Ik werd boos om een omgevallen beker en het ging niet over de beker
Zondagochtend viel er appelsap over een stapel schone handdoeken en ik reageerde alsof er iets ergs gebeurde. Mijn dochter zei er daarna iets over dat klopte.
Zondagochtend, tien over negen. Op de keukentafel stond een stapel schone handdoeken, opgevouwen, klaar om in de blauwe tas te gaan die sinds twee weken naast onze voordeur staat.
Bram draaide zich om met een beker appelsap in zijn hand en zwaaide daarbij met zijn arm zoals hij altijd met zijn arm zwaait, want hij was iets aan het uitleggen over een spelletje.
De beker viel om. Over de handdoeken.
En ik zei, veel harder dan nodig was: “Kun jij nou nooit eens gewoon opletten.”
Waarom die zin de verkeerde was
Het was niet het volume, al was dat ook niet fijn. Het was het woordje nooit.
Want daarmee ging het niet meer over een omgevallen beker op een zondagochtend. Daarmee ging het over hem, over hoe hij is, over alle keren dat er iets omvalt, en dat is een heel ander gesprek dan het gesprek dat op dat moment gevoerd moest worden.
Hij stond stil. Hij zei niets. Hij keek naar de tafel en toen naar mij, en toen liep hij de kamer uit op die manier waarop hij dat doet als hij niet wil dat je ziet dat hij het erg vindt, dus met zijn schouders recht en te langzaam.
Wolk stond op van onder de tafel en ging in de gang liggen. Dat vind ik altijd het duidelijkste signaal in dit huis.
Wat Fenna zei
Fenna zat op de bank en had het allemaal gezien. Ze keek niet op van haar boek en zei, op een gewone toon, zonder er iets bij te voelen:
“Je bent al twee weken zo.”
Ik wilde daar meteen iets tegenin brengen. Ik heb mijn mond opengedaan en weer dichtgedaan, want ze had gelijk en ik wist het op hetzelfde moment dat ik het hoorde.
Twee weken. Sinds 3 oktober. Sinds er ‘s ochtends een tas mee moet, sinds ik om kwart over zes in het donker naar de buren loop, sinds er een planning is die halverwege november eindigt in plaats van eind oktober, en sinds ik elke keer als ik de trap oploop tegen een zeil aan kijk.
Er is niets ergs aan de hand. Dat is precies waarom ik het niet zag. Als er iets ergs aan de hand is let je op jezelf. Bij dit soort weken doe je gewoon door en dan valt het eruit op een zondagochtend, over een kind van acht en een stapel handdoeken.
Wat ik daarna heb gedaan
Ik heb tien minuten gewacht. Dat is bij mij de moeilijkste stap, want ik wil het meteen goedmaken, en meteen goedmaken is bij Bram nooit een goed idee. Hij heeft tijd nodig om van boos naar praten te gaan en als ik daar tussen ga zitten wordt het alleen maar langer.
Daarna ben ik naar boven gegaan, waar hij op zijn bed lag met zijn stenendoos.
Ik heb gezegd wat ik ging zeggen en verder niets:
- Dat ik veel te hard had gereageerd.
- Dat ik al boos was voordat die beker omviel.
- Dat dat door de badkamer kwam en door de weken, en niet door hem.
- En dat nooit een stom woord is en dat ik het niet meende.
Geen maar. Dat is het enige waar ik echt op let, want die maar zit altijd klaar. Sorry, maar je moet natuurlijk wel uitkijken met die beker. Zodra ik dat zeg heeft hij een uitbrander gehad met een excuus eromheen.
Hij zei: “Oke.”
En toen: “Mag ik dan nu wel appelsap.”
Dat was het. Daar was hij klaar. Ik stond nog een halve minuut langer in die kamer dan nodig was, want ik was zelf nog niet klaar, en dat is dan weer iets van mij.
De handdoeken
Die zijn opnieuw gewassen. Ze hingen zondagmiddag over de verwarming te drogen, zes stuks, en ze roken naar niks omdat het wasmiddel op is en ik dat drie keer ben vergeten.
Om half vijf kwam Bram de keuken in met een steen in zijn hand en legde die op tafel bij de stapel.
“Deze is voor jou. Hij is grijs maar als hij nat is niet.”
Vragen die ik hierover kreeg
Moet je als ouder sorry zeggen tegen je kind?
Ik denk het wel, als je te ver bent gegaan. Wat ik geleerd heb is dat het alleen werkt zonder het woord maar erachter. Zodra ik sorry zeg en er daarna nog even uitleg wat hij verkeerd deed, is het geen sorry meer maar een tweede uitbrander in een ander jasje.
Hoe leg je aan een kind uit dat je om iets anders boos was?
Kort en concreet. Ik zei dat ik al boos was voordat die beker omviel en dat dat door de verbouwing kwam en niet door hem. Meer niet. Een kind van acht heeft geen behoefte aan mijn hele week, dat is mijn probleem en niet het zijne.
Wat doe je als je merkt dat je al dagen te kort aangebonden bent?
Bij mij hielp dat mijn oudste het gewoon zei. Ik heb daarna opgeschreven wat er allemaal tegelijk liep en dat was meer dan ik dacht. Het lost niets op, maar ik weet nu wel waar ik op moet letten en dat scheelt de kinderen een hoop onterecht gemopper.
4 reacties
-
Marjolein ·
Wat eerlijk opgeschreven. Ik denk dat elke ouder dit kent en dat bijna niemand het opschrijft. En dat je dochter dat zei, tja. Die zien alles. Wees maar niet te streng voor jezelf, je hebt een huis vol stof en een agenda die niet meer klopt.
Merel schrijft dit blog
Dank je. Ik was vooral verbaasd dat ze het zo rustig zei. Alsof ze het al dagen zat te bewaren.
-
Nadia ·
Ik ben deze week ook drie keer uitgevallen om niks. Bij mij ligt het niet aan een verbouwing, dus dan denk je dus dat het aan jou ligt. Fijn dat je dit deelt, echt.
-
Peter ·
Sorry zonder maar. Dat is de hele post en het is meer dan de meeste opvoedboeken.
-
Hanneke ·
Bij ons was het altijd de tas met gymspullen die door de gang vloog. Dan wist ik het weer. En wat je schrijft over dat kinderen eerder klaar zijn met zo'n gesprek dan jij, dat klopt zo. Ik heb jaren te lang doorgepraat omdat ik me nog niet beter voelde.
Merel schrijft dit blog
Dat laatste is precies wat ik doe. Ik praat door tot ik me beter voel en dan is het gesprek al lang van mij en niet meer van hem.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Bram wilde stoppen met voetbal en onze regel bleek nergens op te slaan
Na twee trainingen in zijn nieuwe elftal zei Bram dat hij ermee stopte. Wij hadden daar een regel voor, en die regel bleek over iets heel anders te gaan.
Bram ruilde zijn hele doos weg voor iets wat hij al had
Hij kwam maandag thuis met een lege doos en een gezicht dat niets zei. Pas bij het tandenpoetsen kwam eruit wat er op het schoolplein precies geruild was.
Ik vroeg het eenentwintig dagen achter elkaar en toen was het genoeg
Elke dag dezelfde vraag over de middelbare school, netjes verpakt en steeds anders gesteld. Donderdag maakte mijn dochter er kort en beleefd een eind aan.