School & opgroeien

Juf Marloes zei een zin over Bram die ik sindsdien blijf herhalen

Ik ging naar het rapportgesprek met een lijstje zorgen in mijn hoofd en kwam thuis met vier woorden. Sindsdien zit ik anders naast hem op de rand van zijn bed.

Ik zat op een stoel die te laag was, aan een tafel die te laag was, en ik hoorde mezelf zeggen: “Ik denk dat hij achterloopt.”

Juf Marloes keek naar het mapje voor haar en toen naar mij, en zei: “Hij leest niet langzaam. Hij leest voorzichtig.”

Dat is de zin. Vier woorden eigenlijk, de rest is aanloop.

Waar ik mee binnenkwam

Bram is zeven en zit in groep 3, het jaar waarin het lezen gebeurt. In september was hij er bang voor. Dat heb ik hier ook opgeschreven, in de eerste weken van dit blog, en toen dacht ik nog dat het over zou gaan met de herfst.

Het is niet overgegaan. Het is anders geworden.

Hij kan meer dan in september, dat is duidelijk. Hij herkent woorden. Hij leest de bordjes bij de supermarkt hardop voor als hij denkt dat niemand het merkt. Maar zodra er een boekje op tafel ligt en er iemand naast hem zit, wordt het traag. Hij blijft hangen bij een woord dat hij twee bladzijden eerder wel las. Hij zucht. Hij wil naar de wc.

Ik was gaan tellen. Dat is het eerlijke verhaal. Ik heb in januari drie keer geklokt hoe lang hij over een bladzijde deed en die tijden in mijn hoofd vergeleken met wat ik dacht dat normaal was, op basis van niets.

Dus daar zat ik, op maandagavond, met dat woord in mijn mond: achterloopt.

Ik moet erbij zeggen dat ik dat woord niet één keer had gehoord van school. Niet in november bij het eerste gesprek, niet in de nieuwsbrief, nergens. Het kwam van mij. Van mij en van een half uur op mijn telefoon in januari, waar ik terechtkwam bij lijstjes met wat een kind aan het eind van groep 3 moet kunnen, opgesteld door mensen die mijn kind nog nooit gezien hebben.

Ik ben er behoorlijk goed in om mezelf ongerust te maken met informatie die niet over ons gaat.

Wat ze bedoelde

Ze legde het uit met een voorbeeld uit de klas.

Als de kinderen samen hardop lezen, doet Bram mee en gaat het redelijk. Als hij alleen aan de beurt is, gaat het langzamer. Niet omdat hij minder kan, maar omdat hij elk woord eerst helemaal in zijn hoofd afmaakt voordat hij het hardop zegt. Hij controleert het. Hij zegt het pas als hij zeker weet dat het klopt.

Andere kinderen gokken. Ze zeggen “paard” waar “pad” staat, ze horen zelf dat het niet klopt, ze corrigeren zichzelf en gaan door. Dat gaat sneller en het levert meer fouten op en het levert vooral heel veel oefening op.

Bram maakt bijna geen fouten. Hij maakt ze niet omdat hij ze niet wíl maken.

“Ik heb liever een kind dat er twintig fout doet dan een kind dat er nul durft,” zei ze. “Maar dat gaat vanzelf komen bij hem. Hij is er niet slechter in. Hij is er banger in.”

En toen zei ze er nog iets bij dat ik ook heb onthouden: dat voorzichtigheid bij zo’n kind geen probleem is dat je moet wegnemen, maar iets waar je omheen moet werken tot hij het zelf niet meer nodig heeft.

Ik heb toen de vraag gesteld waar ik het meeste aan heb gehad, en die had ik niet voorbereid. Ik vroeg wanneer ze hem voor het laatst blij had zien worden van iets op school.

Ze wist het meteen. Twee weken geleden, bij het voorlezen van een verhaal over een schip, toen ze een vraag stelde over wat er daarna zou gebeuren en hij als eerste zijn vinger opstak en een antwoord gaf van vier zinnen. Over verhalen weet hij alles. Verhalen zijn niet het probleem. Letters zijn het probleem, en die twee dingen hebben in zijn hoofd op dit moment nog niets met elkaar te maken.

Dat vond ik verhelderender dan welke score dan ook.

Wat we thuis nu anders doen

Drie dingen, sinds gisteravond, en ik weet nog helemaal niet of ze werken.

  1. Ik klok niet meer. Dat is de belangrijkste. Ik had het bovendien niet gezegd tegen hem, maar hij wist het natuurlijk wel, want kinderen weten altijd wanneer je aan het meten bent.
  2. We lezen om de beurt. Hij een bladzijde, ik een bladzijde. Dat had ik eerder ook wel gedaan, maar dan als beloning voor het zijne. Nu gewoon als afspraak.
  3. Ik verbeter niet meer tijdens het lezen. Als hij een woord fout zegt en zelf doorgaat, laat ik het. Dat is voor mij het moeilijkste van de drie en ik heb het gisteren twee keer niet volgehouden.

Wat we ook hebben afgesproken, met hem erbij aan tafel: er wordt niet meer gelezen als Fenna in de kamer is. Dat had ik zelf niet bedacht, dat heeft hij gezegd toen ik vroeg wat hem zou helpen. Hij zei het bijna terloops en het is waarschijnlijk het belangrijkste dat ik deze week gehoord heb. Fenna leest sinds haar zesde als een trein en corrigeert hem zonder er erg in te hebben, uit pure behulpzaamheid.

Verder blijven we hardop voorlezen aan hem, elke avond, ook al zou hij het inmiddels zelf kunnen. Juf Marloes zei dat dat het enige is waarvan ze zeker weet dat het helpt, bij alle kinderen, altijd.

Wat er gisteravond gebeurde

We zaten op zijn bed met een boekje over een jongen en een boot, dat we al twee weken open en dicht doen.

Hij las een bladzijde. Ik las een bladzijde. Hij las de volgende en bleef steken bij “verdwenen”, een woord dat hem al drie avonden dwarszit, en ik heb mijn mond gehouden. Dat duurde ongeveer acht seconden, wat ontzettend lang is als je ernaast zit.

Hij zei het. Fout eerst, toen goed.

En daarna zei hij, zonder op te kijken: “Deze bladzijde is best kort.”

Dat is alles. Ik heb ja gezegd en we hebben doorgelezen.

Ik weet niet of dit over drie weken nog steeds zo gaat. Ik weet wel dat ik sinds maandag anders naast hem zit. Niet als iemand die kijkt of het al goed genoeg is. Als iemand die er ook is.

Het boekje ligt nog op zijn nachtkastje. We zijn op bladzijde elf.

Vragen die ik hierover kreeg

Wat vraag je aan een leerkracht tijdens een rapportgesprek?

Ik heb geleerd om niet te beginnen bij de cijfers of de scores, want die staan er al. Ik vraag liever hoe mijn kind zich in de klas gedraagt als iets moeilijk is, en wanneer de juf hem voor het laatst blij heeft zien worden van iets. Daar krijg je antwoorden op die je thuis kunt gebruiken.

Wat doe je als je kind moeite heeft met lezen in groep 3?

Wat bij ons helpt is de druk van het tempo halen: niet klokken, niet verbeteren tijdens het lezen, en samen om de beurt een stukje doen. En vooral doorgaan met hardop voorlezen aan hem, ook als hij het zelf al zou kunnen. Wat verder nodig is bespreken we met school, want dat weten zij beter dan ik.

#school#bram#groep-3#lezen#rapport

5 reacties

  1. Marjolein ·

    Wat een zin. Ik heb hem opgeschreven op de achterkant van een enveloppe, dat leek me in jouw geest. Bij mijn jongste was het net zo, die durfde niet te struikelen waar iemand bij was. Bij hem kwam het los in groep 4, ineens, zonder dat we iets anders deden. Ik wens jullie datzelfde toe.

    Merel schrijft dit blog

    Op de achterkant van een enveloppe, dat is inderdaad precies waar hij thuishoort. Dankjewel.

  2. Ingrid ·

    Ik werd hier een beetje emotioneel van, moet ik zeggen. Dat kleine mannetje dat eerst in zijn hoofd zeker wil weten dat het goed is. Wat een lieverd.

  3. Sandra ·

    Om de beurt een bladzijde is inderdaad de beste tip die er is. Wij deden ook: hij leest de tekst in de tekstballonnen, ik de rest. Werkte bij ons jarenlang.

    Merel schrijft dit blog

    Die ga ik vanavond meteen proberen, dank je.

  4. Peter ·

    Goede leerkracht. Die zie je eruit aan wat ze zeggen als de deur dicht is.

  5. Nadia ·

    Ik heb over drie weken zo'n gesprek en zie er tegenop. Ik ga jouw vraag stellen over wanneer hij blij werd. Bedankt daarvoor.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit school →