Negen dagen voor de hond komt heb ik al drie keer nee gezegd
Over negen dagen staat er een hond in onze gang. Deze week ontdekte ik dat het moeilijkste deel van ja zeggen daarna pas begint, aan de keukentafel.
Op de deur van de koelkast hangt sinds gisteren een A4’tje met drie regels erop. Fenna heeft ze geschreven, in haar nette handschrift, met een liniaal onder elke zin. Onderaan staan vijf krabbels. De onderste is van Loes en is eigenlijk een cirkel.
Over negen dagen halen we hem op.
Waarom ik dit lijstje wél serieus neem
We zeiden ja in april, na twee bezoeken aan het asiel bij Raalte. De eerste keer kwam hij niet uit zijn mand. De tweede keer wel, en toen liep hij één rondje om Thijs heen en ging weer liggen. Dat was het. Op de terugweg in de auto zei Bram: “Hij vond ons wel goed, denk ik.” En Thijs zei niets, wat bij hem betekent dat hij het ermee eens is.
Sindsdien wordt hier over weinig anders gepraat.
Dat is precies waar ik me zorgen over maak. Niet over de hond. Over ons. Wij zijn een gezin dat heel goed is in het begin van dingen. De moestuinbak van vorig jaar heeft precies zeven weken enthousiasme gehad. Het schema voor de vaatwasser hangt nog steeds in de bijkeuken en niemand kan je vertellen wie er vandaag op staat.
Dus hebben we woensdagavond aan tafel afgesproken wat er gebeurt als niemand zin heeft.
Drie keer nee in vier dagen
Ik hoorde mezelf deze week drie keer nee zeggen tegen dingen die eigenlijk heel redelijk klonken.
De eerste: of Bram mocht bepalen waar de mand komt te staan. Hij had een plek uitgezocht, namelijk naast zijn bed, en had daar goede argumenten voor, waarvan “dan is hij niet alleen” er één was en de sterkste. Nee. De mand komt beneden. Niet omdat Bram ongelijk heeft, maar omdat een hond die drie jaar in een asiel heeft gezeten geen kind nodig heeft dat om half elf nog even fluisterend controleert of het goed gaat.
De tweede: of Fenna hem alleen mocht uitlaten. Ze is bijna elf, ze is verstandiger dan ik op mijn twintigste, en ze weet dat ook. Nee. Niet de eerste maanden. Ze was daar behoorlijk boos over, op de manier die bij haar hoort: heel stil, deur dicht, en dan de volgende ochtend gewoon weer aanschuiven alsof er niets is gebeurd.
De derde: of we hem al een naam mochten geven. Dat was van Loes, en dat was de moeilijkste.
De naam die er nog niet is
In het asiel heet hij Storm. Dat past totaal niet bij een hond die vooral in een mand ligt te kijken of je weggaat, maar zo staat het op zijn kaartje en zo noemen ze hem daar.
Loes noemt hem al drie weken iets anders. Ze zegt het steeds, zonder er verder iets bij te vertellen.
“Wolk komt.”
Ze zegt het tegen haar laarzen, tegen de tafel, tegen mij als ik haar uit bed haal. Wolk komt. Ik heb geen idee waar ze het vandaan heeft, behalve dan dat hij grijs is en ze grijs kent van de lucht boven de uiterwaarden.
Ik heb dus nee gezegd tegen de naam. We doen het als hij er is, zei ik, dan kijken we wat past. Wat ik eigenlijk bedoelde was: ik wil niet dat we een naam bedenken voor een hond die we nog niet kennen en die misschien toch niet komt, want er kan van alles gebeuren in negen dagen en dan sta ik in een huis waar een naam rondzwerft zonder hond eraan vast.
Fenna keek me aan alsof ze dat precies doorhad. Ze zei niks. Ze schreef alleen op het lijstje, onder regel drie, met kleinere letters:
4. Hij mag zelf kiezen hoe hij heet.
Wat er nu nog moet gebeuren
Er staat een bak in de schuur. Er ligt een dekentje in de was dat de hele week naar ons huis moet gaan ruiken, want dat is de tip die ik van drie verschillende mensen kreeg en die ik daarom maar geloof. De meivakantie is bijna om, wat betekent dat we volgende week weer om zeven uur beginnen en dat er precies één weekend overblijft om te doen alsof we voorbereid zijn.
Ilse van hiernaast heeft al aangeboden om overdag te kijken op de dagen dat ik in Zwolle zit. Ze zei het over de heg, met de tuinslang nog in haar hand, en ze zei het zo makkelijk dat ik er even stil van was.
Vanavond hangt het lijstje er nog. Vier regels, vijf krabbels, één cirkel.
Negen dagen.
Vragen die ik hierover kreeg
Hoe bereid je kinderen voor op de komst van een hond uit het asiel?
Wij zijn twee keer met z'n allen op bezoek geweest voordat we ja zeiden, zodat de kinderen wisten dat hij bang kan zijn en niet meteen wil spelen. Daarna hebben we aan tafel de regels opgeschreven en opgehangen. Niet omdat dat alles oplost, wel omdat je er dan naar kunt wijzen.
Welke afspraken maak je met kinderen over de zorg voor een huisdier?
Bij ons zijn het er drie: niemand stoort hem als hij in zijn mand ligt, uitlaten gaat op toerbeurt met een volwassene erbij, en de bak vullen hoort bij het kind dat die dag aan de beurt is. We zijn er vooral eerlijk over dat wij als ouders de rest doen.
4 reacties
-
Marjolein ·
Wat spannend allemaal. Wij hebben destijds ook zo'n lijstje gemaakt en eerlijk gezegd hing het na drie weken nog aan de kast maar deed niemand er iets mee. Toch denk ik dat het goed is om het te doen, al is het maar voor jezelf. Ik ben heel benieuwd naar volgende week.
Merel schrijft dit blog
Ik vermoed dat het bij ons precies zo gaat, Marjolein. Ik hang het toch op.
-
Peter ·
Negen dagen. Dat is precies lang genoeg om je te bedenken en precies kort genoeg om dat niet te doen.
-
Sandra ·
Tip die bij ons hielp: leg de eerste weken een dekentje van thuis in de mand die al naar jullie ruikt. Klinkt zweverig, werkte wel. En laat de kinderen hem niet meteen knuffelen, hoe moeilijk dat ook is.
-
Yvonne ·
Hoe hebben jullie het aan Loes uitgelegd? Ze is toch net drie? Ik vraag het omdat wij dezelfde leeftijd in huis hebben en ik geen idee heb hoeveel daar van binnenkomt.
Merel schrijft dit blog
Eerlijk gezegd geen idee of het binnenkwam. Ze weet vooral dat er iets grijs aankomt. Dat is voor nu genoeg.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Ze vroeg of ze alleen mocht fietsen en ik zei ja voor ik nadacht
Ruim een week na haar elfde verjaardag stond Fenna met haar fiets in de gang. Mijn ja was eruit voor ik wist wat ik precies had toegestaan, en toen begon het pas.
De gele laars past niet meer en ik heb er drie weken over gedaan
Loes draagt sinds juni vorig jaar een gele laars aan haar rechtervoet. Sinds de vakantie past hij niet meer, en ik durfde het drie weken lang niet te zeggen.
Wat ik tegen een tweejarige zeg als het buiten knalt
Sinds donderdag gaat er in onze straat steeds iets af. Loes kijkt dan naar mij om te zien hoe erg het is, en dat vraagt iets anders dan uitleggen.