Negen uur lang was de hond de enige tegen wie ik iets zei
In maart schreef ik hier dat het heerlijk was om alleen thuis te zijn. Een half jaar later hoorde ik op een donderdagmiddag mijn eigen stem en schrok ik ervan.
Donderdagmiddag om kwart over drie deed ik de deur open voor Bram en Loes, en toen ik “hoi” wilde zeggen kwam er iets uit wat daar niet op leek.
Ik moest mijn keel schrapen. Twee keer.
Bram vroeg of ik verkouden was. Ik heb gezegd dat het niets was, wat waar is, maar het is niet niets.
Ik had die dag om tien over zeven de deur dichtgetrokken achter Fenna en om half negen achter Bram en Loes, en tussen half negen en kwart over drie had ik met niemand meer dan drie woorden achter elkaar gezegd.
Wat ik in maart schreef en wat er sindsdien veranderd is
In maart heb ik hier een stuk gezet over de eerste vrijdag dat ik alleen in dit huis zat. Loes was net vier en net naar school, ik had mijn contract net opgezegd, en ik heb toen geschreven dat het huis een geluid maakte dat ik niet kende en dat ik dat prettig vond.
Dat was waar. Het was toen ook nog nieuw, het waren korte dagen, en het was maart.
Wat er sindsdien veranderd is, is dat het niet meer bijzonder is.
Sinds eind augustus zijn alle drie de kinderen weg en zijn ze het hele dagen. Loes zit tot kwart over drie op school. Bram ook. Fenna is er tussen tien over zeven en kwart over vijf niet, en dat is bij elkaar tien uur en vijf minuten.
En ik werk sinds april voor mezelf, wat betekent dat mijn collega’s mensen zijn die mij mailen.
Ik heb deze week bijgehouden hoe dat er precies uitziet, en dat had ik beter niet kunnen doen, want nu weet ik het.
De donderdag, uitgeschreven
- 8.35 uur. Terug van het hek. Tegen Wolk gezegd dat hij van de bank af moet.
- 9.10 uur. Mail beantwoord. Drie stuks. Nul woorden hardop.
- 10.20 uur. Iemand aan de deur met een pakket voor Ilse hiernaast. Ik heb “ja hoor” gezegd en “fijne dag”.
- 11.00 uur. Belafspraak verzet naar volgende week, per mail, terwijl er geen enkele reden was om hem te verzetten behalve dat ik geen zin had om mijn stem te gebruiken.
- 12.15 uur. Staand een boterham. Tegen Wolk gezegd dat hij niet moet bedelen.
- 13.30 uur. Weer aan het werk, koptelefoon op.
- 14.40 uur. Was uit de machine. Tegen Wolk gezegd dat hij in de weg lag.
- 15.15 uur. Deur open. Keel schrapen.
Dat is niet zielig. Ik wil dat er meteen bij zeggen, want ik weet hoe dit klinkt en het is niet zo. Ik vind mijn werk leuk, ik zit graag in die kamer, en er zijn dagen dat ik om half elf naar buiten loop en dat het licht op de heg staat en dat ik denk dat ik het goed voor elkaar heb.
Het is alleen zo dat er dan om kwart over drie iets moet.
Waar die woorden terechtkomen
Hier gaat het mis, en dit is de eigenlijke reden dat ik dit opschrijf.
Als je negen uur niets zegt, dan verdwijnen die woorden niet. Die staan klaar.
En om kwart over drie gaat de deur open en komt er een kind van vier binnen dat op is. Dat heb ik hier vorige week nog beschreven: ze houdt zich vijf uur groot en dan is het over. En daar sta ik dan, met een hoofd vol dingen die ik de hele dag niet heb gezegd, en ik vraag hoe het was, en wat ze gedaan heeft, en of ze zin heeft om straks iets, en of ze weet dat we zaterdag.
Drie vragen te veel. Dat schreef ik vorige week op alsof het een inzicht over haar was.
Het is een inzicht over mij.
Bij Bram werkt het anders. Die neemt het aan. Die is er goed in om er iets van te maken en praat gewoon terug, over een gemaal of over een jongen uit zijn klas, en daarom heb ik jarenlang gedacht dat ik het goed deed.
En dan is er om kwart over vijf nog de derde, die dertien kilometer heeft gefietst en die het liefst tien minuten met haar jas nog aan zit. Die krijgt van mij de rest.
Ik heb dus een huishouden waarin de moeder de hele dag stil is en dan precies op de drie momenten waarop iemand rust nodig heeft, aan staat.
Thijs komt om tien over zes binnen en die krijgt bijna niets meer, want dan is het op. Ik heb hem dat donderdagavond verteld en hij heeft geknikt op de manier waarop je knikt als iemand je iets vertelt wat je zelf al drie maanden ziet.
Hij zei: “Ik dacht dat dat kwam doordat het avondeten dan misging.”
Wat ik nu doe
Twee dingen, en ze zijn allebei klein.
Het eerste is dat ik op woensdagochtend niet meer thuis werk. Ik zit dan van negen tot half twaalf aan de tafel bij het raam in het bibliotheekje op het dorp, tussen mensen die daar de krant lezen en een vrijwilliger die elke keer vraagt of het lukt met dat scherm. Ik zeg daar per ochtend misschien vijftig woorden en dat is genoeg. Ik ga er niet heen om gezelschap. Ik ga er heen voor geluid.
Het tweede is dat ik voortaan om vijf voor drie de hond uitlaat.
Dat is geen wandeling, dat is een rondje van twintig minuten langs het veld en terug, en het enige wat het doet is dat ik dan buiten ben geweest en al iemand tegengekomen ben voordat er iemand thuiskomt. Meestal Ilse, die te lang blijft staan, wat precies goed is.
Gisteren stond ik daardoor bij het hek toen Bram en Loes naar buiten kwamen, in plaats van in de gang met mijn hoofd vol.
Ik heb toen niets gevraagd. Ik heb gezegd dat Wolk in het riet had gestaan en dat hij stonk.
Loes heeft de hele weg naar huis over die hond gepraat en toen we thuiskwamen ging ze op de bank zitten aan de kant van het raam, met haar boterham, en was het gewoon rustig.
En om kwart over vijf
Ik heb donderdag geprobeerd om helemaal niets te zeggen toen Fenna binnenkwam.
Dat is moeilijker dan het klinkt. Ik heb thee ingeschonken en ik ben aan de andere kant van de tafel iets gaan zitten doen wat er niet toe deed.
Ze heeft haar jas aangehouden. Ze heeft acht minuten niets gezegd, ik heb geteld want dat doe ik nu blijkbaar, en toen zei ze dat ze bij scheikunde iets had gedaan met een vlam en dat de jongen naast haar zijn wenkbrauw eraf had.
Dat is niet waar, zei ze er meteen achteraan. Bijna.
En toen vertelde ze door, ongeveer vier minuten, over dat lokaal en over hoe je daar moet zitten.
Ik heb niets gevraagd. Ik had ook niets bedacht, want ik had het al aan een hond verteld.
6 reacties
-
Hanneke ·
Dit is het beste stuk dat ik hier in maanden gelezen heb en dat komt doordat het over jou gaat en niet over de kinderen. Dat opsparen van woorden ken ik uit de jaren dat ik thuis werkte en ik heb er nooit een naam voor gehad. Ik deed het ook, en degene die het opving was altijd degene die als eerste binnenkwam. Bij ons was dat mijn middelste en die heeft daar volgens mij tot op de dag van vandaag last van.
Merel schrijft dit blog
Dat laatste blijft even bij me hangen, Hanneke. Ik denk dat ik daar deze week nog eens goed over ga nadenken.
-
Karin ·
IK BEL JE DONDERDAG OM ELF UUR. Niet appen, bellen. En je neemt op, ook als je midden in iets zit, want dat is precies het punt. Ik doe dit al twintig jaar en ik ben er goed in.
Merel schrijft dit blog
Je hebt gisteren gebeld en ik heb opgenomen en het duurde veertig minuten, dus dat gaan we volhouden.
-
Bas ·
Wat je beschrijft is bij mensen die voor zichzelf beginnen ongeveer het meest voorkomende dat er is en het staat nooit in de stukken over ondernemen. Daar gaat het over administratie en tarieven. Dat je op woensdag met opzet in een ruimte gaat zitten waar geluid is, lijkt me verstandiger dan de helft van wat er over dit onderwerp geschreven wordt.
-
Ingrid ·
Ik ben zesenzeventig en woon sinds vier jaar alleen, en ik las dit met een brok in mijn keel. Die zin over dat u uw keel moest schrapen voordat u iets kon zeggen ken ik van elke dag. U heeft om kwart over drie drie kinderen die binnenkomen en dat is een rijkdom, ook op de dagen dat het te veel is. Ik gun u de woensdagochtenden in die bibliotheek van harte.
Merel schrijft dit blog
Dank u wel, Ingrid. Ik heb uw reactie twee keer gelezen en de tweede keer anders dan de eerste.
-
Sandra ·
Praktisch: neem één vaste dag in de week een belafspraak in plaats van een mail, ook als het over niets gaat. Wij noemen dat op mijn werk de nutteloze dinsdag en het is het nuttigste kwartier van de week. En loop met de hond een rondje voor de kinderen thuiskomen, dan zijn je woorden er al uit.
-
Els ·
Beste Merel, ik las dat u om kwart over drie met een hoofd vol vragen naar beneden komt en dat het er dan drie te veel zijn. Ik heb dat zelf jaren gedaan bij mijn man toen hij thuiskwam van zijn werk, en hij heeft mij daar nooit iets van gezegd, wat achteraf jammer is. Uw dochter van vier heeft het u wel gezegd en dat is een geschenk. Hartelijke groet, Els.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Twee jaar Verlangme en de beste stukken van dit jaar staan er niet
Dit blog bestaat deze week twee jaar. Fenna leest alles vooraf sinds vorig jaar, en dit jaar heeft ze dat recht om nee te zeggen ook echt gebruikt.
Voor het eerst moest ik zelf bepalen wanneer de vakantie voorbij was
Sinds april werk ik voor mezelf. Er was niemand die zei dat ik maandag weer moest beginnen, en dat bleek een stuk lastiger dan ik van tevoren had verwacht.
Zes weken vakantie, drie kinderen thuis en geen kantoor meer om naartoe te gaan
In januari stelde Thijs drie vragen over mijn plan. De tweede ging over de zomer en ik zei dat ik het niet wist. Zaterdag is het zover en ik weet het nog niet.