Om zes uur donker en ineens woont iedereen in dezelfde kamer
In september waaierde ons gezin na het eten uit over drie verdiepingen. Nu zitten we met vijf man in één kamer en ik weet nog niet of ik dat fijn vind.
Vanavond om tien over zes deed ik de lamp boven de tafel aan en Loes zei: “Nacht.”
Het was geen nacht. Het was vrijdag en het eten stond er nog. Maar ze is twee en een half en ze heeft gelijk: buiten was het donker, en dat is voor haar hetzelfde ding.
Zes weken geleden lag dit huis nog uit elkaar
In augustus en begin september ging het na het eten zo. Fenna naar boven met een boek. Bram naar buiten, of naar de schuur, of naar de buurjongen tot iemand riep. Loes in de tuin achter Thijs aan die iets deed met een plank. Ik in de keuken, met de deur open, in mijn eentje, en ik heb daar nooit over geklaagd.
Vier plekken. Vijf mensen. Iedereen kon ergens heen.
En nu is het na het eten donker en gebeurt er iets waar niemand voor kiest. We zitten allemaal in dezelfde kamer. Niet omdat we het gezellig hebben afgesproken, maar omdat de rest van het huis in oktober koud en donker is en niemand als eerste een lamp gaat aandoen in een kamer waar hij alleen zit.
Wat dat oplevert
Het goede eerst, want dat is echt.
Bram leest zijn boekje hier. Dat is nieuw. In september deed hij dat op zijn kamer, met de deur dicht, en dan hoorde ik na tien minuten niets meer en lag het onder zijn bed. Nu ligt hij op zijn buik op het kleed en leest hardop, half tegen niemand, en Fenna verbetert hem soms zonder op te kijken, wat hem woedend maakt en hem tegelijk dwingt om het beter te doen.
Thijs zit in de stoel bij het raam met de krant en valt daar tussen halfnegen en negen doorheen. Dat is een bestaand fenomeen dat pas in oktober zichtbaar wordt, want in juni zat hij op dat tijdstip nog buiten.
En ik zit hier. Ik lees minder dan ik wil en kijk meer naar de kamer dan naar mijn scherm.
En wat het kost
We hebben één stoel te weinig. Precies één.
Er is de bank, waar er twee op passen als niemand ligt, en drie als iedereen zijn best doet, wat niemand doet. Er is de stoel bij het raam, waar Thijs zit. Er is de kruk uit de keuken, die niemand wil.
En sinds ongeveer een week is er ruzie in dit huis die nergens over gaat. Fenna wil de hoek van de bank omdat daar het licht op valt. Bram wil de hoek van de bank omdat Fenna daar wil. Loes wil op de plek waar de laatste persoon zat, wie dat ook was, en verwoordt dat door haar hele lichaam op die plek te leggen.
Woensdagavond zei Fenna iets waar ik nog steeds mee zit.
“In de zomer hoef ik niemand te vragen.”
Dat is het, natuurlijk. In de zomer hoeft ze niemand iets te vragen omdat er ruimte is. In oktober moet ze onderhandelen om te kunnen lezen. Dat is voor een kind van tien die serieuzer is dan haar leeftijd geen kleinigheid.
Wat we nu proberen
Niets groots. Ik heb een schemerlamp uit de schuur gehaald die daar sinds de verhuizing staat en die op de overloop gezet, bij het tafeltje waar altijd post ligt. Kost bijna niets, maakt de gang van koud-en-donker naar half-warm.
Fenna heeft daar dinsdag twintig minuten gezeten met haar boek. Ze zei er niets over. Ze ging gewoon.
Ik denk dat je een winter niet oplost. Ik denk dat je hem een beetje kunt inrichten.
Wat ik verder heb losgelaten: het idee dat we deze avonden gezellig moeten maken. Ik heb de eerste week van oktober nog geprobeerd om er iets van te maken. Een spelletje op tafel. Een keer allemaal samen een film. Dat werkte precies één avond, en op de tweede avond was het een verplichting waar Fenna beleefd bij ging zitten en waar Bram na twaalf minuten van weg liep.
Sindsdien doen we niets. Vijf mensen in één kamer die alle vijf iets anders doen, met één lamp aan boven de tafel en één bij de stoel. Dat blijkt genoeg te zijn, en dat had ik zes weken geleden niet geloofd.
Om kwart over acht deed Bram het licht uit in de kamer om te laten zien dat hij van de gang naar de bank kon lopen met zijn ogen dicht. Dat is gelukt. Voor tweederde.
4 reacties
-
Ingrid ·
Wat schrijf je dit mooi. Bij ons noemden we dat vroeger het schemeruurtje en dan gingen de lampen nog even niet aan. Ik denk dat mijn moeder gewoon op de stroomrekening lette maar het voelde als iets bijzonders.
Merel schrijft dit blog
Het schemeruurtje. Dat woord ga ik gewoon jatten, Ingrid.
-
Peter ·
Wij hebben in oktober precies één stoel te weinig. Elk jaar.
-
Yvonne ·
Herken je dat de kinderen dan ook eerder moe zijn, of ligt dat aan ons? Mijn dochter van zes valt in oktober gewoon om terwijl ze in juni tot negen uur doorgaat.
-
Nienke ·
Ik kom binnenkort weer een weekend en dan wil ik graag de stoel bij het raam. Zeg het maar alvast tegen Fenna.
Merel schrijft dit blog
Ik zeg niets. Regel het zelf maar met haar, dat wordt veel leuker om te zien.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Vier dagen regen en een huis dat te klein werd
Van zaterdag tot en met woensdag kwamen we nauwelijks buiten. Wat er dan gebeurt in een hoekhuis uit 1974 met vijf mensen en een gang vol natte jassen.
Waarom ik op mijn 38e ineens een blog begin
Ik hou al jaren dingen bij die ik daarna kwijtraak. Vandaag begin ik hier, met een naam die mijn dochter bedacht en een gezin dat nergens om gevraagd heeft.
Op nieuwjaarsochtend vroeg Fenna wat er dit jaar verandert
Nienke sliep nog op de bank, buiten hing mist boven de uiterwaarden en om elf uur stelde mijn dochter van elf de enige vraag die er dit jaar toe doet.