Gezinsleven

Wij hebben zijn spreekbeurt gemist en hij heeft er niets van gezegd

Op onze keukenkalender stond het al weken, in zijn eigen handschrift, bij dinsdag de vijftiende. Ik zag het pas negen dagen later en toen was alles al gebeurd.

Donderdagmiddag stond ik bij de kalender in de keuken om er iets in te zetten voor oktober, en toen keek ik per ongeluk naar de week ervoor.

Bij dinsdag de vijftiende staat, in blauwe pen, in het handschrift van een kind van acht:

spreekbeurt bram

Het was toen donderdag de vierentwintigste.

Wat er die dinsdag gebeurd is

Ik heb het ‘s avonds gevraagd. Niet meteen, want ik moest eerst een half uur in de keuken staan met een theedoek in mijn handen om te bedenken hoe ik het zou vragen zonder dat het over mij zou gaan.

Ik heb gezegd dat ik het op de kalender had zien staan en dat ik het gemist had, en of hij mij wilde vertellen hoe het gegaan was.

Hij zei: “Goed.”

Ik heb gevraagd waar het over ging.

Hij zei: “Doppen.”

Dat is de hele oogst van de eerste ronde. Zo praat hij niet, normaal gesproken. Bram is degene die verhalen vertelt die nergens eindigen, over een gemaal, over een jongen uit zijn klas die iets deed met een stoel, over een steen die volgens hem uit een vulkaan komt. Hij praat drie kwartier over niets.

Over dit praat hij niet, en ik geloof niet dat dat is omdat hij boos is.

Ik denk dat hij het gewoon niet interessant vindt om het aan ons te vertellen, omdat het al gebeurd is en omdat wij er niet bij waren en dat bij hem geen vraag oproept.

Hoe wij het gemist hebben

Ik heb dat rijtje voor mezelf gemaakt en het is niet leuk om te lezen.

Hij heeft het zelf op de kalender gezet, ergens begin september, want ik heb dat blaadje van school nooit gezien. Dat blaadje zat waarschijnlijk in zijn tas en die tas hangt aan de kapstok en die maak ik sinds groep 4 niet meer leeg, want dat kan hij zelf.

Hij heeft er thuis één keer iets over gezegd, denk ik. Ik weet het niet zeker. Ik heb een vaag beeld van een zin over een poster, ergens aan tafel, op een avond waarop het over iets anders ging.

Wat er in diezelfde twee weken in dit huis wel gebeurd is: er is een agenda kwijtgeraakt en teruggevonden in een kluis in Deventer, er is een ouderavond geweest waar wij allebei naartoe zijn gegaan, er is een inlogcode gekomen waar ik drie keer op één dag in heb gekeken, er is een dansles verplaatst naar half zeven, en er is een kind van vier dat elke middag om kwart over drie instort en waar wij het hele huishouden omheen hebben gebouwd.

En ik heb hier op de zeventiende een heel stuk geschreven over hoe stil het in dit huis is en hoe ik daar last van heb.

Twee dagen daarvoor stond er iemand van acht voor de klas met een poster.

De poster

Die lag opgerold achter de deur van zijn kamer, met een elastiek eromheen dat van een bosje bloemen komt.

Ik heb gevraagd of ik hem mocht zien en hij zei ja op de toon van iemand die niet begrijpt waarom je het vraagt.

Er zitten vierenveertig flesdoppen op geplakt, in rijen, met stukjes tape die je ziet zitten. Er staan drie kopjes boven: van drinken, van niet drinken, en speciaal. Onder speciaal zitten er vier, waaronder die ene met een ribbel die hij vorig jaar op de markt in Deventer van iemand heeft gekregen en die hij nog steeds niet wil ruilen.

Onderaan staat met potlood, kleiner: ik heb er 312 thuis.

Hij heeft me verteld dat hij twee dingen erbij had verteld die niet op de poster stonden. Eén over hoe je ziet of een dop uit een fabriek in Nederland komt, wat volgens hem aan de binnenkant te zien is en wat ik niet ga controleren. En één over dat hij ze eerst in een pot bewaarde en dat de pot te klein werd.

Ik heb gevraagd hoe lang het duurde.

Hij zei dat meester Rick vijf minuten had gezegd en dat hij acht minuten had gedaan, en dat meester Rick daar iets over gezegd had wat volgens hem grappig was maar wat hij niet meer wist.

Toen ging hij weg om te kijken of de televisie aan mocht.

Wat ik wilde doen en wat we niet gedaan hebben

Ik had donderdagavond binnen twintig minuten een plan.

Hij zou hem zaterdag nog een keer doen, hier, in de kamer, met ons allemaal erbij. Met de poster tegen de kast. Misschien Nienke erbij via de telefoon.

Ik heb dat aan Thijs verteld terwijl hij zijn schoenen uittrok in de gang en hij zei twee dingen.

Het eerste was: “Dan doe je het alsnog voor jezelf.”

Het tweede was: “Hij heeft het al gedaan.”

Daar heb ik die avond boos over gedaan en de volgende ochtend niet meer, want hij heeft gelijk. Als wij daar zaterdag met zijn allen op een rij gaan zitten, dan is het niet meer iets wat Bram gedaan heeft. Dan is het iets wat wij hebben rechtgezet. En hij zou het doen ook, want hij doet alles.

Wat we wel gedaan hebben is niets bijzonders.

Vrijdag na school ben ik met hem naar de doos gegaan die onder zijn bed staat, en heb ik gevraagd of hij me die vier van speciaal nog een keer wilde uitleggen. Dat duurde geen acht minuten. Dat duurde veertig, want hij is halverwege overgestapt op de rest van de doos.

Ik heb geen enkele keer op de klok gekeken, en dat is deze maand nieuw voor mij.

Wat er nu op de kalender staat

Sinds vrijdag kijk ik ‘s ochtends bij de kalender voor ik koffie zet. Dat is een gewoonte van vier dagen oud en ik hoop dat hij blijft.

Bij zaterdag 3 oktober staat in mijn handschrift dat hij negen wordt. Dat staat er sinds augustus.

En bij donderdag 8 oktober staat sinds gisteren iets nieuws in blauwe pen. Er staat alleen: bram.

Ik heb niet gevraagd wat het is.

Ik ga die dag gewoon vrijhouden.

#bram#groep-5#middelste-kind#kalender#flesdoppen

5 reacties

  1. Hanneke ·

    Ik heb dit gelezen en toen ben ik opgestaan om iets te doen, dat overkomt me hier niet vaak. Mijn middelste is inmiddels tweeëntwintig en die zegt nog steeds nooit iets. Wat ik in dit stuk het beste vind is dat je hem het niet nog een keer laat doen. Dat was mijn eerste ingeving toen ik het las en het is precies de verkeerde, want dan is het alsnog van jou geworden.

    Merel schrijft dit blog

    Die ingeving had ik ook en ik was hem al aan het uitwerken. Thijs heeft er twee zinnen voor nodig gehad om hem af te breken.

  2. Peter ·

    Vierenveertig doppen op een poster. Daar zou ik naar geluisterd hebben. Vraag hem of hij er een van mij wil, ik heb hier een blauwe met een schroefdraad die nergens op past.

    Merel schrijft dit blog

    Ik heb het doorgegeven en hij wil weten van welk merk hij is. Dat is dus een ja.

  3. Marjolein ·

    Ach, die jongen. Ik zit hier met natte ogen en dat is niet om jullie hoor, dat is om dat hij het gewoon gedaan heeft en er thuis niets over gezegd heeft omdat het bij hem niet opkwam dat het gemist werd. Dat is bijna nog erger dan wanneer hij boos was geweest. Ik vind dat je heel eerlijk over jezelf schrijft in dit stuk en dat is niet niks.

  4. Bas ·

    Feitelijk: die school heeft ook iets laten liggen. Bij ons komt zoiets in de nieuwsbrief en in de mail, juist omdat ouders het anders missen. Het is niet alleen jullie kalender die gefaald heeft en dat mag genoemd worden zonder dat het een verwijt is.

  5. Nienke ·

    Ik bel hem morgenavond en dan mag hij het aan mij vertellen, alle vierenveertig, en ik ga niet halverwege iets anders doen. Zeg maar dat ik er een half uur voor uittrek, dan kan hij zich voorbereiden. Dat vindt hij het leukste van alles.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit gezinsleven →