School & opgroeien

Ze had twee zinnen en deze keer heb ik ze allebei gehoord

Honderdveertig stoelen in een gymzaal, vijfenveertig minuten musical en acht jaar die eindigen. Mijn telefoon zat in mijn tas en daar is hij gebleven.

Honderdveertig stoelen in een gymzaal, in rijen van tien, met een pad in het midden. De klimrekken aan de zijkant zijn afgedekt met zwart doek. Het is achtentwintig graden geweest die dag en die warmte zit om zeven uur nog in het hele gebouw.

Wij zaten op rij vier, links. Ik, Loes op mijn schoot, oma Riet naast me met haar tas op haar knieën en opa Wim aan het gangpad omdat hij daar zijn benen kwijt kan.

Twee stoelen leeg.

Wat er om zeven uur gebeurde

Meester Joost zei nog iets over telefoons en over de nooduitgang links, en toen ging het licht uit.

En toen deden die zes platen wat ze moesten doen.

Ik ga er geen groot verhaal van maken, want ik heb ze zelf geverfd. Maar er zit verschil tussen een plaat in een schuur en dezelfde plaat met van opzij een lamp erop en honderdveertig mensen stil eromheen. In het donker was het water.

Dat is het hele decorstuk. Ik heb er verder niet meer naar gekeken.

De musical duurt vijfenveertig minuten en gaat over vierentwintig kinderen die op een boot stappen. Er zit een kaart in die niet klopt. Er zit een eiland in waar iemand al woont.

Twee kinderen zijn hun tekst kwijtgeraakt en zijn er allebei op dezelfde manier weer ingekomen, namelijk doordat iemand anders hun zin gewoon zei.

De twee zinnen

Zij zat achterin, links, aan een tafel met een lampje eronder.

Ik kon haar vanaf rij vier zien als ik me omdraaide, en dat heb ik in die vijfenveertig minuten precies twee keer gedaan.

Ze had een koptelefoon half op, één oor vrij. Ze zat rechtop. Ze had haar hand op iets liggen wat ze naar mijn idee niet de hele tijd hoefde vast te houden.

Halverwege ging ze staan.

Er is een moment waarop de boot in de mist zit en een kind vooraan vraagt of iemand nog weet waar ze heen gaan. Dan komt zij vanuit de zijkant naar voren.

Ze zei:

“De kaart is van vorig jaar. Er staat niet op waar we nu zijn.”

En daarna, na twee tellen:

“We moeten hem gewoon opnieuw tekenen.”

En toen liep ze terug naar haar tafel, ging zitten en deed haar koptelefoon weer half op.

Mijn telefoon zat in mijn tas, onder mijn stoel. Dat had ik van tevoren besloten na wat er vorig jaar in Raalte gebeurde, waar ik van twee minuten en veertig seconden de helft heb gemist omdat ik dacht dat ik moest filmen.

Ik heb ze allebei gehoord.

Ik heb ook gehoord dat haar stem in die tweede zin iets omhoog ging aan het eind, wat ze thuis op de gang nooit deed.

De deur

Om vijf over half acht ging de deur achterin open.

Ik hoorde het eerst, want een gymzaaldeur klapt. Toen keek de helft van de zaal om.

Daar stond Thijs met een rood hoofd, en voor hem stond Bram met een medaille om zijn nek en een bos gladiolen die groter was dan zijn bovenlichaam. Vijf kilometer in zijn benen, de intocht met de fanfare, de auto en toen nog een sprint over het schoolplein.

En Bram bleef staan.

Midden in het gangpad, in het donker, met die bloemen omhoog, drie hele tellen, omdat hij niet zag waar wij zaten. Op het toneel ging het gewoon door.

Opa Wim heeft toen zijn hand opgestoken en toen kwam het goed.

Ze hebben de laatste twintig minuten gezien. Bram heeft die medaille de hele tijd vastgehouden en er af en toe mee tegen de stoelleuning getikt.

De diaserie en wat meester Joost zei

Na het applaus bleef het licht uit.

Vierentwintig kinderen, elk twee foto’s. Links groep 1, rechts nu, daaronder alleen een voornaam. Geen muziek die je iets probeert aan te doen, alleen een liedje dat ze zelf hadden uitgekozen.

Die van ons had ik zondagavond tot half twaalf gezocht. De gele jas, de te grote tas, dat kind dat naar de deur kijkt.

Wat ik niet had voorzien is dat ik het niet bij haar zou begeven maar bij nummer negentien. Dat is een jongen die hier twee keer heeft gelogeerd en die ik ken als iemand die te hard praat, en die stond daar links in beeld als kleuter met een pleister op zijn knie.

Acht jaar lang heb ik die vierentwintig kinderen zien staan bij dat hek. Ik weet van bijna allemaal hun voornaam en van sommigen hun hele huis van binnen. En op dat scherm stonden ze twee keer, met acht jaar ertussen, en dat is wat een diaserie doet en daar had niemand mij voor gewaarschuwd behalve Hanneke, hier, drie dagen geleden.

Daarna heeft meester Joost kort gesproken en dat is precies goed geweest. Hij zei dat hij deze groep vier jaar geleden voor het eerst zag lopen op de gang, als groep 4, en dat hij toen al wist dat het een klas was die niet naar hem zou luisteren maar wel naar elkaar. Hij zei dat hij dat destijds als een probleem in zijn eigen aantekeningen had opgeschreven, en dat hij dat nu terugnam.

Daarna dat lied, datzelfde lied waarvan hij volgens Fenna al vier jaar zegt dat het het laatste jaar is dat ze het doen. Ze stonden alle vierentwintig vooraan. Ook zij, weg van haar tafel, achteraan rechts, half achter iemand anders.

In de gang, en de ochtend erna

Daarna is er koffie in de hal en dan gebeurt er iets wat ik nog nooit ergens anders heb gezien.

Niemand ging weg.

Het was tien over half negen en buiten was het nog licht. Honderdveertig mensen met een bekertje koffie in een hal, allemaal om dezelfde reden. De kinderen stonden bij elkaar bij de deur naar het plein, alle vierentwintig, en ze deden niets bijzonders. Ze stonden.

Wij hebben daar tot kwart over negen gestaan en toen zei Thijs dat Bram om moest vallen.

Fenna kwam uit zichzelf. Ze zei dat ze honger had en of we brood hadden. Dat was het.

In de auto heeft ze vijf minuten gepraat over een schuifje op die tafel dat op één plek blijft haken, en dat je dat moet weten want anders gaat het licht in één keer uit in plaats van langzaam.

Ze heeft niet gehuild. Er waren er drie die huilden en zij was er geen van.

Vanochtend zat ze aan tafel met een boterham en ineens liep het.

Niet om de avond. Niet om meester Joost of om de diaserie of om dat lied.

Om het feit dat de platen maandag uit elkaar gaan.

Ze had aan Hester gevraagd wat ermee gebeurt en die had gezegd dat de zaal maandag leeg moet en dat het hout naar de milieustraat gaat.

Ik heb gezegd dat er zes platen in onze schuur passen. Dat is niet waar. Er passen er twee, en dan kan er niemand meer bij de fietspomp.

Er komen er maandag twee. Het stuk met het water erop en het stuk met de rand van het eiland.

Ze staan straks tegen dezelfde wand waar ze drie weken geleden ook stonden, en dan loop ik daar de rest van de zomer langs met de was.

Vragen die ik hierover kreeg

Hoe gaat een musical en afscheidsavond in groep 8?

Bij ons was het één avond van ongeveer anderhalf uur. Eerst de musical van vijfenveertig minuten die de kinderen zelf mede hebben bedacht, daarna een diaserie met van elk kind een foto uit groep 1 en een foto van nu, en tot slot een woord van de leerkracht en een lied met de hele klas. Daarna koffie in de hal en veel te lang blijven staan.

Moet je de musical filmen?

Ik heb het vorig jaar geprobeerd bij een dansuitvoering en toen heb ik de helft gemist en een onbruikbaar filmpje overgehouden. Dit keer heb ik de telefoon in mijn tas gelaten en dat is de beste beslissing van de avond geweest. Er is bijna altijd wel een ouder die het hele stuk opneemt en dat later deelt.

Wat doe je als je kind na afloop niet emotioneel is en jij wel?

Niets. Wij hebben donderdag een kind mee naar huis genomen dat vooral honger had en over de knoppen wilde praten. Het kwam vrijdagochtend alsnog en toen ging het over iets heel anders dan waar ik op had gerekend. Dat is normaal en je hoeft er niet naar te vissen.

#fenna#groep-8#musical#afscheid#de-kleine-belt

6 reacties

  1. Marjolein ·

    Ik heb dit zitten lezen met een prop in mijn keel en ik ken je dochter niet eens. Dat stuk over die deur die opengaat en dat je zoon met die gladiolen midden in het gangpad blijft staan, dat is het soort detail waardoor ik hier vanaf het begin kom. Wat fijn dat jullie het allebei hebben gehaald.

    Merel schrijft dit blog

    Hij bleef daar echt staan, Marjolein. Drie tellen, met die bloemen omhoog, en de halve zaal keek naar hem in plaats van naar het toneel.

  2. Hanneke ·

    En dan die diaserie. Ik had je gewaarschuwd. Het gekke is dat je het niet begeeft bij je eigen kind maar bij het kind van iemand anders, omdat je die op je netvlies hebt van het plein en van de verjaardagen en nu ineens ziet als kleuter. Acht jaar samen opgroeien is meer dan we denken.

    Merel schrijft dit blog

    Precies dat. Ik ging bij nummer negentien, en dat was een jongen die bij ons twee keer heeft gelogeerd.

  3. Ingrid ·

    Wat een prachtige avond moet dat geweest zijn. En wat een mooi kind dat zelf achter de knoppen wil zitten. Ik zie het helemaal voor me, dat lampje van die tafel in het donker. Ik wens u een fijne zomer met haar.

  4. Bas ·

    Goed dat je de telefoon in je tas hebt gehouden. Dat is het enige advies uit dit stuk dat echt iets oplevert en het is meteen ook het moeilijkste.

  5. Riet ·

    Wim en ik zijn er stil van naar huis gereden . Zij deed het heel knap met die knoppen en dat licht ging precies goed op het eind . Ik heb het programmaboekje bewaard het ligt hier op de kast .

  6. Karin ·

    IK ZIT OP MIJN WERK EN IK ZIT TE HUILEN OM EEN GYMZAAL IN WIJHE WAAR IK NOG NOOIT BEN GEWEEST. Bedankt hoor.

Reageer op dit verhaal

Je reactie komt bij mij binnen met de titel van dit verhaal erbij, dus ik weet meteen waar hij over gaat. Ik lees alles zelf en plaats met de hand — dat kan een paar dagen duren, en niet alles komt online. Waarom staat in het reactiebeleid.

Ik lees alles zelf en plaats reacties met de hand — zie het reactiebeleid en de privacyverklaring.

Verder lezen

Hier gaat het ook over

Alles uit school →