg als het buiten knalt
Sinds donderdag gaat er in onze straat steeds iets af. Loes kijkt dan naar mij om te zien hoe erg het is, en dat vraagt iets anders dan uitleggen.