We gingen maandagavond om zeven uur alsnog de deur uit
Een kantoordag in Zwolle, een huis dat de hitte van het weekend nog vasthield en een uitje van veertig minuten dat niemand van tevoren wilde.
Om tien over zes kwam ik thuis uit Zwolle en was het in onze woonkamer warmer dan buiten. Dat is het vervelendste van een huis uit 1974 in juli: het houdt drie dagen hitte vast en geeft die ‘s avonds gezellig terug.
Iedereen lag ergens. Bram op de grond bij de openslaande deur, Fenna op de bank met haar benen over de leuning, Loes in haar ondergoed met een pop die ook geen kleren aanhad. Thijs stond bij het aanrecht en zei dat hij nog niets bedacht had voor het eten en dat hij daar ook geen zin in had.
Ik heb toen iets gedaan wat ik zelden doe, namelijk niets vragen en gewoon zeggen: we gaan naar de dijk, neem een kleed mee.
Het protest duurde langer dan het uitje
Fenna vroeg waarom. Bram vroeg of hij zijn fiets mocht meenemen. Loes wilde eerst haar laars aan, want die laars gaat overal mee naartoe en het is al een jaar zinloos om daar iets van te vinden.
Dat kostte bij elkaar twintig minuten. Twintig minuten om vier mensen en een hond het huis uit te krijgen voor iets dat op acht minuten lopen ligt en helemaal niets kost.
We hebben brood meegenomen dat over was, een fles water, een handdoek voor Loes en de riem. Thijs is met de fiets gegaan met Loes achterop, wij lopend. Wolk liep naast Bram, want dat is sinds mei zo geregeld en niemand die daar nog iets over zegt.
Bij het hek zijn we het gras in gegaan, tot dat plekje waar het lager loopt en waar je de kant van de IJssel ziet zonder dat je erbij kunt. De koeien stonden aan de andere kant. Er lag een boot in het water die stillag zonder duidelijke reden.
Wat er in veertig minuten gebeurde
Bram heeft geprobeerd een steen tot aan het water te gooien. Dat lukte niet, want dat lukt niemand, en hij is doorgegaan tot zijn arm er zeer van deed.
Fenna is bij mij op het kleed gaan zitten en heeft verteld over volgend jaar, over groep 8, over wie er bij haar in de klas komt en wie niet, en dat meester Joost strenger schijnt te zijn dan wat ze gewend is. Ze vertelde het zoals je iets vertelt waar je nog niet zeker over bent. Ik heb bijna niets teruggezegd, wat me moeite kostte.
Loes heeft een klaproos geplukt en die in een leeg waterflesje gezet, waarna de klaproos precies deed wat klaprozen doen en binnen tien minuten helemaal was ingezakt. Daar is toen kort verdriet over geweest.
De hond heeft in het hoge gras gelegen en gekeken. Hij rent nog steeds niet. Ik denk dat hij het niet weet.
Ik heb zelf op dat kleed gezeten en geprobeerd om niet aan de dinsdag te denken, want dinsdag moet ik weer naar Zwolle en er lag nog iets af te maken waar ik sinds vrijdag omheen loop. Dat lukte tot ongeveer half acht. Toen ging het over vanzelf, niet omdat ik daar iets voor gedaan heb, maar omdat Bram me kwam vragen of een steen die hij gevonden had van vroeger was.
Van vroeger. Daar heb ik geen goed antwoord op gegeven. Ik heb gezegd dat alle stenen van vroeger zijn en daar was hij tevreden mee, en die steen ligt nu bij de andere in de doos in de schuur.
Om tien voor acht moest Loes plassen en toen was het klaar. Zo eindigen bij ons de meeste avonden buiten.
Op de terugweg droeg Thijs haar op zijn schouders. Bram fietste vooruit tot de bocht en wachtte daar, zoals afgesproken, en reed daarna weer vooruit tot de volgende bocht. Fenna liep naast me en zei niets meer.
Thuis was het nog steeds te warm. Iedereen ging veel te laat naar bed en niemand at nog iets.
Het waterflesje met de ingezakte klaproos staat nog op de vensterbank in de keuken. Loes controleert hem elke ochtend.
3 reacties
-
Marjolein ·
Dit soort avonden zijn de mooiste en je weet het altijd pas achteraf. Ik zag het helemaal voor me, dat kleed en die klaproos in dat flesje. Dank je wel dat je het opschrijft, ik lees het altijd met koffie erbij op dinsdagochtend.
-
Peter ·
Veertig minuten. Precies lang genoeg voordat iemand moet plassen.
Merel schrijft dit blog
Zo is het. We hebben het einde niet gekozen, dat werd voor ons bepaald.
-
Els ·
Beste Merel, ik las je stukje vanmiddag in de tuin en het deed me denken aan de avonden dat wij met de kinderen naar de dijk gingen toen ze klein waren. Wij namen altijd een thermoskan mee, ook in de zomer, want mijn man vond dat erbij horen. Hartelijke groet.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Op de laatste zaterdag van de vakantie gingen we twee keer de dijk op
Om acht uur in mijn eentje, om half acht 's avonds met z'n vijven en een hond. Daartussen zat een dag waarop niemand iets zei over maandag.
We aten op een strandje in de IJssel dat er in juni nog niet was
Het water staat laag na een droge zomer en daardoor ligt er ineens zand waar normaal rivier is. We hebben er donderdag gegeten, met brood uit een tas.
Onze eerste wandeling met Wolk duurde veertig meter
We hadden de uiterwaarden gepland, het pontje en misschien nog een ijsje. We kwamen tot de derde lantaarnpaal en stonden daar een kwartier stil.