Onze eerste wandeling met Wolk duurde veertig meter
We hadden de uiterwaarden gepland, het pontje en misschien nog een ijsje. We kwamen tot de derde lantaarnpaal en stonden daar een kwartier stil.
Het plan was: de uiterwaarden in, langs de dijk naar het noorden, kijken of het pontje voer, en dan terug via het weiland. Ongeveer een uur. Fenna had het uitgetekend op een blaadje.
We zijn tot de derde lantaarnpaal gekomen.
Wat er gebeurde bij die lantaarnpaal
Het ging eerst goed. Hij liep de stoep op, hij liep het hoekje om, hij deed alles wat je van een hond aan een riem verwacht.
En toen kwam er een auto langs. Geen harde auto, geen snelle auto. Een gewone auto op een gewone donderdagmiddag in Wijhe.
Wolk ging zitten. Niet schrikken, niet wegrennen, niet trekken. Zitten. En daarna liet hij zich zakken tot hij plat lag, met zijn kop op het trottoir, en toen was hij klaar.
Ik heb aan de riem getrokken. Dat is het eerste wat ik deed en het is ook het domste wat ik deed. Er gebeurde niets, behalve dat ik dertig seconden lang een vrouw was die aan een hond stond te trekken op de stoep, waar de hele straat op kon kijken.
Fenna zei: “Mam.”
Meer niet. Ik heb losgelaten.
Een kwartier op de stoeprand
Bram is naast hem op de stoeprand gaan zitten. Gewoon zitten, benen op straat, handen in zijn zakken, alsof dat de bedoeling was van het uitje.
Fenna ging aan de andere kant zitten. Ik hield Loes vast, want Loes wilde ook zitten en Loes wilde dat op de rijbaan.
En zo hebben we daar een kwartier gezeten. Vier mensen en een hond op een stoeprand bij een lantaarnpaal, veertig meter van onze eigen voordeur.
Er kwam een mevrouw langs met boodschappen die vroeg of alles goed ging. Ik zei ja hoor. Ze keek naar de hond, keek naar ons, en zei: “Nieuw?” En toen ik knikte zei ze: “Dan is dit precies goed”, en liep door.
Ik weet niet wie ze was. Ik ben haar in elf jaar Wijhe nog nooit tegengekomen. Ik heb er de hele avond aan teruggedacht.
Wat ik in dat kwartier vooral heb gedaan, is nadenken over hoe ongemakkelijk ik het vond. Niet voor de hond. Voor mezelf. Er reed een auto langs waar ik iemand in herkende. Er kwam iemand met een kinderwagen voorbij die net iets te vriendelijk knikte. Ik zat op een stoeprand bij mijn eigen straat en ik was bezig met wat het eruitzag, terwijl er naast me een dier lag dat vijf dagen geleden uit een asiel kwam en dat voor het eerst verder ging dan onze tuin.
Fenna zei op een gegeven moment: “Hij hoeft toch niet.” Dat is precies het soort zin dat een kind van tien uitspreekt zonder te weten dat het de hele situatie oplost.
Hoe het afliep
Op een gegeven moment stond hij op. Uit zichzelf, zonder dat er iets veranderde aan de situatie. Hij keek naar de kant waar wij vandaan kwamen.
En toen liep hij naar huis. In een tempo dat aanzienlijk hoger lag dan het tempo waarmee hij daarheen was gegaan.
Bram, achter me, in de meest tevreden stem van de week:
“Hij weet nu waar wij wonen.”
Thuis heeft hij een half uur liggen slapen zoals hij nog niet eerder had geslapen, met zijn poten uit elkaar en zijn kop plat op de vloer, en Bram is er de hele tijd bij gebleven zonder hem aan te raken.
De uiterwaarden komen wel. Het pontje ligt er in juni ook nog. Dat blaadje van Fenna hangt nu op de koelkast naast het lijstje met de regels, en ze heeft de route er niet afgehaald.
Vanavond lag hij weer onder de tafel, en toen ik langs de voordeur liep tilde hij zijn kop op.
Veertig meter. Prima.
4 reacties
-
Peter ·
Veertig meter in een kwartier. Dat is trager dan mijn schoonvader en dat wil wat zeggen.
-
Marjolein ·
Ach, wat lief dat Bram gewoon naast hem is gaan zitten. Kinderen snappen zulke dingen soms zoveel beter dan wij. Ik heb bij onze hond destijds veel te lang aan de riem staan trekken omdat ik dacht dat het zo hoorde, en daar heb ik nog steeds spijt van.
Merel schrijft dit blog
Dat trekken heb ik ook gedaan hoor, in de eerste dertig seconden. Bram was gewoon sneller met een beter idee.
-
Nadia ·
Ik vind het zo fijn dat je ook opschrijft wat er niet lukt. De meeste stukken die ik lees gaan over hoe geweldig het meteen ging.
-
Ingrid ·
Wat een schat is dat beest toch, zo te lezen. Geniet er maar van, die eerste weken komen nooit meer terug. Ik denk nog vaak aan onze Doerak, die durfde de eerste maand ook geen stap.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Het pontje duurt vier minuten en het is nog altijd het beste uitje
Zondag namen we het veer over de IJssel en liepen we de uiterwaarden in. Vier minuten varen, drie uur buiten, en één kind dat halverwege niet meer wilde.
We gingen maandagavond om zeven uur alsnog de deur uit
Een kantoordag in Zwolle, een huis dat de hitte van het weekend nog vasthield en een uitje van veertig minuten dat niemand van tevoren wilde.
Op de laatste zaterdag van de vakantie gingen we twee keer de dijk op
Om acht uur in mijn eentje, om half acht 's avonds met z'n vijven en een hond. Daartussen zat een dag waarop niemand iets zei over maandag.