Wat er gebeurt als een driejarige mag zaaien waar ze wil
Opa Wim kwam met plantjes en een zakje radijszaad. Ik gaf Loes het zakje en een half uur later zat er radijs op zes plekken waar niets hoort te groeien.
Opa Wim kwam zaterdagochtend met twee kratten, een tas en, zoals altijd, geen aankondiging. In de kratten zaten plantjes waarvan hij bij elk plantje precies vertelde wat het was en waarvan ik het bij het derde plantje al niet meer wist.
In de tas zat een zakje radijszaad. Dat gaf hij aan Loes.
Ik zag hem het geven en ik zag hem er niets bij zeggen, en ik dacht: dat is een bewuste actie van een man die dit met mij ook heeft gedaan.
Zes plekken
Ik had een idee. Het idee was: we gaan naar haar eigen vakje, dat sinds april langs de border ligt en waarin tot nu toe vooral gegraven is, we harken het aan, we trekken met een stokje een rechte geul, en dan mag Loes de zaadjes erin doen. Zo staat het in elk boekje.
Dat idee heeft ongeveer vier minuten geleefd.
Ze had het zakje al open. Ze had het zakje al half leeg. En toen ik het van haar wilde overnemen om het “even samen te doen”, ontstond er de blik die ik ken en die niets goeds voorspelt, en ik heb, met haar opa naast me die niet zei dat ik moest ingrijpen, besloten om het los te laten.
Waar er nu radijs is gezaaid:
- In haar eigen vakje, dus waar het hoort. Een deel. Op een hoop.
- In de bloembak naast de tuindeur, tussen iets wat er al stond.
- In het gat achter de schuur dat Wolk vorige week heeft gegraven.
- Tussen de tegels van het scheve terras, waar ze de zaadjes één voor één in een voeg heeft gelegd, wat het meest geconcentreerde stuk werk was dat ik haar ooit heb zien doen.
- In haar laars. Niet de gele. De andere, die ze nooit draagt.
- Op de deurmat.
Opa Wim heeft de hele operatie op een tuinstoel zitten bekijken met een kop koffie. Toen ze klaar was zei hij: “Nou, dat is dat.”
Wat ik erover wilde zeggen en niet gezegd heb
Er zat een moment in waarop ik het wilde uitleggen. Dat zaadjes ruimte nodig hebben. Dat er tussen de tegels niets gaat groeien. Dat het gat achter de schuur elke dag door een hond wordt bezocht en dat daar dus per definitie geen radijs komt.
Ik heb het niet gedaan, en dat was voor mij een klein wonder van zelfbeheersing, want ik ben iemand die dingen graag uitlegt aan mensen die er niet om vragen.
Wat er in plaats daarvan gebeurde: ze heeft de hele middag zes keer per uur gekeken. Letterlijk gekeken, op haar knieën, met haar gezicht bij de grond. Ze vroeg of ze er al waren. Ik zei: dat duurt nog. Ze zei: hoe lang. Ik zei: een paar nachtjes. Ze zei: oké. En toen ging ze weer kijken.
Dat is zondagochtend gewoon doorgegaan. Voor het ontbijt de tuin in, met de laars aan de verkeerde voet, in haar pyjama. Kijken. Terugkomen. Melden dat er niks was.
“Ze slapen nog.”
Wolk en de bloembak
Er is één ding dat ik wél heb gedaan.
Er staat sinds vanmiddag een plank op zijn kant voor de bloembak naast de tuindeur, want daar loopt Wolk langs op zijn vaste route, en die route is inmiddels een pad met houtsnippers erop dat we afgelopen week hebben aangelegd. Hij houdt zich er keurig aan. Maar bij die bloembak gaat hij altijd even staan ruiken, en ik geef één ding niet op en dat is de plek waar Loes het meest heeft zitten kijken.
De plantjes van opa Wim staan in de border achter de vakjes. Sla, boerenkool, iets met courgette waarvan hij zei dat ik er in augustus spijt van krijg. Die hebben allemaal netjes ruimte gekregen op onderlinge afstand, want die heb ík geplant, met een liniaal in mijn hoofd.
In april hebben Fenna en Bram in hun eigen vakje netjes gezaaid, in rijtjes, met stokjes erbij. Bij Fenna komt inmiddels iets op dat er precies uitziet zoals het op het zakje stond. Bij Bram staat er niets, wat komt doordat hij het vakje in de eerste week drie keer heeft omgespit om te kijken hoe het ging.
Loes heeft dat allemaal gezien. Ze weet dus hoe het hoort. Ze heeft er alleen niet voor gekozen.
Ik weet nu al welke van de twee het beste gaat lopen. Het gaat niet die van mij zijn.
Vanavond stond ze nog één keer bij het raam naar de tuin te kijken, met haar handen tegen het glas, en achter haar lag de hond met zijn kop naar dezelfde kant.
4 reacties
-
Wendy ·
Hier ook! Onze jongste heeft vorig jaar het hele zakje zonnebloempitten in één gat gegooid en er kwam nog wat op ook.
-
Els ·
Beste Merel, wat een aardig stukje. Mijn moeder liet mij vroeger altijd in een oude kist zaaien, apart van de rest van de tuin, en ik heb daar mijn hele leven aan teruggedacht. Het gaat niet om de radijs, dat weet u zelf ook wel. Vriendelijke groet.
Merel schrijft dit blog
Zo'n kist gaan we maken, denk ik. Dank u wel voor het idee.
-
Sandra ·
Praktisch: radijs kan de hele zomer door, dus als er niets opkomt zaai je gewoon over twee weken opnieuw. En het gaat sneller dan alles wat je verder in de tuin hebt staan, dat helpt bij dat geduld.
-
Riet ·
Ha Merel , je vader vraagt of Loes ook nog Sla wil . Hij heeft veel te veel . En de hond mag niet in de bak van hem hoor dat zeg ik er maar bij. Mam
Merel schrijft dit blog
Zeg maar tegen pa dat de sla welkom is en dat de hond nergens in mag van iedereen.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
Alles wat we in maart zaaiden is dood, op een plantje na
Zes bakjes op de vensterbank, elke dag water, en toch staat er nog een sprietje overeind. Ondertussen komt buiten van alles op waar niemand iets aan deed.
Wat Loes vorig jaar zaaide komt op de verkeerde plek terug
Vorig voorjaar mocht ze zaaien waar ze wilde. Dit jaar komt dat op tussen de tegels, in de goot en op precies één plek waar ik het echt wel wilde hebben.
Drie tuinvakken, drie kinderen en maar één die nog water geeft
In april kreeg iedereen een eigen stuk grond. Twee maanden later is er één vak dat bloeit, één dat leeg is en één waar iets staat dat niemand geplant heeft.