We aten op een strandje in de IJssel dat er in juni nog niet was
Het water staat laag na een droge zomer en daardoor ligt er ineens zand waar normaal rivier is. We hebben er donderdag gegeten, met brood uit een tas.
Thijs stond al bij de deur toen ik donderdag om tien over vijf uit Zwolle thuiskwam. Hij had een tas in zijn hand waar een stokbrood uit stak en hij zei: “Het water is laag.”
Meer uitleg kregen we niet. Meer uitleg was ook niet nodig.
Waar in juni nog rivier was
Achter de dijk, een stuk voorbij het hek waar ik ‘s ochtends altijd omkeer, loopt de IJssel dit jaar smaller dan ik hem ooit heb gezien. Het is een droge zomer geweest en dat zie je hier eerder dan in de tuin. Er ligt aan onze kant een strook zand van misschien veertig meter lang, met keien erin en stukken hout die eruitzien alsof ze uit een ander land komen.
In juni stond daar water. Ik weet dat zeker, want in juni zaten we boven op de dijk omdat er niets anders was om op te zitten.
Nu kun je er lopen. Bram deed dat meteen, hard, met zijn schoenen aan, en riep binnen dertig seconden dat hij iets had gevonden. Dat was een steen. Het is altijd een steen.
Wat we bij ons hadden
Niet veel, en dat is precies waarom het lukte.
Een stokbrood dat we ter plekke hebben gescheurd omdat er geen mes bij zat. Een bakje kaas. Twee tomaten uit de bak achter het huis, die Fenna in haar zak had gestopt en die daar warm zijn geworden. Een fles water. Een oude handdoek uit de auto die naar auto rook.
Loes heeft haar brood in het zand laten vallen en het daarna alsnog opgegeten, en ik heb er niets van gezegd, want het was donderdag en ik was er niet bij toen het gebeurde.
Fenna had die tomaten al drie dagen willen meenemen naar iets. Ze had er zelfs een keer over gepraat aan tafel, in de trant van dat je ze moet eten voordat ze te ver zijn. Ze heeft ze in tweeën gebroken, want er was ook geen mes voor tomaten, en toen bleek dat we vergeten waren zout mee te nemen. Dat vond zij erger dan het ontbreken van het mes.
Wat we ook niet bij ons hadden: iets om op te zitten, iets om afval in te doen, en een tweede fles water. We zijn met zijn allen op de handdoek gaan zitten die daar te klein voor was, en Bram is er om de twee minuten van afgestapt om iets te halen.
Wolk begreep er niets van. Hij is nu bijna vier maanden bij ons en hij kent de dijk, hij kent het hek, en dit was allebei niet. Hij is drie keer tot aan het water gelopen en drie keer teruggekomen zonder erin te gaan. Daarna is hij naast Thijs gaan liggen, met zijn kop op zijn poten, en heeft hij de hele avond naar de overkant liggen kijken alsof daar iets stond.
Kwart over acht
Het licht doet in september iets wat het in juni niet doet. In juni blijft het maar duren, en dat is fijn maar het heeft geen kop of staart. Nu zakt het binnen twintig minuten weg en wordt alles aan de overkant oranje en daarna paars en daarna gewoon donker.
Fenna zat op een boomstam met haar knieën opgetrokken. Ze zei dat ze wilde weten hoe lang het strandje er nog zou zijn.
“Als het gaat regenen is het weg, toch? Dan is het gewoon weer water.”
Ik heb gezegd dat dat klopt. Ze knikte en zei dat we dan volgende week nog een keer moesten. Dat is voor Fenna een grote uitspraak. Die maakt normaal eerst een lijstje.
Om kwart over acht liepen we terug met zand in alles. Bram had zeven stenen op zak en heeft ze op de keukentafel gelegd, waar ze nu nog liggen.
Er valt verder niets van te leren. Het kostte niets en het duurde anderhalf uur en volgende week regent het waarschijnlijk.
4 reacties
-
Wendy ·
Wat leuk! Wij wonen bij de Waal en hebben precies hetzelfde! Elk jaar kijken de kinderen of hun strandje er weer is!
-
Bas ·
Mooi stuk, en dan toch even de saaie opmerking: laag water bij een rivier betekent ook een steile rand en zachte grond aan de waterkant. Bij ons zakte een kind vorig jaar tot zijn knieen weg in de slib. Niets ergs, wel schrikken. Gewoon even blijven kijken dus.
Merel schrijft dit blog
Terecht, Bas. Thijs stond ook de hele tijd tussen ons en het water in, en nu weet ik weer waarom.
-
Hanneke ·
Dit is wat je later onthoudt. Niet de dagjes waar je entree voor betaalt. Mijn kinderen zijn zeventien en twintig en die praten nog steeds over een avond bij een sloot.
-
Riet ·
Wat een mooie foto s zou dat geven . Ik ben zondag toch even bij jullie langs, dan neem ik appeltaart mee . Groetjes MAM
Merel schrijft dit blog
Tot zondag, mam. En je hoeft geen taart mee te nemen, maar neem hem toch maar mee.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Op de laatste zaterdag van de vakantie gingen we twee keer de dijk op
Om acht uur in mijn eentje, om half acht 's avonds met z'n vijven en een hond. Daartussen zat een dag waarop niemand iets zei over maandag.
We gingen maandagavond om zeven uur alsnog de deur uit
Een kantoordag in Zwolle, een huis dat de hitte van het weekend nog vasthield en een uitje van veertig minuten dat niemand van tevoren wilde.
Onze eerste wandeling met Wolk duurde veertig meter
We hadden de uiterwaarden gepland, het pontje en misschien nog een ijsje. We kwamen tot de derde lantaarnpaal en stonden daar een kwartier stil.