Opa Wim zette vier stokjes in het gras en mijn plek was fout
Mijn vader stond zaterdag om twintig voor negen met een aanhanger vol planken voor de deur. De plek die ik bedacht had was fout, en dat zei hij in acht woorden.
Zaterdag, twintig voor negen. De bel. Mijn vader op de stoep in zijn blauwe jas, achter hem de auto met de aanhanger erachter en op die aanhanger een stapel planken met twee spanbanden erover.
Hij zei goedemorgen en toen: “Ik heb hout.”
Er was niet afgesproken dat hij hout zou komen brengen. Er was afgesproken dat we het er nog eens over zouden hebben.
Wat er op de aanhanger lag
Steigerplanken. Twaalf stuks, allemaal even lang, grijs en droog en zwaar. Ze lagen bij iemand in de schuur waar mijn vader wel eens komt en die is gaan opruimen, en toen zijn ze bij hem in de garage beland, en daar hebben ze volgens hem drie maanden gelegen.
Ik weet niet of dat waar is. Mijn vader heeft de gewoonte om spullen een verleden te geven waarin niemand iets hoefde te betalen.
Er lag ook een stuk hardboard op, met een tekening erop in zwarte stift. Een rechthoek, maten erbij, en in de hoek twee getallen die ik niet meteen begreep. Het bleken de hoogtes van de twee lagen te zijn.
We hebben de planken samen naar achteren gedragen, langs de schuur, twee tegelijk. Bij de vierde kwam Bram in zijn pyjama naar buiten om te helpen en die heeft er precies één gedragen, tot halverwege.
Ik had een plek bedacht
Ik had er echt over nagedacht. Al twee weken.
Tegen de zijmuur van de schuur, aan de rechterkant, waar nu niks staat behalve een omgekeerde emmer en de tak die daar sinds vorig jaar tegenaan staat. Daar heb je een rechte lijn om tegenaan te bouwen. Daar zie je hem niet vanaf de tuindeur. Daar staat hij, en dat is het woord dat ik in mijn hoofd gebruikte, netjes.
Mijn vader is er gaan staan. Hij heeft geknikt. Hij heeft naar de lucht gekeken, wat hij doet en wat ik nooit begrijp, en toen is hij drie keer om het gras heen gelopen met zijn handen op zijn rug.
Toen zei hij:
“Je zet hem waar de zon is, niet waar hij netjes staat.”
Acht woorden. Ik heb ze geteld toen ik ze opschreef.
Wat er mis is met mijn plek
Hij heeft het daarna wel uitgelegd, want zo is hij ook weer niet.
Ten eerste de schaduw. De schuur staat aan de westkant. Vanaf een uur of twee ligt die hele strook in het donker, en dat is precies het deel van de middag waarin het in mei en juni warm wordt. Ik heb daar elf jaar naar gekeken zonder het te zien.
Ten tweede het water. Aan die kant komt de regenpijp naar beneden en er zit geen goede afvoer, dus als het hard regent staat daar een plas die er een dag over doet. Dat wist ik wel. Ik had het alleen niet gekoppeld aan de plek waar ik groente wilde laten groeien.
Ten derde, en dit zei hij pas toen we binnen koffie dronken, is er niks aan om ergens te tuinieren waar je nooit komt. Als de bak achter de schuur staat, loop je er langs op weg naar je fiets en verder niet.
Waar hij nu komt te staan
Midden in het gras. Iets naar links, ongeveer vier meter van de tuindeur.
Dat is precies waar ik hem niet wilde hebben, want dat is het stuk waar we in de zomer de tafel neerzetten en waar je vanaf de bank naar kijkt. Ik heb dat ook gezegd. Ik heb geprobeerd het handig te zeggen, als een praktisch bezwaar over de tafel, en mijn vader luisterde met dat gezicht dat hij trekt als hij iemand hoort onderhandelen met de werkelijkheid.
Toen zei hij dat de tafel een halve meter kan opschuiven.
We hebben er nog tien minuten over gedaan. Thijs kwam op enig moment naar buiten met koffie, heeft de situatie in twee seconden gescand en is weer naar binnen gegaan, wat het slimste is wat hij die ochtend heeft gedaan.
Uiteindelijk hebben we vier stokjes in het gras gezet en er touw omheen gespannen. Een meter twintig bij twee meter veertig. Er zitten nu vier bamboestokken in ons gazon met een oranje touwtje eromheen en dat mag daar een week staan, want mijn vader vindt dat je ergens eerst een week naar moet kijken voordat je gaat graven.
Ik denk dat dat ook een manier is om te zorgen dat ik eraan went.
Wat hij niet vroeg
Hij heeft in die twee uur geen enkele keer naar mijn werk gevraagd.
Hij weet het. Mijn moeder heeft het hem verteld, want dat werkt zo, en ik heb het hem in maart ook zelf verteld aan de telefoon en toen zei hij hm. Meer niet.
Wat hij zaterdag wel zei, toen hij bij de auto stond en de spanbanden opborg, was dit: “Je bent er dit jaar toch.”
Ik heb ja gezegd.
Hij heeft geknikt en is weggereden en heeft twee straten verderop nog een keer gezwaaid, want dat doet hij altijd, ook als niemand meer kijkt.
Het is nu woensdag. De stokjes staan er nog. Wolk is er inmiddels twee keer doorheen gelopen en heeft één stokje omgeduwd, dat ik heb teruggezet zonder te meten, wat betekent dat het nu waarschijnlijk niet meer klopt.
Loes telt ze elke dag als ze uit school komt. Ze komt altijd op vier uit en zegt het dan alsof het nieuws is.
En ik kijk er vanaf de bank naar en denk dat het inderdaad midden in het uitzicht staat.
Ik denk er ook aan dat er over drie weken planten in staan en dat ik dan waarschijnlijk niet meer weet dat ik het ergens anders wilde.
Vragen die ik hierover kreeg
Waar zet je een moestuinbak in een gewone achtertuin neer?
Op de plek met de meeste zon, en dan het liefst zes uur of meer per dag. Bij ons betekende dat midden in het gras in plaats van netjes tegen de schuur, want daar is het na tweeen schaduw. Kijk ook waar het water van het dak naar beneden komt, want dat is precies de hoek waar je hem niet wilt hebben.
Hoe groot moet zo'n bak zijn?
Volgens mijn vader niet breder dan een meter twintig, want je moet er vanaf beide kanten in het midden bij kunnen zonder erin te stappen. De lengte maakt minder uit. Wij worden ongeveer een meter twintig bij twee meter veertig, en hij vindt dat aan de grote kant voor beginners.
Kun je een moestuinbak van oude planken maken?
Die van ons wordt gemaakt van steigerplanken die bij iemand in de schuur lagen. Ze zijn dik genoeg en ze zijn onbehandeld, en dat laatste is het enige waar mijn vader echt op let. Wat er precies met hout gebeurt dat wel behandeld is heb ik hem niet gevraagd, want dan duurt het antwoord een half uur.
4 reacties
-
Sandra ·
Je vader heeft gelijk over die schaduw en hij heeft ook gelijk over die breedte. Zet er meteen een paadje van tegels omheen aan de lange kant, anders sta je bij nat weer in de modder en dan ga je er niet meer heen. Dat is bij ons het verschil geweest tussen wel en niet volhouden.
Merel schrijft dit blog
Een paadje. Dat had ik niet bedacht en dat ga ik hem voorleggen alsof ik het zelf verzonnen heb.
-
Ingrid ·
Wat een fijn stuk om te lezen op de eerste van april. Mijn eigen vader had ook zo'n aanhanger en die kwam ook altijd met hout dat ergens anders over was. Ik ruik het nog. Geniet ervan dat hij het nog kan, dat is niet vanzelfsprekend.
-
Peter ·
Acht woorden. Mijn schoonvader heeft er meestal veertig nodig en dan klopt het nog niet.
-
Yvonne ·
Waarom laat je het uitzicht eigenlijk zwaarder wegen dan de zon? Ik vroeg me dat al af halverwege. Kijk je er zo vaak naar dan?
Merel schrijft dit blog
Ik kijk er dagelijks naar vanaf de bank en straks nog vaker. Dat is precies het antwoord en het is ook precies waarom mijn vader er niks van moest hebben.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
De eerste tuindag ging over een gat van veertig centimeter
Zaterdag stonden we voor het eerst dit jaar met vier man in de tuin. Het werk lag klaar, het weer was goed, en de hond had andere plannen met de border.
De moestuinbak staat en er zit al iets in wat er niet in mag
Zaterdag om half negen stond mijn vader op de stoep met voorgezaagde planken. Zondagochtend groef ik in de hoek drie flesdoppen op die daar met opzet begraven waren.
Sinds ik thuis werk staat er om half elf iemand in de tuin en dat ben ik
Sinds eind april werk ik vanuit huis. Elke ochtend loop ik rond half elf naar buiten om iets kleins te doen, en elke ochtend duurt dat langer dan het moet.