Ik tel op dinsdag al hoeveel dagen er nog moeten
Sinds oktober betrap ik mezelf erop dat ik onderweg naar Zwolle uitreken hoeveel uur er nog te gaan is. Deze week heb ik voor het eerst opgeschreven waarom.
Donderdagochtend, tien voor half negen, op de parkeerplaats achter het pand in Zwolle. Motor uit. Ik zat met mijn handen op het stuur en dacht: nog acht uur, en dan nog één dag, en dan is het week af.
En toen dacht ik: dit was donderdag. Dit was de laatste dag. Waarom voelt dit als rekenwerk.
Ik ben blijven zitten tot vijf voor half negen. Dat is niet lang. Het was wel de eerste keer dat ik doorhad dat ik daar zat.
Er is niets mis, en dat is het probleem
Ik moet dit goed opschrijven, want als ik het niet goed opschrijf klinkt het als klagen.
Het bureau in Zwolle is klein. We zijn met zes mensen. Ik werk er sinds Fenna een baby was, dus bijna elf jaar, eerst twee dagen, sinds Bram naar school ging drie. Ze hebben me elke keer laten terugkomen na een verlof zonder er moeilijk over te doen. Ik mag zelf weten hoe ik mijn dagen indeel zolang het af komt. Als Loes een keer koorts heeft, zegt niemand iets.
Ik heb collega’s die ik aardig vind. Ik heb een bureau bij het raam. Er is een keer per maand taart en dat is niet verplicht gezellig.
Dus als iemand mij vraagt wat er mis is, dan is het antwoord: niks. En dat blijkt geen bevredigend antwoord te zijn voor de vraag die eronder ligt.
Wat ik heb opgeschreven op de achterkant van een enveloppe
Woensdagavond, iedereen boven, Wolk onder de tafel. Ik heb geprobeerd het in kolommen te zetten omdat ik dat altijd doe met dingen die niet in kolommen passen.
Links wat ik ga missen als ik weg zou gaan.
- Dat ik drie dagen per week iemand ben die niet iemands moeder is.
- Dat er van tien tot vier iemand anders bepaalt wat er moet gebeuren.
- De rit terug langs de IJssel. Twintig minuten waarin niemand iets van me wil.
- Het vaste bedrag dat elke maand op dezelfde dag komt. Dat mag ik best noemen, dat is geen kleinigheid.
Rechts wat er dan ophoudt.
- Werk maken waar ik zelf niet achter sta, netjes uitvoeren en er goed voor betaald krijgen. Ik doe dat al jaren en ik ben er goed in. Ik kan het alleen steeds slechter aan het einde van de dag van me af zetten.
- Dat het altijd dezelfde drie dagen zijn. Ook als er thuis iets is dat op dinsdag valt.
- Dat ik mijn eigen ideeën bewaar voor de avond en dan te moe ben.
De rechterkolom werd langer dan ik van plan was.
Wat ik daar precies doe
Ik merk dat ik het steeds vager opschrijf en dat is laf, dus hier een poging.
Ik maak dingen mooi voor bedrijven die zelf niet weten wat ze willen zeggen. Dat is het, in één zin. Ik krijg een tekst die nog niet af is en een logo dat er al is, en ik zorg dat het er uitziet alsof er is nagedacht. Ik ben daar goed in en dat is geen valse bescheidenheid, ik ben er echt goed in, want ik doe het al zeventien jaar.
Wat er in die zeventien jaar is veranderd, is niet het werk. Het zijn de rondes. Vroeger maakte ik drie voorstellen en werd er één gekozen. Nu maak ik één voorstel en gaat het zes keer heen en weer, en bij ronde vier zit er iemand aan tafel die vindt dat het blauw net iets vrolijker moet, en dan doe ik dat, en dan is het ding dat er komt van niemand meer.
Ik ga daar niet dramatisch over doen. Zo werkt het overal en ik krijg er netjes voor betaald.
Maar ik heb sinds vorig jaar wel twee dingen gedaan die ik zelf mocht bedenken, allebei ‘s avonds aan de keukentafel, allebei voor mensen die ik ken. Een menukaart voor iemand uit het dorp en een boekje voor de dansclub van Fenna. Ik heb daar allebei de keren tot half twaalf aan gezeten en ik was de volgende dag niet moe.
Dat is het hele bewijsmateriaal dat ik heb. Het is niet veel. Het is wel het enige dat er is.
Ik ben overigens niet gek. Ik weet dat dit de maand is waarin iedereen denkt dat zijn leven anders moet. Ik weet dat het om vier uur donker is en dat het al zeven dagen bewolkt is en dat je in zo’n maand moet oppassen met grote besluiten.
Ik heb daarom vorig jaar gecontroleerd of ik het in juni ook dacht.
Ik dacht het in juni ook. Toen zaten we buiten met een bord op schoot en was het achtentwintig graden en dacht ik op een zondagavond: morgen weer.
Dus dat argument ben ik kwijt.
Wat er nog meer speelt en wat ik er niet aan wil ophangen
Ik word in februari veertig. Ik ga daar in februari over schrijven en niet nu, want ik wil niet dat dit stuk daarover gaat. Veertig is geen reden. Het is hooguit een luidere achtergrond.
En er is dit. Vanaf eind maart gaat Loes naar school. Dat betekent dat er in dit huis vier ochtenden per week helemaal niemand is. Al mijn hele volwassen leven is mijn tijd verdeeld door andermans roosters, en over drie maanden ontstaat er een stuk tijd dat van niemand is.
Ik weet niet of ik daar in wil gaan zitten met dezelfde drie dagen Zwolle.
Wat ik heb gedaan met wat ik weet
Voorlopig niets. Dat is de eerlijke stand.
Ik heb het aan Karin verteld op de telefoon in de auto, tussen Zwolle en Wijhe, en zij zei in hoofdletters wat zij altijd zegt en waar ik weinig aan heb behalve alles.
Ik heb het nog niet zo tegen Thijs gezegd. Ik heb het aangeraakt, twee keer, op de manier waarop je een gesprek aanraakt zonder het te beginnen. Hij heeft beide keren opgekeken en gewacht en toen ben ik iets over de vaatwasser gaan zeggen.
Dat is dus het echte nieuws van deze week. Niet dat ik het denk. Dat ik het nog niet gezegd heb tegen de enige die het moet horen.
Donderdagavond stond ik met de bak van de kringloop de was te vouwen en boven hoorde ik Fenna en Bram ergens hard om lachen, en Thijs zat aan tafel met de laptop over iets van zijn werk.
Ik heb toen gedacht: dit weekend zeg ik het.
En daarna ben ik dit gaan zitten typen in plaats van dat ik het zei. Ik weet ook wel wat dat betekent.
5 reacties
-
Karin ·
IK WACHT AL DRIE JAAR OP DIT STUK. Meer zeg ik er niet over hier want dat doe ik wel aan de telefoon.
Merel schrijft dit blog
Ik wist dat jij de eerste zou zijn. Ik bel je zondag.
-
Bas ·
Eerlijk stuk. Wel een kanttekening. Aftellen naar vrijdag doet ongeveer iedereen die een baan heeft en dat betekent niet automatisch dat er iets mis is. Bij mij hing het jaren samen met de winter en niet met het werk. Misschien moet je het in juni een keer meten in plaats van in januari.
-
Hanneke ·
Ik ben op mijn eenenveertigste weggegaan bij een baan waar niets mis mee was en dat is het lastigste soort weggaan dat er is, want je kunt het aan niemand uitleggen. Neem de tijd. Het hoeft niet in januari opgelost.
-
Ingrid ·
Lieve Merel, ik las dit met een brok in mijn keel. Mijn dochter zat precies zo en zij heeft de sprong gewaagd. Ik zeg niet dat het makkelijk was, maar ze lacht weer op zondag.
-
Nadia ·
Dat stuk over die parkeerplaats. Ik zit daar ook, alleen dan op een parkeerplaats in Almere. Ik durf het alleen nog niet op te schrijven.
Merel schrijft dit blog
Je hoeft het nog niet op te schrijven. Alleen weten dat je het denkt is al genoeg voor nu.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Tien jaar geleden schreef ik op wat ik op mijn veertigste zou doen
In een doos die sinds de badkamerverbouwing in de schuur staat lag een schrift uit 2016. Met een lijstje erin dat ik volledig vergeten was.
Ik draag mijn werk over aan iemand die er nog niet is
Er staat een map op de server met eenenveertig bestanden en de naam OVERDRACHT. Ik schrijf al twee weken instructies voor een collega die nog niet is aangenomen.
Donderdag reed ik voor de laatste keer die weg naar Zwolle
Elf jaar lang dezelfde weg langs de IJssel, drie keer per week. Op de laatste ochtend hing er mist over de uiterwaarden en dacht ik nergens bijzonders aan.