Wat er gebeurt als je een kind van zeven het avondeten laat bepalen
In de voorjaarsvakantie mocht elk kind een avond het menu kiezen en zelf meehelpen. Twee avonden gingen beter dan verwacht. Eentje ging precies zoals je denkt.
Bram koos: pannenkoeken met knakworst erin.
Niet ernaast. Erin.
Ik heb geprobeerd te onderhandelen over de constructie. Dat is niet gelukt. Er was een tekening bij.
Waarom we hiermee begonnen
Het is vakantie en dat betekent bij ons vooral dat er de hele dag gegeten wordt en dat het avondeten daardoor iets is dat ineens moet, terwijl niemand honger heeft. Ik werd daar maandag al chagrijnig van, en dat is vroeg in de week.
Dus heb ik dinsdag gezegd: jullie krijgen om de beurt een avond. Jij bepaalt wat er op tafel komt en jij helpt mee. Ik doe het vuur en de messen, jij de rest.
Fenna vroeg meteen of ze het van tevoren mocht opschrijven. Bram vroeg of er dan geen groente hoefde. Loes zei “ik ook” over iets waarvan ze niet wist wat het was, wat haar volledige positie in dit huishouden samenvat.
Dinsdag: Fenna, en het was ineens serieus
Fenna is tien en heeft een lijstje gemaakt met tijden erbij. Halfvijf beginnen. Kwart over vijf de saus. Zes uur eten. Zo staat het er.
Ze koos een ovenschotel met pasta, en ze koos die niet omdat ze hem lekker vindt maar omdat hij zich laat plannen. Dat gaf ze ook toe.
Wat me opviel: ze heeft de hele tijd staan lezen op het aanrecht. Niet in een kookboek, maar in het lijstje van haarzelf, dat ze steeds opnieuw controleerde. Ze wilde niet dat ik meekeek. Toen ik één keer zei dat het vuur wat lager kon, keek ze me aan met een blik die ik ken uit de spiegel.
Het was goed. Iets te weinig zout, wat ik niet gezegd heb.
Wat ik wel gezegd heb, en waar ik meteen spijt van had: ik vroeg om kwart voor vijf of ze niet alvast de tafel wilde dekken, want dan was dat vast klaar. Ze keek naar haar lijstje, waar tafeldekken bij tien voor zes stond, en zei dat dat later kwam.
Ze had gelijk. Het is haar avond. Ik ben degene die de hele week zegt dat we planningen niet moeten laten leiden door mij, en dan sta ik daar met mijn eigen tijdschema.
De tafel is om tien voor zes gedekt en het eten stond om zes uur op tafel.
Woensdag: Bram, en die pannenkoeken
De uitvoering was als volgt: knakworst in stukjes in de pan, beslag eroverheen, omdraaien.
Ik zeg erbij dat ik dit al twintig jaar op een andere manier ken, met spek, en dat ik precies wist dat dit ook zou werken. Dat wist Bram niet. Voor hem was dit een uitvinding.
Het beslag heeft hij zelf gemaakt, met veel te veel bloem eerst en toen te veel melk erbij, waardoor er beslag was voor vermoedelijk vijftien pannenkoeken. We hebben er negen gebakken. De rest staat nog in de koelkast en die gaat het niet redden.
De eerste was te donker. De tweede plakte. Vanaf de derde ging het en toen wilde hij ze allemaal zelf omdraaien, wat ik heb toegestaan met mijn hand ernaast, en er is er één op het fornuis geland en niet op de grond, wat statistisch gezien meeviel.
“Dit is de beste avond van de vakantie,” zei hij met zijn mond vol.
Het was dag drie.
Wat me het meest verbaasde
Niet het eten. Dat viel allemaal reuze mee, en dat is denk ik ook de eerlijke conclusie: kinderen kiezen zelden iets geks. Ze kiezen iets saais. Pasta, pannenkoeken, brood met iets erop. Het is niet spannend, het is voorspelbaar, en het is prima.
Wat wel anders was: er werd niet geklaagd. Niet één keer, geen van beide avonden. Ook niet door degene die niks gekozen had.
Fenna at woensdag pannenkoek met knakworst zonder één opmerking, terwijl ze daar op elke andere avond iets over gezegd zou hebben. Ik denk dat ze wist dat het dinsdag andersom was geweest.
Dat vond ik het interessantst van de hele week. Niet dat ze het lekker vonden. Dat ze elkaar met rust lieten.
Er is nog iets, en dat is minder vrolijk. Ik merkte hoe vaak ik normaal gesproken tussenbeide kom terwijl er niets aan de hand is. Niet zo, hier, laat mij maar, dat gaat mis, pas op. Als je die twee avonden je handen op je rug houdt, hoor je jezelf die zinnen in je hoofd wel vormen. Ze zijn er allemaal nog, ik zeg ze alleen niet.
Dat is vermoeiender dan koken.
En Loes
Die is morgen. Zij is bijna drie en kan nog niet echt kiezen, dus we hebben haar drie dingen voorgehouden en ze wees.
Ze wees naar de foto van soep.
Dat wordt dus die prei-aardappelsoep van een paar weken terug, voor de derde keer deze maand. Ik heb er niks van gezegd. Ik ben er zelfs blij mee, want ik hoef dan niks te verzinnen.
Er staat inmiddels een gele plakbriefje op de koelkast waarop Bram heeft geschreven dat hij volgende week weer aan de beurt is. Dat was niet de afspraak.
Het hangt er nog wel.
4 reacties
-
Sandra ·
Wij doen dit al jaren op zaterdag. Wel met een regel: er moet iets groens bij, wat dan ook. Dat scheelt de helft van de discussie.
Merel schrijft dit blog
Die regel neem ik over, Sandra. Simpeler dan wat ik nu doe.
-
Peter ·
Pannenkoeken met knakworst. Ik kan het niet goedkeuren en ik zou het opeten.
-
Nadia ·
Ik durf dit niet aan want dan eten we een week lang alleen maar wit brood. Maar ik lees het graag.
-
Marjolein ·
Wat leuk om te lezen. Dat Fenna een lijstje maakte met tijden erbij, daar moest ik hard om lachen, want zo was mijn oudste ook. Die staat nu in de horeca, dus wie weet waar dit toe leidt.
Reageer op dit verhaal
Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.
Verder lezen
Hier gaat het ook over
De soep waar Bram voor het eerst niet over onderhandelde
Zeven jaar lang begon elke maaltijd met een gesprek over hoeveel hij ervan moest. Dinsdag at hij twee kommen soep zonder één vraag te stellen. Dit is wat erin zat.
Bram kookte maandag zelf en ik mocht alleen het gas aandoen
Hij is acht, hij had het bedacht op oudjaarsavond en hij hield vol. Het duurde vijftig minuten, er lagen drie snijplanken in de weg en het was gewoon lekker.
De woensdagsoep die elke week anders is en toch hetzelfde
Er zit geen recept achter, alleen een volgorde en een la in de koelkast. Sinds november eten we hem elke woensdag en is er nog geen enkele keer over geklaagd.