Feestdagen & tradities

Mijn moeder belt drie keer over een gerecht dat zij niet maakt

Zondag om tien over negen, zondagavond om twintig voor negen en maandagochtend voor achten. Drie keer, over een saus die ik haar zelf heb gevraagd.

Ze belt op zondagochtend om tien over negen. Dat doet ze al jaren en daar is nooit een reden voor geweest, behalve dat het zondag is.

Gisteren belde ze om tien over negen, om twintig voor negen ‘s avonds, en vanochtend om vier voor acht, wat op een maandag betekent dat ik nog met natte haren bij de deur stond.

Alle drie de keren ging het over de saus.

Het eerste telefoontje

Het eerste ging over de gebruikelijke dingen. Of het weer nog goed blijft. Of Loes al gewend is in de peuterklas. Of de badkamer nou eindelijk af is, waarbij ik “bijna” zei en zij “ah” zei, wat een compleet oordeel is.

En toen, aan het eind, toen ik al dacht dat we klaar waren:

“En de saus, doe je die met het vocht van het vlees of maak je hem apart?”

Ik heb haar drie weken geleden gevraagd of zij de saus wil doen. Dat is een echte taak en ze is er beter in dan ik, en ik heb het gevraagd omdat ik het meende en niet omdat het aardig staat.

Ze zei toen ja. Ze zei dat het niet hoefde en toen zei ze ja.

En nu belt ze dus om te vragen hoe ik het doe. Terwijl zij hem maakt.

Ik heb gezegd dat het vlees vanzelf vocht geeft en dat ze dat gewoon kan gebruiken. Ze zei dat het bij haar thuis anders ging en dat het bij mij natuurlijk moet zoals ik het wil.

Dat is een zin waar ik na negenendertig jaar nog steeds niet doorheen kom. Er zit een compliment in en een waarschuwing en een stukje afstand, allemaal in twaalf woorden, en als je erop doorvraagt is er niets.

Ik heb haar toen gevraagd of ze het recept een keer voor me wilde opschrijven. Niet omdat ik het nodig heb. Omdat ik wilde weten wat er dan gebeurt.

Ze zei dat er geen recept is. En daarna heeft ze acht minuten uitgelegd hoe het gaat, stap voor stap, met de hoeveelheden erbij, en ik heb het opgeschreven op de achterkant van de gemeentekrant terwijl Loes aan mijn been hing.

Toen ik zei dat ik het had opgeschreven, was ze even stil en zei ze dat dat nergens voor nodig was.

Het tweede telefoontje

Zondagavond, twintig voor negen. Loes lag net.

Ze had bedacht dat ik misschien geen pan heb die groot genoeg is. Niet voor de saus. Voor de rode kool.

Ik heb gezegd dat ik een grote pan heb, die van haar moeder trouwens, en dat het past. Ze zei dat ze er toch een meeneemt, voor de zekerheid, en ik heb dat toegelaten want dat is goedkoper dan het alternatief.

Daarna ging het tien minuten over niets. Over de bank die ze willen vervangen en niet vervangen. Over de buurvrouw van drie huizen verder. Over of Wolk in de kamer blijft of niet, wat een echte vraag was, want mijn moeder is niet van de honden en dat is nooit uitgesproken maar wel waar.

En toen ze ophing had ze het over de saus nog een keer gehad. Of het erg is als hij iets dikker wordt.

Ik heb daarna aan Fenna gevraagd of oma bij haar ook zo doet. Fenna zat aan tafel met een boek en zei zonder op te kijken dat oma bij haar altijd vraagt of het niet te veel is, en dat ze dan altijd nee zegt en dat oma het dan toch nog een keer vraagt.

Ik weet niet wat ik daarmee moet. Ik heb wel gedacht: dat doe ik dus ook.

Thijs zat erbij en zei toen ik ophing: “Ze vindt het spannend.”

Ik heb gezegd dat ze het niet spannend vindt, dat ze het gewoon graag goed doet. En daarna heb ik er de rest van de avond over nagedacht en heb ik toegegeven dat hij gelijk had, maar dat heb ik niet hardop gezegd.

Het derde telefoontje

Vanochtend, vier voor acht. Ik pak op en ze zegt meteen, zonder inleiding:

“Hoe laat moeten we er zijn?”

En daar stond ik dan, in de gang, met de hond tegen mijn been en Bram die boven riep dat hij zijn sok niet kon vinden, en ik hoorde mezelf zeggen: “Half twaalf.”

Vorig jaar heb ik haar op de zondag voor kerst gebeld om precies diezelfde vraag te stellen. Ik weet nog wat ze antwoordde. Half twaalf, zei ze, alsof ik iets vroeg wat al sinds oktober vaststond.

Nu was ik degene die het zei. En aan de andere kant hoorde ik haar het opschrijven. Ik hoorde de pen.

Ik heb daar in de gang even niets gezegd, en toen vroeg ik of ze de saus in een pannetje mee wilde nemen of dat ze hem hier wilde maken, en ze zei dat ze hem hier maakte, want dan is hij warm.

Dat was het goede antwoord. Dat betekent dat ze in mijn keuken komt staan.

Wat er woensdag op tafel komt

Voor de volledigheid, want ik heb er drie weken over lopen dubben en dan mag het ook opgeschreven worden.

  • Vlees uit de oven. Een stuk dat er vier uur in moet op lage temperatuur. Ik heb het één keer eerder gemaakt, in februari, en toen ging het goed, en dat is mijn hele onderbouwing.
  • Aardappels uit de oven, in partjes, met tijm en grof zout. Die kan ik blind.
  • Rode kool met appel. Uit de grote pan van mijn overgrootmoeder. Bram eet hem niet en dat is prima en daar wordt niets van gezegd.
  • Spruiten. Van mijn vader. Hij belde er zelf niet over, hij heeft het aan mijn moeder doorgegeven, wat zijn manier van aankondigen is. Twee zakken. Ik ga ze roosteren, want zo eten er hier drie van de vijf van.
  • De saus. Van haar.
  • De trifle. Van mij, zoals altijd, en dit jaar staat hij dus gewoon in onze eigen bijkeuken en niet in een garage in Kampen.

Verder: de tafel is vanochtend verlengd, of eigenlijk niet, want dat doen we pas woensdagochtend als de schragen erin kunnen. In de gang staat een blad van bijna twee meter tegen de muur, en Loes heeft er gisteren met stiften bij gezeten met de nadrukkelijke afspraak dat ze niet op het hout tekent.

Er staat één streep op. Onder de rand.

Thijs heeft ernaar gekeken en gezegd dat je dat straks toch niet ziet.

En nu

Het is maandagmiddag. Twee dagen.

Het vlees ligt beneden. Het toetje maak ik morgenavond, want die moet een nacht staan, dat is de enige regel in dit hele menu waar ik echt zeker van ben.

Mijn moeder belt vast morgen nog een keer.

Ik zou het bijna missen als ze het niet deed.

Vragen die ik hierover kreeg

Hoe laat moet je beginnen met koken als je om twaalf uur aan tafel wilt?

Reken terug vanaf het gerecht dat het langst duurt en tel er een half uur bij op voor alles wat je vergeet. Bij ons gaat het vlees om half negen de oven in en dan sta ik dus om acht uur in de keuken. Het scheelt enorm als je de avond ervoor al schilt en snijdt.

Moet je gasten iets laten meenemen als ze het aanbieden?

Ja, en geef er dan ook echt iets voor op dat je zelf niet hoeft te doen. Een taak die eigenlijk niets voorstelt, voelt aan de andere kant meteen als een fooi. Wij hebben de saus gevraagd en de groente uit de moestuin, en dat zijn allebei dingen die anders op mijn lijst hadden gestaan.

Wat doe je als er iemand is die een vast onderdeel van het menu niet lust?

Zet het gewoon op tafel en zeg er niets over. Wij hebben al jaren een kind dat rode kool overslaat en er is nog nooit iemand van omgevallen. Er is meer sfeer verloren gegaan aan discussies over groente dan aan groente.

#kerstdiner#oma-riet#opa-wim#koken#familie

5 reacties

  1. Sandra ·

    Dit ken ik. Mijn schoonmoeder belde het eerste jaar dat wij het deden vier keer over de aardappels. Wat hielp was haar aan de telefoon om het recept vragen en het echt opschrijven, ook als je het al weet. Dan is ze klaar en jij ook.

    Merel schrijft dit blog

    Dat heb ik gisteravond precies zo gedaan, zonder dat ik wist dat het een tactiek was. Het werkte.

  2. Hanneke ·

    Drie telefoontjes is niets. Dat is gewoon iemand die het spannend vindt en dat niet kan zeggen. Bij ons was het jaren zo en toen mijn moeder een keer niet belde, was ik degene die zich zorgen maakte.

  3. Karin ·

    Je moeder is fantastisch en jij bent precies hetzelfde. Ik heb jou vorige week drie keer geappt over een tafel.

  4. Els ·

    Beste Merel, dit las ik op kerstavond en het ontroerde me. Zo'n telefoontje is geen bemoeienis maar een manier om erbij te horen zonder erom te vragen. Neem hem morgen apart in de keuken en vraag haar iets te doen. U zult zien dat het goed valt. Hartelijke groet, Els.

  5. Yvonne ·

    Heeft je vader nou echt die spruiten meegenomen? Ik moet het weten.

    Merel schrijft dit blog

    Twee zakken, Yvonne. Uit de vriezer van na de vorst, want die zijn zoeter. Dat heeft hij er drie keer bij gezegd.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit feestdagen →